Voor de bel: beleggers foppen beleggers
Gisteren bezorgde Wall Street beleggend Europa nog eens een klassiek ‘haha Europa!’ pesterijtje. Dat gaat zo: de Europese beurzen beginnen normaal aan hun laatste anderhalf uur handel als Wall Street opent. De Amerikaanse beleggers duwen de koersen flink lager en Europa volgt. Als de slotbel in Europa geluid heeft, trekt Wall Street prompt de andere kant op en kunnen de Europese beleggers niet meer reageren. Want laat daar geen twijfel over bestaan. De beurzen hier volgen bijna altijd die van New York. Of verandert de stemming? Want vannacht bombardeerden de VS en het VK doelen van de Houti’s in Jemen omdat ze schepen beschieten op de Rode Zee. Voorlopig blijft de olieprijs er relatief rustig bij. Een vat olie steeg met 1,5 dollar tot 79 dollar.
Finaal sloot Wall Street gisteren onveranderd. Ze gingen eerst lager doordat het inflatiecijfer is gestegen van 3,1% in november tot 3,4% in december. “Maar niets gaat in een rechte lijn”, vonden de Amerikaanse beleggers en ze stuurden de koersen weer hoger. De obligatiebeleggers speelden ook vrolijk met de Europese beleggersvoeten. Ze duwden de rente op tienjarige obligaties eerst hoger, maar uiteindelijk eindigde de rente zelfs weer onder de 4%.
De aandelen in Japan zetten hun klim verder en doen er vanochtend 1,5% bij. Vandaag begint in New York het resultatenseizoen met kwartaalcijfers van grote namen uit de financiële sector. Globaal wordt verwacht dat de aandelen uit de S&P 500 in het vierde kwartaal een lichte winstgroei van enkele procenten zullen neerzetten. Belangrijker nog worden de verwachtingen voor 2024.
Amerikaanse bankreuzen tellen snel
Voorbeurs publiceren dus een pak Amerikaanse banken hun resultaten. Daarmee proberen ze voorbeeldig te zijn, want banken zijn wat oneerbiedig gezegd, een soort veredelde boekhouders. Wie snel met cijfers komt, geeft aan controle te hebben over de zaken. Wat wordt er verwacht? Vooreerst dat de meeste banken hun inkomsten hebben kunnen verhogen. JP Morgan zou de kop nemen met een groei van 12%, gevolgd door 6% bij Citigroup en 3% bij Wells Fargo. Het wordt vooral uitkijken naar de winst, wat bij banken met hun talrijke bijzondere kosten heel moeilijk te voorspellen is. Zo zijn economen ook benieuwd naar de provisies die banken zullen nemen voor slechte leningen. Dat kan een indicatie geven van financiële stress of net een teken van vertrouwen zijn.
Hardware of software naar nummer 1?
2.880 miljard dollar: dat was gisteren ongeveer het bedrag waarbij de beurskapitalisatie van Microsoft een tijdje hoger klom dan de beurswaarde van Apple. Deze twee iconische grootheden van de Amerikaanse tech laten de nummer drie, Alphabet, zo maar even 1.000 miljard dollar achter zich. Bovendien stelen deze twee bedrijven ook al langer dan de vijf achtervolgers van de “Magnificent Seven” de show. Vijftien jaar geleden troonde Microsoft nog makkelijk boven Apple, maar dankzij de fenomenale opgang van de iPhone trok Apple zonder nog om te kijken naar de allerhoogste regionen. Tijdens corona, in 2020, wisselden de twee nog even van plaats, maar dan liep Apple weer weg van Microsoft. Heeft het bedrijf op wiens software de helft van de wereld werkt, finaal meer groeipotentieel dan Apple? De recente opgang van Microsoft wordt toegeschreven aan de voorlopersrol die het bedrijf heeft versus Apple in AI. En jawel: de groei van Apple slabakt, terwijl Microsoft blijft groeien. Als dat niet keert, kan Microsoft met afstand de topdog worden van de aandelen.
Wist je dat…
op de eerste handelsdag van de Amerikaanse bitcoin-ETF’s vele miljarden dollar instroomden, maar de prijs van de bitcoin zakte? Een mooi voorbeeld van “sell the news”.
Responses