Na de bel: met beursnieuws de klok rond

De beurs die nooit slaapt

De Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq, de thuisbasis voor enkele van de grootste beursgenoteerde bedrijven ter wereld zoals Nvidia, Apple, Alphabet en Microsoft, maakt zich klaar om een aanvraag te doen bij de Amerikaanse beurswaakhond (SEC) om zijn deuren 23 uur per dag, vijf dagen per week, geopend te mogen houden. Concurrenten zoals de New York Stock Exchange en de beurs van Chicago (Cboe Global Markets) dienden eerder al een aanvraag in om de klok rond geopend te mogen zijn. De technologiebeurs zou dus in de toekomst bijna doorlopend geopend kunnen zijn en enkel een uurtje per dag sluiten voor technisch onderhoud. Nasdaq wil zo inspelen op de wereldwijde stijgende vraag naar Amerikaanse aandelen. De totale waarde van de Amerikaanse aandelenmarkten omvat twee derde van het totaal aan wereldwijde beurswaarde. Daarbovenop zou bijna een derde van de Amerikaanse aandelen in buitenlandse handen zijn. Buitenlandse aandeelhouders hoeven in de toekomst dus niet langer wakker te blijven om te handelen. 

Vrede zet defensiespelers bloedrood

Vrede in Oekraïne, het lijkt dan toch erg dichtbij en dat denken ook beleggers. De geopolitieke onrust en bijkomende investeringen in defensie hebben de beurskoersen van defensiespelers de laatste jaren de hoogte in gejaagd. Beleggers hoopten zo in te kunnen spelen op de verhoogde wereldwijde defensiebudgetten. Nu zowel de Amerikaanse president Donald Trump als zijn Oekraïense evenknie Zelenskyy beweren dichtbij een staakt-het-vuren te zijn, drukken beleggers op de verkoopknop. Zo verliest Rheinmetall dinsdag 4,7 procent op de beurs van Berlijn en verliest ook het Italiaanse Leonardo en Britse BAE Systems respectievelijk 3,9 procent en 1,7 procent op de beurs van Milaan en Londen. Elk vredessignaal is voor beleggers een goed excuus om winsten veilig te stellen. Toch zal een mogelijk staakt-het-vuren niet direct effect hebben op de vooropgestelde defensiebudgetten.

Chinese concurrentie speelt westerse merken parten

Bekende westerse merken als sportdiscounter Decathlon, ijsmaker Häagen-Dazs en de koffiebrouwers Starbucks, Peet’s en Costa Coffee zijn allemaal actief in Azië. Maar de westerse succesmerken hebben het vooral in China de laatste tijd bijzonder lastig met de snelgroeiende lokale concurrentie. Zo heeft de Chinese barista Luckin Coffee, die slechts in 2017 werd opgericht, ondertussen het grootste marktaandeel in het land. Ook de slechte relatie tussen China en de Verenigde Staten gooit roet in het eten van de buitenlandse bedrijven. Om competitief te blijven, zullen de bedrijven genoodzaakt zijn om samen te werken met lokale bedrijven of investeerders. Enkel zo kunnen ze snel inspelen op veranderingen en de noden van de lokale consument. Daarom besloot Starbucks een maand geleden om 60 procent van zijn Chinese onderneming te verkopen aan het lokale Boyu Capital. Ook McDonald’s sloeg in 2017 de handen in elkaar met lokale investeerders en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Anderen zullen vermoedelijk in hun voetsporen treden en hetzelfde doen.  

Responses