Na de bel: bouwen aan de toekomst

IMF waarschuwt voor economische groeivertraging

Economen kunnen de toekomst niet voorspellen. En toch wordt van hen verwacht dat ze dat doen. De economen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) publiceren daarom twee keer per jaar, in april en in oktober, hun prognose van de wereldeconomie. In juni en januari volgt er telkens een update. Dinsdag was het weer zover. Gewoonlijk baseert men zich op macro-economische cijfers uit het recente verleden die moeten dienen als ‘voorlopende indicatoren’. Doorgaans zijn die gegevens voldoende om een betrouwbaar beeld te schetsen van wat ons de komende zes tot twaalf maanden te wachten staat. Maar dan mag er wel niet plots iets geheel anders uitdraaien dan verwacht. Laat dat nu net het probleem zijn. Met Donald Trump als president van de VS verandert er bijna iedere dag wel iets. Ging het IMF in januari nog uit van een wereldwijde economische groei van 3,3 procent, dan werd dat dinsdag bijgesteld tot 3,1 procent. “Maar het zou eventueel ook maar 2,5 procent kunnen zijn”, aldus de organisatie. Daarmee bevestigt men dat je vandaag weinig of niks kan voorspellen. Het hangt allemaal af van hoe de toestand in het Midden-Oosten evolueert.

Banken verdienen aan de oorlog in Iran

Een dag na Goldman Sachs was het de beurt aan JP Morgan, Wells Fargo en Citigroup om kwartaalresultaten op te biechten. JP Morgan boekte in de eerste drie maanden een nettowinst van 16,5 miljard dollar. Bij Wells Fargo en Citigroup was dat respectievelijk 5,25 miljard en 5,8 miljard dollar. Die winsten zijn hoger dan verwacht. Vooral aan de handel in obligaties en aandelen hebben de Amerikaanse grootbanken het afgelopen kwartaal veel verdiend. De inkomsten in de marktenzalen stegen dankzij de volatiliteit die veroorzaakt werd door de oorlog in Iran. Die hogere nervositeit en koersschommelingen leveren op twee manieren veel meer winst op voor de banken. De onzekerheid doet klanten meer handelen, zodat de verhandelde volumes stijgen. Maar daarnaast is ook de winstmarge voor de traders en dealers groter. Dat laatste is een gevolg van het grotere verschil in bied- en laatprijzen waaraan die marktmakers effecten kopen en verkopen.

Komt er een heropleving in de bouwsector?

Sika wordt weleens omschreven als het ‘Zwitserse Soudal’. Het chemiebedrijf dat toeleverancier is aan de bouwsector verkoopt inderdaad ook tubes lijm en siliconen die erg lijken op de producten die we kennen van Soudal uit Turnhout. Maar daarnaast heeft Sika nog een groot gamma aan dichtingsproducten, additieven voor beton en 101 andere hulpmiddelen voor de bouw op de markt. Die worden geproduceerd in zowat 400 fabrieken die Sika wereldwijd heeft. Het bedrijf is ook toeleverancier aan de autosector. Zowel in de bouw als bij de autoproducenten gaat het al lange tijd slecht. Geen wonder dus dat het aandeel van Sika al lang ondermaats presteert op de beurs van Zürich. Kostte een aandeel van het bedrijf begin 2022 nog 380 Zwitserse frank, dan was dat maandag nog 137 frank. Dinsdag kon de koers 7,5 procent opveren tot 147,6 frank. Het bedrijf liet nochtans weten dat de omzet in het eerste kwartaal met 7,1 procent is gedaald. Maar beleggers gaan er blijkbaar van uit dat het ergste achter de rug is.

Responses

  1. Sika bestaat al sinds 1910 en werd vooral bekend door het waterdicht maken van de vele Zwitserse tunnels (door rots-en betoninjecties). Van tunnels hebben de Zwitsers wel kaas gegeten … want ook hun kazen (Emmenthal en Gruyère) worden trouwens gekenmerkt door grote gaten en tunnels !! Soudal daarentegen bestaat slechts sinds 1966 en werd vooral bekend door de vele toepassingen van siliconen en polyurethaan. Met de jaren heeft Soudal ook veel overnames gedaan en hebben ze nu bijna voor elke toepassing wel een “spuit”variant. Soudal is dus in feite het “Kempense Sika” …(ere wie ere toekomt -:)