Wat doet u best met uw geld, nu de spaarrente allicht zal dalen?
De eerste jaarhelft van 2024 was verrassend goed voor spaarders en beleggers. Maar waar die eerste groep straks allicht moet inleveren, kunnen beleggers profiteren van een dalende rente.
Zowel de spaarder als de belegger heeft een fijne eerste jaarhelft achter de rug. Maar wat brengt de tweede helft van 2024? Er is weinig twijfel over dat de spaarders dan zullen moeten inleveren. Het kan dus geen kwaad om uw appeltje voor de dorst eens te herbekijken.
Uit een studie van de Oeso blijkt dat de gemiddelde Belg liefst een derde van zijn financieel vermogen op (spaar)rekeningen heeft staan. Dat is bijzonder veel. In de lange periode dat de rente extreem laag was, verloren mensen massaal koopkracht op dat deel van hun vermogen. Maar sinds de rente gestegen is, voelen spaarders zich de koning te rijk: ze kunnen een mooie vergoeding krijgen voor geld dat ze risicoloos parkeren.
Op tijd overstappen
Vanwege diezelfde voordelen doen ook de zogenoemde geldmarktfondsen het goed. Dat zijn fondsen die het geld beleggen in obligaties met een (heel) korte looptijd. In de Verenigde Staten zit er 6.000 miljard dollar in zulke fondsen en in Europa zelfs 8.000 miljard euro. Geldmarktfondsen brengen in dollar rond de 5% op en in euro zo’n 3,5%. Die hoge percentages komen ruwweg overeen met de huidige beleidsrente van de centrale banken.
Maar nu de inflatie zakt, verwachten economen dat de centrale banken de rente gaan verlagen. De Europese Centrale Bank begon er al mee in juni. Het nadeel aan geld op een rekening en in geldmarktfondsen is dat het rendement heel snel zakt als de centrale banken de rente verlagen.
Bovendien leidt een dalende kortetermijnrente meestal tot een stijging van de waarde van obligaties en (vaak ook van) aandelenkoersen. Wie dus wacht tot hij veel minder rente krijgt op zijn rekening om over te stappen op meer renderende beleggingen, zal vaak (veel) meer moeten betalen voor die aandelen of obligaties. Vroeg overstappen loont dus.
Natuurlijk moet iedereen in functie van de eigen situatie bepalen wat de ideale verdeling is voor zijn vermogen. Alleen wie geld op korte termijn niet nodig heeft, mag met een gerust hart in langlopende obligaties en aandelen beleggen. Wie geen risico wil lopen op (tijdelijk) verlies, moet twee keer nadenken.
Bij dit alles moet wel een kanttekening worden gemaakt: eind vorig jaar dachten veel analisten dat we 2024 een recessie zouden krijgen en een reeks snelle renteverlagingen. Liefst vijftien renteverlagingen zouden er dit jaar komen in de Verenigde Staten en de eurozone samen. De teller staat voorlopig op … één. Ook de recessie kwam er niet, in de plaats zagen we een langzaam wegtrekkende inflatie.
De meeste beleggingsstrategen zijn er echter zeker van dat de centrale banken de rente verder zullen verlagen. In Europa kan de zwakke economie licht aantrekken, maar in de VS komt er een vertraging. In China kan de economie mogelijk wat aantrekken, maar niet spectaculair.
Welke aandelen zijn de moeite?
Vincent Juvyns van JP Morgan Asset Management was eind 2023 een van de weinigen die niet in een recessie geloofde. Hij verkoos om vast te houden aan de winnende beurzen in de VS en Japan, plus bedrijfsobligaties. Wat verwacht hij nu? “Ik zou niet weglopen van Amerikaanse aandelen, al zijn zeker de winnaars in technologie wel priced for perfection. Maar ze leveren ook perfecte resultaten”.
Juvyns ziet nu ook kansen voor Europese aandelen. Bij de zoektocht naar rendement zijn Europese aandelen goed geplaatst, want ze zijn laag gewaardeerd en er is vaak een aantrekkelijk dividend. “Het gemiddelde dividendrendement van Europese aandelen is zelfs 3 à 4%.”
Rajesh Tanna, portefeuillebeheerder bij JP Morgan AM, is positief voor aandelen omdat de winstontwikkeling per saldo bepalend is voor de koersen. Hij verwacht groeiende winsten bij een aantal Europese bedrijven, en wijst erop dat een belegger die meestal veel goedkoper op de kop kan tikken dan vergelijkbare Amerikaanse aandelen. Het Europese post- en koeriersbedrijf DHL noteert bijvoorbeeld tegen 12,3 keer de winst, terwijl je voor het Amerikaanse UPS 17,6 keer de winst moet neertellen. Hetzelfde is te zien bij de farmabedrijven die focussen op suikerziekte en overgewicht: het Deense Novo Nordisk noteert tegen zo’n 34 keer de winst, terwijl de grote Amerikaanse concurrent Eli Lilly meer dan 46 keer de winst kost. Ook voor IT-consultingbedrijven gaat dit op. Het Franse Capgemini kun je kopen tegen 16,8 keer de winst, terwijl Accenture tegen 27 keer de winst noteert. Al die bedrijven hebben goede vooruitzichten.
“Als je goede bedrijven goedkoper kan kopen, is er een dubbele winst mogelijk”, zegt Tanna. De beheerder waarschuwt wel voor valse koopjes. “Mijd goedkope aandelen van bedrijven met een lage opbrengst op hun kapitaal (ROIC) en hoge schulden.”
Nog een optie voor wie aandelen wil kopen: de AI-hype doet bedrijven massaal investeren. Via aandelen als Microsoft, chipbedrijven TSMC, ASML kan een belegger meegenieten. Ook kun je investeren in bouwers van elektrische infrastructuur, zoals Schneider Electric en het Ierse Trane. Een analist van Capital Group schuift zelfs de producent van bouw- en graafmachines Caterpillar naar voren, omdat er bijzonder veel nieuwe datacenters gebouwd moeten worden.
En welke obligaties?
Wie in obligaties wil beleggen, moet er rekening mee houden dat er vandaag nog altijd sprake is van een inverse rentecurve: kortlopende beleggingen bieden een hogere couponrente dan obligaties met lange looptijden. Maar dat is meestal van korte duur, en wordt vaak gezien als de voorbode van een afzwakkende economische groei. Vroeg of laat zullen de vergoedingen van kortlopende beleggingen dus lager uitvallen.
Het is goed mogelijk dat ook de vergoedingen voor de langlopende obligaties dan zullen zakken, maar die daling zal kleiner zijn dan die van de kortetermijnrente. Ook blijft de couponrente op obligaties vast gedurende de looptijd. En als de algemene rente daalt, stijgt de waarde van de obligaties, al is dat alleen van belang als u ze vóór de vervaldatum verkoopt of als u in obligatiefondsen belegt.
Financiële dienstverlener JP Morgan en fondsbeheerder Janus Henderson raden aan om vooral te kijken naar bedrijfsobligaties. Daar krijg je als belegger nog een extra vergoeding voor het kredietrisico, in tegenstelling tot bij overheidsobligaties. Bij die laatste is dat risico zogezegd niet aanwezig, maar politieke ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne, verkiezingen in Frankrijk en presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten kunnen wel degelijk schommelingen veroorzaken.
Zowel JP Morgan als Janus Henderson wijst erop op dat de rente mogelijk wat langer hoger blijft als de economische groei of de inflatie hoger uitvalt dan verwacht. Janus Henderson geeft de voorkeur aan Europese obligaties, omdat de rente daar het meest kan zakken. De fondsbeheerder drukt wel op het hart om de beleggingen te spreiden, zeker bij bedrijfsobligaties, en niet te beleggen in bedrijven met veel schulden.
Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.
Wat met de gvv’s? Ondanks de verlaging van de rente door de ECB, herstellen die zich niet echt heb ik de indruk.