Na de bel: De namaak indicator 

Flea market

Noodlijdend Nissan wil hoofdzetel verkopen voor 610 miljoen dollar

Niet alleen Europese en Amerikaanse autobouwers hebben het lastig. Het noodlijdende Japanse Nissan is volgens Bloomberg in vergevorderde onderhandelingen met de Amerikaanse investeringsmaatschappij KKR om de Nissan hoofdzetel in Yokohama te verkopen. Dat zou omgerekend 610 miljoen dollar opbrengen. Daarna zou Nissan het gebouw voor minstens tien jaar huren. Nissan heeft een ingrijpend herstructureringsplan klaar. Zeven van de zeventien fabrieken moeten dicht en zo’n  20.000 of 15% van de werknemers moeten op zoek naar een andere job. De verkoop van de hoofdzetel moet de schuldenberg helpen verminderen, de besparingen moeten de verliescijfers zo snel mogelijk ombuigen naar winst.

Walmart staat voor verscheurende keuze 

Hoe zou het met de Amerikaanse consument zijn, de mensen die volgens het cliché sneller consumeren dan hun bankrekening kan gevuld worden? De grootste supermarktketen van de VS, Walmart, publiceerde donderdag, voor opening van Wall Street cijfers over het tweede kwartaal. Beleggers stuurden het aandeel onmiddellijk 5% lager. Het gaat dus niet zo goed met Joe Sixpack?  Of is dat een te haastige conclusie? De omzet van Walmart in de  VS nam toe met  4,6% tot 120,9 miljard dollar. Dat is best stevig. Bovendien verhoogde Walmart de verwachtingen voor de volgende kwartalen. Toch is er een probleem: de winstgevendheid volgde niet. Zelfs met het uitsluiten van hoge ‘buitengewone’ kosten, nam de operationele winst toe met amper 0,4%. Dat heeft te maken met de gedaalde dollar tegenover de Mexicaanse peso, waar Walmart veel inkoopt. Bovendien beginnen alle  ingevoerde producten elke week duurder te worden, liet de ceo van Walmart weten. Het bedrijf staat voor een moeilijke keuze: de prijzen in de winkels optrekken en riskeren dat de consument wegblijft. Of niet doorrekenen en inboeten op de winst.  

Industrie in de VS leeft op, zegt de namaak indicator 

Volgens dataleverancier S&P Global kende de Amerikaanse industrie in augustus een forse opleving. De PMI-indicator (Purchasing Managers Index) steeg van 52,3 punten in juli naar 55,2 punten in augustus. Een niveau onder 50 wijst historisch op krimp, vanaf 50 punten is er groei en hoe hoger dit getal, hoe meer groei. Nu is het wel zo dat de PMI-indicator van S&P Global nog geen lange geschiedenis noch diepe statistieken heeft. De originele PMI indicator heeft dat wel, want wordt uitgevoerd door een instituut van inkoopmanagers dat startte in 1915. Maar data en statistieken over de economie zijn een lucratieve business. Dat weet het Amerikaanse Standard & Poor’s (S&P) als de beste. S&P, dat in 2007/2008 met de financiële crisis te kijk stond met foute beoordelingen van kredieten, liet zich daardoor niet uit het lood staan. Nog altijd vertrouwen beleggers zich op de kredietrating van S&P. Fijn, zei het bedrijf en het nam enkele jaren geleden het bureau over dat onder de naam ‘Markit’ maandelijkse enquêtes verrichtte naar de stemming onder inkopers van bedrijven. Terwijl Markit zelf ook al een kopie was van de originele PMI-indicator, gaat die nu verder onder de merknaam van ‘S&P Global PMI’. Met andere woorden: wij kijken toch nog even uit naar het cijfer over augustus van het eerbiedwaardige Institute for Supply Management. Bij hen kwam de PMI van juli nog uit op een magere 48 punten en dus krimpende Amerikaanse industrie.   

Responses