Passief beleggen wint het van actief

Woman relaxing in a hammock

Het is gebeurd. In de VS hebben passief beheerde beleggingsfondsen de actief beheerde fondsen bijgehaald als populairste belegging. Maar de actieve beheerders rechten hun rug.

Eind januari 2024 was in de Verenigde Staten net iets meer dan de helft van alle fondsenkapitaal (50,02%) passief belegd, dus in fondsen die een index volgen, vooral ETF’s. De actief beheerde fondsen vielen terug tot 49,98%.

In Europa is volgens het ratingbureau Morningstar ‘maar’ 26,7% van het beleggingsgeld in fondsen passief belegd. Maar de groei is ook in Europa bijzonder sterk. In 2023 pompten de Europeanen liefst 80% meer geld in ETF’s dan het jaar ervoor. In vergelijking met tien jaar geleden is het marktaandeel van passieve fondsen en ETF’s zelfs verdubbeld.

Voornaamste reden voor de onstuitbare opgang van passief beleggen: het brengt meestal meer op dan actieve beleggingsfondsen. Passieve fondsen maken hun doelstelling, even goed presteren als de index, waar. Terwijl de meeste actieve fondsen globaal lager scoren dan de indexfondsen.

Zwak op lange termijn

Passief beleggen is gemakkelijk. Het volstaat om hersenloos de respectievelijke indices te volgen om (bijna) eenzelfde rendement te bieden. Minus de beperkte jaarlijkse beheerskosten. Dat kan grotendeels geautomatiseerd, zodat de lopende kosten lager uitvallen dan voor actieve fondsen (die meer moeten uitgeven aan analyse, beheer en distributie).

Tweemaal per jaar gaat Morningstar na hoe de prestaties van de twee beleggingsformules evolueren (zie grafieken). De jongste studie loopt tot midden 2023.

Vooral de zwakke prestaties op lange termijnen van actieve fondsen zijn ontluisterend. Over 10 jaar haalde amper 25% van de Amerikaanse actief beheerde fondsen een hoger rendement dan hun ‘goedkope’ tegenhangers. Van de in Europa gecommercialiseerde actieve fondsen kon over de voorbije 10 jaar amper 17% een hoger rendement halen dan een vergelijkbaar passief fonds of ETF. De resultaten zijn gewogen volgens het beheerde vermogen. De actieve obligatiefondsen scoorden wat beter.

De prestaties op kortere termijnen en vooral het jongste jaar zijn wel opmerkelijk beter voor de actieve fondsen. Bij aandelen scoorde zo’n 40% beter dan vergelijkbare indexfondsen en bij de obligaties loonde 60% van de actief beheerde obligatiefondsen zich het beste.

Wijst die evolutie op beterschap bij de actieve fondsen? Onder druk van de goedkopere ETF’s zijn de (beheers)kosten bij actieve fondsen aan het zakken. Opmerking: in België zijn de jaarlijkse kosten wel bij de hogere van Europa. Aandelenfondsen worden per jaar afgeroomd met gemiddeld 1,7% lopende kosten, gemengde fondsen met 1,6% en obligatiefondsen met pakweg 1%.

Het is niet moeilijk te begrijpen dat in de jaren van een nulrente het voor een obligatiefonds moeilijk was om die jaarlijkse kosten terug te verdienen, laat staat beter te scoren dan een indexfonds. De renteverhoging gaf de actieve fondsen wel weer kansen om een hoger rendement te halen.

Beter op korte termijn

Ook de actieve aandelenfondsen presteerden recent veel beter. Vooral de actieve Amerikaanse fondsen: 57% haalde een hoger rendement dan de indexfondsen- en ETF’s. Bij aandelen met kleine beurskapitalisaties loonde zelfs 65% van de actieve fondsen.

Op efficiënte markten zullen indexfondsen vaak het beste resultaat geven, terwijl actieve fondsen vooral op niet-efficiënte beurzen, zoals de groeilanden of Brussel, gemakkelijker hun waarde kunnen tonen. Daardoor kloppen Belgische actief beheerde fondsen vaker wel dan niet de Belgische index. Er is trouwens maar 1 ETF die de Bel20-index volgt.

De zwakke historische statistieken voor actieve fondsen werden wellicht ook mede in de hand gewerkt door de politiek van de grootbanken, die massaal actieve beleggingsfondsen lanceerden, zonder veel in het beheer ervan te investeren. Stilaan worden de klanten kritischer en zijn ze beter geïnformeerd. Let wel: een goed geïnformeerde belegger weet ook dat hij rendementen niet op te korte termijn mag beoordelen. Een actief beheerd beleggingsfonds wijkt immers bewust af van de index of gaat zelfs een heel andere weg. Daardoor zijn er onvermijdelijk ook periodes dat het rendement lager is dan de index. Als de index of de markt daarna corrigeert, kan het actieve fonds beter scoren.

Tot slot is er de almaar grotere rol van een beperkt aantal superaandelen. De Amerikaanse Magnificent Seven (Microsoft, Apple, Nvidia …) zijn goed voor zowat een derde van de volledige S&P 500, de belangrijkste index ter wereld. Daardoor vloeit er automatisch meer passief geld naar die grote aandelen Dat duwt hun waarde nog hoger, waardoor ze nog meer geld aanzuigen. Hoelang kan dit blijven duren? Moeilijk te zeggen. Zeker is wel dat de passieve fondsen zullen bloeden als het lot voor de grote beurswaarden keert.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.

Responses

  1. Beste Jan, daar bedoel ik mee: veel handel en vooral veel verschillende deelnemers met verschillende visies en doelstellingen, particulieren, grote professionele beleggers, pensioenfondsen, fondsbeheerders,..Een hetrogene groep deelnemers zodat je ‘wisdom of the crowd’ krijg. Een hetrogene groep zorgt voor juistere prijzen.

  2. Actieve fondsen starten sowieso al met een handicap, je betaalt al snel 1% aan jaarlijkse kosten. Ze moeten dus al een procent meer halen per jaar gewoon om break-even te draaien met een passief fonds.