Welke familie heeft de beste portefeuille: Agnelli of Frère? 

GBL, de Belgische holding van de familie Frère, en Exor, de holding van de Italiaanse ‘Fiat’-familie Agnelli, wegen op de beurs ongeveer even zwaar. Ze staan beide voor de uitdaging om hun koers te verbeteren.

Onder leiding van Ian Gallienne, gehuwd met de dochter van wijlen Albert Frère, hebben GBL en de aandeelhouders ervan magere jaren gekend. Daarom werd met de Duitser Johannes Huth een nieuwe ceo aangesteld, die vorig jaar aan een grote schoonmaak van de portefeuille is begonnen. GBL Capital, vermogensbeheerder Sienna, een deel van SGS (kwaliteitscontrole) en het belang in Umicore (volledig) werden verkocht. Nog maar iets meer dan 51% van de belegde portefeuille zit nu in beursgenoteerde aandelen: SGS blijft met 23,1% het grootste pakket, voor Pernod Ricard (9,8%), Imersys (7,7%) en Adidas (7,4%).

Bijna al die zwaarwegende beleggingen presteren al zwak van toen ze in de GBL-portefeuille zijn terechtgekomen. Wellicht wacht Huth een goed moment af om ze (verder) af te bouwen of te verkopen. Ook de bijna 20% in luierfabrikant Ontex is een voorbeeld van een dramatisch zwakke investering die te koop staat. Maar met nog amper 0,6% van de belegde portefeuille stelt Ontex nog weinig voor. De portefeuille met niet-genoteerde bedrijven presteerde beter. Zonder twijfel zal Huth vooral investeringen zoeken in private equity en via fondsen.

GBL ging van een stevige schuldpositie naar een nettocashpositie van 633 miljoen euro, goed voor 5 euro per aandeel. Met 5,125 euro zal zelfs iets meer uitgekeerd worden als dividend. Dat is 82% meer dan vorig jaar. Dat lijkt niet houdbaar of ook niet wenselijk als het de bedoeling is waarde te creëren voor alle aandeelhouders. Kleine beleggers verliezen immers direct 30% via de roerende voorheffing.

Daarnaast blijft GBL ook eigen aandelen inkopen, wat een betere strategie is. Als eerste succes kan de nieuwe ceo de daling van de discount op zijn hoed steken. Nog niet zo gek lang geleden bedroeg die nog meer dan 40%. Vandaag noteert GBL nog minder dan een kwart onder de waarde van zijn portefeuille.

Qua holdingsdiscount blijft het Italiaanse Exor een van de absolute kampioenen, met vandaag 55%. Nochtans staat er met John Elkann al langer een ceo aan het roer die goede kritieken krijgt. Elkann heeft de historische kerndeelnemingen van de familie Agnelli in Stellantis, CNH en Ferrari behouden, al werd het belang in die laatste een beetje afgebouwd. De aandelen Ferrari zijn en blijven met 32,8% wel de bepalende waarde van de Exor-holding. De koers van Ferrari is wat teruggevallen, maar de producent van de peperdure sportauto’s blijft het commercieel en financieel erg goed doen.

De grootste waarde creëerde Elkann door een belang in Philips op te bouwen. Hij begon ermee toen Philips heel laag noteerde. Vandaag is dat opgevoerd tot bijna 20% van de Nederlandse groep, actief in de medische sector. Philips is met 13% de portefeuille, de grootste deelneming na Ferrari. Met Lingotto zette Elkann in enkele jaren een succesvolle vermogensbeheerder op die ondertussen al 10 miljard euro beheert. De autogroep Stellantis (met onder meer Fiat) is zwaar teruggevallen en is nog amper goed voor

7,8% van de portefeuille.

Mogelijk is de associatie met de zwak presterende autogroep een van de redenen waarom het aandeel Exor liefst 55% onder de waarde van de portefeuille noteert. Exor maakte daar wel handig gebruik van door voor bijna 1 miljard euro eigen aandelen in te kopen voor de helft van de portefeuillewaarde. Die werden ondertussen vernietigd, samen met de eigen aandelen die al in portefeuille zaten. Daardoor zakte de waarde van de portefeuille per aandeel maar met 8,1% versus 13% zonder inkoop. Wie gelooft in Ferrari kan overwegen te beleggen tegen minder dan de helft van de waarde via Exor.  

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.

Responses