Recticel vs. Rockwool: uitstootbeperkingen stutten de isolatiemarkt

Beursduel_Recticel_vs_Rockwool

Het Belgische Recticel zet in op isolatie van polyurethaan, terwijl het Deense Rockwool zweert bij het meer natuurlijke rotswol. De conjunctuur in de bouw zit al een tijd tegen, maar de nood aan isolatie creëert hoge groeiverwachtingen.

De productie van isolatiematerialen vergt veel energie. Voor Recticel en Rockwool is het dan ook goed nieuws dat de energieprijzen verder dalen. Daarbij zal de nood aan isoleren niet verminderen, want overheden hebben streefdoelen om de koolstofuitstoot te reduceren. Een grote bron van uitstoot is gelinkt aan de verwarming van gebouwen. De doelstellingen van Europa om die te beperken, spelen Recticel en Rockwool in de kaart, aangezien beide bedrijven (respectievelijk 90 procent en 76 procent) het gros van hun inkomsten op dit continent realiseren.

Sinds de rente in 2022 fors is gaan stijgen, staat de bouw in Europa echter op een laag pitje. Recticel maakte al resultaten bekend over het eerste kwartaal van dit jaar en signaleerde wel wat beterschap. De omzet nam toe met 12,7 procent, mede dankzij de prijzen die wat gestegen zijn tegenover het dieptepunt in het laatste kwartaal van vorig jaar. Blijkbaar zijn prijzen van de isolatieproducten van Recticel gevoeliger voor de conjunctuur dan bij Rockwool.

Rockwool groeide vorig jaar met 6 procent tot een omzet van 8,45 miljard euro. De Denen zijn veel groter dan het Belgische Recticel, dat vorig jaar groeide met 15,3 procent tot 610 miljoen euro. Rockwool mikt vooral op organische groei. Eind vorig jaar deed het wel twee kleinere overnames, in Vietnam en in de VS. De Denen bouwden al een fabriek in de VS nog voor er sprake was van invoertarieven. Wereldwijd zijn er nog een viertal productie-eenheden in aanbouw, andere zitten nog in de ontwikkelingsfase.

Het grootste verschil tussen het Belgische en Deense bedrijf is de winstgevendheid. Rockwool heeft een gezonde balans en behaalde over 2024 een operationele winstmarge (ebit) van 17,5 procent, terwijl Recticel op 3 procent bleef steken. De verwachting is wel dat de volumes en prijzen voor de polyurethaanproducten zich meer kunnen herstellen. Recticel haalt bijna de helft van zijn omzet uit isolatie voor nieuwe, niet-residentiële gebouwen en die activiteit blijft wellicht het moeilijkste. Ondernemers zijn niet geneigd te investeren, zolang de Amerikaanse regering onzekerheid zaait. Rockwool haalt het grootste deel van zijn omzet uit renovatieprojecten, een activiteit die minder conjunctuurgevoelig is. Recticel wil verder groeien via overnames. Met ruim 50 miljoen euro netto op de bank heeft het bedrijf daarvoor de middelen.

Rockwool verwacht dit jaar een groei van minder dan 10 procent en stelt een operationele winstmarge van 16 procent voorop, iets lager dan de erg sterke 17,5 procent van 2024. De ceo van Rockwool verklaart die hoge marge door erg winstgevende operaties in Noord-Amerika (19 procent van de omzet) en lagere inputkosten. Vooral lagere prijzen voor aardgas spelen een rol, want dat verbruikt Rockwool in grote hoeveelheden. Om rotswol te maken zijn temperaturen tot 1.500 graden Celsius nodig. Over hitte gesproken: een troef van de rotswol van Rockwool is dat het niet brandbaar is, terwijl isolatieplaten van polyurethaan op dat punt zwakker scoren. Dat geeft Rockwool wellicht een voordeel op de renovatiemarkt, waar het moeilijker is om isolatie brandveilig aan te brengen.

Besluit: Recticel noteert tegen ruim 30 keer de winst van het voorbije jaar, terwijl Rockwool amper de helft zo duur is. Als de bouwmarkt zich herpakt, is er bij Recticel wel een sterk herstel mogelijk. Rockwool stevent dan wellicht eerder op een consolidatiejaar af, maar globaal oogt het profiel van het Deense bedrijf evenwichtiger en minder cyclisch.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.

Responses