Europese aandelen renderen meer dan Wall Street
In 2025 deden Amerikaanse aandelen het veel minder goed dan Europese – en die trend zet zich dit jaar door. Niet langer big tech en softwarebedrijven domineren, maar wel financiële en industriële aandelen.
Niet toevallig zijn de nieuwe sterren op de beursvloer vaak goedkoop, terwijl de (oude) vedetten erg duur zijn. Amerikaanse aandelen noteren tegen een erg hoge 27 keer de winst, terwijl u voor aandelen uit Europa en de groeilanden tegen 17 à 18 keer liefst 10 jaarwinsten minder hoeft te betalen.
Wat moet u nog meer weten? We overlopen de vijf opvallendste beurstrends van begin 2026:
1. Wall Street is niet langer alleenheerser.
De voorbije zeven jaar leverden de grootste 500 Amerikaanse aandelen een volle 100 procentpunt meer op dan de 600 grootste Europese aandelen: 162 versus 62 procent rendement. Het verschil met de groeilanden is nog groter, want die leverden sinds 2018 een rendement van slechts 39 procent.
Wie al langer de markten volgt, weet dat trends lang kunnen aanhouden, maar dat ze zelden blijven duren. En 2025 lijkt het keerpunt te zijn geweest. Diezelfde onklopbaar gewaande Amerikaanse index leverde amper 6 procent (in euro) op, terwijl aandelen uit de eurozone een portefeuille met 20 procent aandikten. De forse waardedaling van de dollar speelde een grote rol, maar dit jaar blijft Wall Street door een verdere dollardaling zelfs fors achter en flirt het met verlies, terwijl de beurzen van de eurozone in 2026 al 6 procent verder doorklommen. Lees ook: Europa neemt afstand van de VS, ook op de beurs
Economen benadrukken dat heel wat kapitaal wegtrekt uit de VS. Het beleid van Trump II breekt af wat decennialang in het voordeel van de VS werkte: vrije handel, immigratie en een grote markt deden jarenlang kapitaal naar de VS vloeien.
Deels door de vijandige houding van Trump tegenover de handelspartners is er in een groot deel van de wereld buiten de VS een nieuwe dynamiek ontstaan. De tekorten in de eigen economie werden erkend. In Duitsland en de EU kwamen investeringsplannen op tafel en Europese politici begrijpen eindelijk dat ze de VS niet nodig hebben om interne handelsbelemmeringen aan te pakken. Hetzelfde geldt voor nieuwe partnerships tussen Europa en vele groeilanden, die maar wat graag een rijke, betrouwbare partij als de EU zien komen.
2. IT is niet zonder risico, integendeel.
De Amerikaanse bigtech-aandelen, van Nvidia over Microsoft tot Amazon, kregen niet voor niets de koosnaam Magnificent Seven. Ze groeiden onophoudelijk, behaalden enorme winstmarges en leken bedrijven zonder risico. Maar nu moeten ze duizenden miljarden dollars investeren in datacenters en zonder risico is de AI-revolutie niet. Dat toont de slachting onder softwareaandelen aan: de koers van Adobe of Salesforce halveerde in minder dan twaalf maanden en zelfs Microsoft verloor al zowat 30 procent.
Over de industrie hoort u niet veel positiefs, maar met een vooruitgang van 33 procent was het in 2025 wel de beste sector op Wall Street. Ook in het prille 2026 is er weer 14 procent winst, terwijl de IT-sector 2,5 procent in het rood noteert. Voor de sterkste industriële bedrijven moet u in Europa zijn: Philips, Siemens, Syensqo en Schneider Electric horen bij een lange lijst internationale toppers. Vergeet ook de financiële sector niet, waar u via bijvoorbeeld de Belgische verzekeraar Ageas meegroeit met China en Azië.
3. Value is weer geld waard.
Jarenlang waren zogenaamde kwaliteitsbedrijven (regelmatige winstgroei, hoge stabiele marges), met op kop de big tech en groeiaandelen op de Amerikaanse Nasdaq-beurs, een ‘no brainer’ voor elke belegger. Maar door hun succes werden die aandelen erg populair en daardoor vaak peperduur. Maar als er dan toch een kink in de kabel komt, kunnen de verliezen snel oplopen. Dat hebben de aandeelhouders van de hooggewaardeerde softwareaandelen de voorbije maanden moeten ervaren.
Bij sectoren en aandelen die jarenlang gemeden werden, kan het omgekeerde gebeuren. Ze noteren vaak ver onder hun topnotering, zijn laag gewaardeerd (noteren dus tegen lage koers/winst) en toch nemen weinig beleggers deze aandelen in portefeuille. Dat veranderde vorig jaar al wat, met de vele laag gewaardeerde aandelen uit de industrie en de sectoren financiën en vastgoed. Dit jaar doen de value-aandelen het in de wereldindex met een winst van 6 procent opnieuw stukken beter dan de groeiaandelen, die tegen een verlies van 4 procent aankijken.
4. Kleine beurswaarden groeien weer.
Op de heel lange termijn doen smallcaps – aandelen met een kleine beurswaarde (internationaal betekent dat minder dan 10 miljard dollar) – het beter dan kolossale multinationals. Het voorbije decennium was het omgekeerde waar en deden de grote aandelen het beter dan de kleintjes. Ook die trend lijkt gekeerd. Dit jaar doen kleine aandelen het zowel in de wereldindex, Europa als in Noord-Amerika ruim beter dan ‘grote’ aandelen. Het verschil? Plus 7,7 procent voor de MSCI World Small Cap-index versus + 1,4 procent voor de gewone MSCI Wereldindex. De Brusselse beurs leed de voorbije jaren door het gebrek aan belangstelling voor kleine beurswaarden extra hard, maar vroeg of laat worden de pareltjes nu toch ontdekt.
5. Beleggers in ETF’s moeten ogen openhouden.
De lange zwakke prestatie van aandelen met een kleine beurswaarde wordt deels verklaard door de populariteit van het indexbeleggen, via ETF’s of trackers. Deze fondsen kopen gewoon de index en daarin zitten vooral grote beurswaarden. Hoe groter het aandeel, hoe meer kans om in de portefeuille van de indexbeleggers te zitten. Maar het voordeel van indexbeleggen – tegen lage kosten de markt volgen – wordt een nadeel als die markt onevenwichtig wordt of slecht presteert. De MSCI Wereldindex wordt voor zo’n 70 procent bepaald door Amerikaanse bedrijven (en dus ook de zwakke dollar) en de tien grootste Amerikaanse bedrijven wegen voor 27 procent, terwijl de index in totaal 1.319 aandelen telt. Als de trendwijziging van vorig jaar zich doorzet, kan dat tot een langere periode van onderpresteren leiden. In 2025 verdienden beleggers met een MSCI World ETF of tracker maar 5,4 procent (versus 16,4 procent voor de MSCI Europe) en dit jaar noteren ze tot nog toe een winst van 4,4 procent, terwijl een tracker op de MSCI Europe al 6 procent meer waard is geworden.
Het kan een oplossing zijn om naast de MSCI World ook een tracker aan te schaffen op een Europese index en/of op een index die de emerging markets volgt. Zo wordt uw portefeuille beter gespreid en evenwichtiger.
Jan, heel duidelijk artikel.
Dank u wel!
Bedankt voor de duiding Jan, het opent de ogen. Ik heb vorig jaar mijn S&P500 ETF verkocht en heb nu nog de Stoxx 600 ETF (MEUD) en een Emerging markets ETF (PRAM). Ik ben nooit echt een fan geweest van ‘wereld-ETF’s’, om de redenen die je aanhaalt in het artikel.