Weet waarin je belegt, ook bij ETF’s: MSCI World Advanced vs. Nasdaq-100-ETF
De wereld van ETF’s of trackers groeit als kool, maar ze dreigen het slachtoffer van hun succes te worden. Er zijn intussen zoveel verschillende ETF’s dat het moeilijk wordt door de bomen het bos te zien.
Voor een tracker op basis van een gewone index zoals de Nasdaq-100 is het meestal relatief eenvoudig: selecteer de honderd grootste beurswaarden die – in dit geval – op Nasdaq (de beurs voor groeibedrijven) noteren en neem ze op volgens hun beurswaarde. Klaar. Bij een index die speciaal samengesteld wordt om een tracker te kunnen commercialiseren, en waarbij aandelen uit specifieke domeinen worden gekozen (zoals uit een bepaalde regio, sector of thema), ligt het anders. Helaas slagen de verkopers van deze producten (en de indexmakers) er niet altijd in duidelijk uit te leggen hoe de bewuste indices en dus de trackers zijn samengesteld.

Neem nu de World Information Technology Sector Advanced-index van indexmaker MSCI. Ons vertrekidee voor deze vergelijking is te kijken hoe een index in wereldwijde IT-aandelen zich verhoudt tot een met alleen Amerikaanse technologieaandelen – die dus in de Amerikaanse Nasdaq-100-index noteren. Je zou dan denken dat Samsung (uit Zuid-Korea) en chipproducent TSMC (uit Taiwan) in ons voorbeeld een verschil maken, want die zouden alleen opgenomen zijn in de IT-wereldindex. Maar fout gedacht, want hoewel Samsung en TSMC twee reusachtige bedrijven zijn, belegt u er niet in als u deze IT-wereldtracker koopt. Dat komt omdat de index alleen aandelen uit “developed countries” opneemt. MSCI beschouwt Zuid-Korea en Taiwan dus niet als ontwikkelde landen, maar als “emerging”. Je moet het maar weten.
De MSCI-wereldindex doet ook een ESG-screening (doorlichting op basis van duurzaamheid) waar vragen bij te stellen zijn. Maar laten we focussen op het woord “Advanced” in de naam van de index. In de beschrijving volgt dan: “Select 20 35 Capped index tracks large and mid cap companies”. Oké, er wordt dus niet in kleinere beurswaarden belegd (”large and mid cap companies”). Het woord “Capped” slaat op de beperking van een aandeel of een groep aandelen tot een bepaald gewicht in de index, dus hoeveel u er onrechtstreeks in belegt. Die techniek wordt gebruikt om te vermijden dat er bijvoorbeeld onevenwichtig veel in hetzelfde wordt belegd. Die 20 en 35 slaan op een percentage: als een bepaald aandeel of groep aandelen dat gewicht bereikt (wanneer bijvoorbeeld de beurswaarde toeneemt) grijpt de indexmaker in en vermindert hij het gewicht van de te zware aandelen. Volledig “tracken” of volgen van een index is dan relatief, maar het doel is duidelijk.

De tracker uit ons voorbeeld had op 3 juni als drie zwaarste aandelen Nvidia (19,4%), Apple (13,45%) en Microsoft (11,77%). Die drie absolute kleppers wegen in deze wereldindex (die eigenlijk een meer evenwichtige spreiding voorstaat) veel zwaarder dan in de Nasdaq-100-index. In die laatste hebben Nvidia, Apple en Microsoft elk een gewicht van 7,58% tot 8,56%. Amazon is in de Nasdaq-100 de nummer vier met een gewicht van 5,4%, terwijl het niet in de top 10 zit van de wereldtracker. Uiteraard zal de prestatie van de aandelen met het zwaarste gewicht doorslaggevend zijn voor de return. Om precies te weten hoe de gewichten worden beperkt, moet je weten welke aandelen beschouwd worden als deel uitmakend van dezelfde groep. We hebben alle beschikbare documenten van iShares en MSCI uitgeplozen, maar die informatie hebben we niet gevonden.
Besluit: Er wordt verondersteld dat particuliere beleggers zelf eenvoudig aan de slag kunnen met ETF’s, maar de methodologie van de indexsamenstellers is soms erg ingewikkeld en wordt te weinig toegelicht. Mijd dus dit soort producten, want het minimum is toch dat je weet waarin je belegt.
Responses