Lagere pensioenverplichtingen met dank aan de hogere rente

Solvay

Het pensioentekort van Solvay komt vooral terecht bij EssentialCo

Tal van beursgenoteerde bedrijven bieden hun werknemers extralegale voordelen. In veel gevallen garanderen ze hun personeelsleden een bepaalde vergoeding bovenop hun wettelijk pensioen.  Al te gulle verplichtingen, die nog onvoldoende zijn afgedekt door eerdere bijdragen, kunnen voor sommige ondernemingen evenwel lange tijd een molensteen om hun nek vormen (met Agfa Gevaert als bekend voorbeeld). Deze pensioenrisico’s moeten dan ook op de balans worden weergegeven. Dat moet bovendien worden bijgestuurd in functie van nieuwe macro-economische gegevens. Vooral een wijziging in het rentepeil heeft een grote impact op de waarde van de pensioenverplichtingen, zoals in 2022 duidelijk werd. We maken de oefening voor het huidige en het toekomstige Solvay en gaan na wat de impact is op de solvabiliteitsratio’s.

Focus op de ‘defined benefit’-plannen 

Eerst moeten we een belangrijk onderscheid maken tussen de zogenaamde ‘defined contribution’-plannen (toegezegde of vaste bijdragen) en de ’defined benefit’-plannen (toegezegde of vaste prestaties). In het eerste geval is er sprake van bepaalde bijdragen door de onderneming, die optimaal worden belegd. Deze bijdragen worden dan rechtstreeks in kosten opgenomen door de werkgever. Er is in dit geval evenwel geen garantie van een bepaald eindbedrag. Het risico wordt dus eigenlijk door de verzekerde (werknemer) gedragen. Op de balans van de ondernemingen moeten er bijgevolg geen verplichtingen opgenomen. Niet verwonderlijk dat bedrijven hieraan vaak de voorkeur geven voor nieuwe pensioenplannen.

Bij de ‘defined benefit’-plannen daarentegen garandeert de onderneming haar werknemers een bepaalde prestatie. Om deze te kunnen garanderen, zal de onderneming regelmatig gelden moeten storten in een pensioenplan dat vooral belegt in obligaties en aandelen. De waarde van de pensioenactiva evolueert dan natuurlijk mee met de onderliggende beleggingen. Volstaan de activa niet om de verplichtingen na te komen, dan wordt dit dan op de balans weergegeven als een nettoverplichting. Omwille van het risico dat zulke ‘defined benefit’-plan inhouden, stellen tal van bedrijven dit niet meer open voor nieuwe toetreders. 

Via provisies (voorzieningen) wordt de pensioenkost nu al verrekend in de resultatenrekening

Ondernemingen moeten dus duidelijk maken dat ze in de toekomst nog betalingen moeten doen in het kader van de pensioenplannen van hun werknemers. De vraag is hoe dit nu precies in de jaarrekening moet worden opgenomen. Een belangrijk principe is dat kosten van deze pensioenplannen moeten worden toegewezen aan de periode waarin de werknemer zijn prestaties levert (volgens het zogenaamde ‘accrual-principe’), ook al gebeurt de betaling zelf (veel) later. 

Hier komt de term provisies, of voorzieningen, op de proppen. Dit betekent dat er geleidelijk kosten in de resultatenrekening worden opgenomen en er tegelijk een aparte verplichting op lange termijn (de voorziening) op de balans verschijnt. Het effect is dus onmiddellijk merkbaar in het resultaat van de onderneming, maar de betaling zelf gebeurt later. Bij pensioenen is zulke voorziening natuurlijk belangrijk, aangezien er een lange periode zit tussen wanneer de werknemer zijn prestaties levert (en een deel van pensioenrechten verdient) en wanneer de uitkering daadwerkelijk gebeurt.

Dezelfde redenering geldt overigens ook voor andere provisies, zoals voor milieuschade. Denk daarbij aan de recente deal waarbij Solvay een bijkomende voorziening aanlegt voor Pfas. Solvay vermeldde eind juni dat er in het tweede kwartaal van 2023 een bijkomende provisie van 250 miljoen euro wordt aangelegd. Deze kost zal dus verrekend worden in de resultatenrekening 2023, maar het gros van de betaling zal waarschijnlijk plaatsvinden in 2024 en de resterende bedragen in de jaren nadien. Samengevat geeft een voorziening dus weer welk bedrag er reeds in de kosten is opgenomen, maar in de toekomst nog moet worden betaald.  

Terug naar de pensioenen. Gelukkig wachten bedrijven niet tot de datum van pensionering van hun werknemers om betalingen te doen, en leggen ze daadwerkelijk vooraf ook al cash opzij onder de vorm van bijdragen aan een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij. Die beleggingen, en de opbrengst ervan,  moeten  dan de toekomstige verplichtingen dekken. In de realiteit zullen de beleggingen vaak niet volstaan om deze verplichtingen te dekken. In dat geval is er sprake van een pensioentekort (‘pensioen deficit’). Dit is het bedrag dat we op de balans terugvinden als netto-pensioenverplichtingen.

We nemen het jaarverslag van Solvay bij de hand. Op de balans van 31/12/2022 zien we dat er bij ‘provisions for employee benefits’ een bedrag van 1,057 miljard euro prijkt. 

Afbeelding met tekst, schermopname, nummer, lijn

Automatisch gegenereerde beschrijving

Dit bedrag van 1,057 miljard geeft wel het totaalbedrag weer qua ‘employee benefits’. Indien we enkel toespitsen op het pensioen, dan kijken we in de toelichting bij voetnoot 31 bij de zogenaamde ‘post-employment benefits’.

Afbeelding met tekst, Lettertype, lijn, nummer

Automatisch gegenereerde beschrijving

We baseren ons dus op dit bedrag van 873 miljoen euro als nettopensioenverplichting. In de toelichting (bij voetnoot 31) kunnen we meer informatie terugvinden over de verhouding tussen de verplichting en de activa. Onderstaande tabel geeft weer hoe groot de verplichtingen in elk land zijn, en welk bedrag aan beleggingen daar al tegenover staat.

Afbeelding met tekst, schermopname, nummer, Lettertype

Automatisch gegenereerde beschrijving

Hier zien we dat brutobedrag van verplichtingen, voor alle landen samen, oploopt tot 3,801 miljard euro. Dankzij de activa van 2,990 miljard euro is het nettobedrag ‘slechts’ 810 miljoen euro. Merk op dat er een beperkte afwijking is t.o.v. de 873 miljoen euro waarover eerder sprake was. Om technische redenen, waarbij compensatie tussen activa en passiva (‘netting’) niet volledig mogelijk is,  wordt immers een beperkt bedrag aan activa (afgerond 62 miljoen euro) apart op de balans vermeld. Uit de tabel kunnen we ook afleiden dat Frankrijk instaat voor meer dan de helft van de netto-pensioenverplichtingen, een erfenis van de overname van het Franse Rhodia.

Hoe wijzigt dat bedrag?

Het bedrag van de nettoverplichtingen op de balans is natuurlijk onderhevig aan wijzigingen. Dit blijkt uit de vergelijking met 2021. Toen was er sprake van een nettoverplichting van 1,123 miljard euro (1,371 miljard euro aan verplichtingen versus 248 miljoen euro aan activa die apart vermeld worden op de balans).

Afbeelding met tekst, schermopname, nummer, Lettertype

Automatisch gegenereerde beschrijving

Vatten we de evolutie bij Solvay samen, dan merken we het volgende. Er was dus in 2022 een daling van de nettoverplichting met 312 miljoen euro. De oorzaak ligt in een daling van de pensioenverplichting (-1,215 miljard euro) die meer uitgesproken was dan de daling in de pensioenactiva (-903 miljoen euro).

In miljard euro20212022Wijziging
Pensioenverplichtingen5,0163,801-1,215
Pensioenactiva3,8932,990-0.903
Nettoverplichting1,1230,810-0.312

Benieuwd wat hier aan de basis ligt. Er zijn diverse redenen mogelijk voor dergelijke wijzigingen. In eerste instantie denken we aan nieuwe provisies die worden aangelegd, maar eveneens bijstortingen die gebeurd zijn. Opnieuw kan de toelichting ons meer duidelijkheid verschaffen. Bij Solvay gebeurden er in 2022 meer bijstortingen (227 miljoen euro) dan er extra voorzieningen moesten worden aangelegd (58 miljoen euro). Hierdoor daalt de nettoverplichting op de balans, maar dit is onvoldoende de daling van 312 miljoen euro volledig te verklaren. 

Er is immers ook een niet onbelangrijke impact van de herwaardering. Dit is een interessant gegeven, omdat we dit fenomeen in 2022 ook bij andere bedrijven konden vaststellen. De oorzaak kan snel gevonden worden in de aanzienlijke stijging van de rente in de loop van 2022. Ter illustratie: de 10-jaars rente in België begon het jaar 2022 op een niveau van 0,21 procent en sloot eind december af op 3,14 procent.

Dit had zowel een impact op de verplichtingen als op de activa. Per verschil had dit een gunstig effect op de nettoverplichtingen (een daling van 157 miljoen euro). We verklaren ons nader.

Afbeelding met tekst, schermopname, nummer, lijn

Automatisch gegenereerde beschrijving

Actuarieel cijfergegoochel

Eerst een woordje uitleg over deze actuariële herwaardering. Zoals eerder toegelicht, verwijzen de pensioenverplichtingen naar de toekomstige pensioenbetalingen. In de balans wordt dit in actuele waarde weergegeven. Om deze ‘present value’ te bepalen, moeten de toekomstige bedragen worden teruggerekend aan de hand van een bepaalde rentevoet. Hoe hoger deze rentevoet, hoe kleiner de actuele waarde. Ter illustratie: een bedrag van 100 euro dat binnen 20 jaar moet worden uitgekeerd, geeft met een rentevoet van 2 procent een actuele verplichting van 67,3 euro. Maken we diezelfde oefening met een rentevoet van 3 procent, dan valt die actuele verplichting terug tot 55,4 euro. De slotsom is dat de robuuste rentestijging van 2022 een gunstig effect had op de (actuele waarde van de) pensioenverplichtingen.

Afbeelding met tekst, schermopname, nummer, Lettertype

Automatisch gegenereerde beschrijving

In het geval van Solvay leidden deze actuariële wijzigingen (de hantering van een andere rentevoet voor de toekomstige verplichtingen) tot een daling van de verplichtingen met maar liefst 1,067 miljard euro.

De keerzijde van de medaille is echter dat een hogere rente ook een negatieve impact heeft op de waarde van de pensioenactiva. Het grootste deel van de beleggingen bestaat immers uit obligaties (bij Solvay eind 2022 goed voor 74 procent van de pensioenactiva), waarvan de waarde daalt bij een hoger rentepeil. Voor Solvay leidde de rentestijging in de praktijk tot een daling van de waarde van de pensioenactiva met 910 miljoen euro.

Afbeelding met tekst, schermopname, nummer, Lettertype

Automatisch gegenereerde beschrijving

Samengevat: dankzij de rentestijging daalde de waarde van de pensioenverplichtingen in 2022  met 1,067 miljard euro. Tegelijk verminderde ook de waarde van de pensioenactiva met 910 miljoen euro. Blijft over een afname van de nettoverplichting met 157 miljoen euro.

Rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen

Wie dit (gunstig) effect van 157 miljoen euro zal opzoeken in de winstcijfers zal echter van een kale reis thuis komen. De IFRS-regels bepalen immers dat dit moet worden opgenomen in ‘other comprehensive income’ (meestal vertaald als niet-gerealiseerde resultaten). Dit onderdeel van de jaarrekening, dat meestal op de resultatenrekening volgt, geeft een overzicht van de resultaten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden verwerkt. Het geeft m.a.w.  de verbinding weer tussen het nettoresultaat (in de resultatenrekening) en de wijziging van het eigen vermogen (in de balans). In onderstaande tabel vinden we het getal van 155 miljoen euro (dat door afrondingen licht afwijkt van de eerder vermelde 157 miljoen euro) terug voor Solvay. Deze lagere waarde van de nettoverplichtingen komt dus het eigen vermogen voor dit bedrag ten goede.  

Naast dergelijke actuariële wijzigingen zijn er overigens nog een aantal andere zaken die rechtstreeks worden opgenomen in eigen vermogen. Denk daarbij aan wisselkoersverschillen voor buitenlandse activa of inkoop eigen aandelen. Maar dat is voer voor een andere bijdrage.

Afbeelding met tekst, schermopname, nummer, Lettertype

Automatisch gegenereerde beschrijving

Hoe groot is nu de impact op de solvabiliteitsratio’s

In een eerdere bijdrage (‘Leverage ratio: what’s in a name?’) bespraken we al enkele solvabiliteitsratio’s. De focus ligt daarbij meestal op de nettoschuld, standaard berekend als de financiële schulden min de cash. Er valt iets voor te zeggen om de netto-pensioenverplichtingen hierbij op te nemen, aangezien deze (net zoals de financiële) schulden in de toekomst nog betaald moeten worden. Op basis van de nettoschuld, inclusief deze verplichtingen, kunnen we dan ook aangepaste solvabiliteitsratio’s berekenen.

Voor Solvay zullen we – voor de eenvoud – gebruik maken van de totale verplichting voor ‘employee benefits’. Solvay vermeldt deze cijfers ook voor de opsplitsing in de 2 nieuwe entiteiten, EssentialCo en SpecialtyCo.  Aangezien we ons, in deze context, toeleggen op de impact van de pensioenverplichtingen, houden we de andere provisies (zoals milieuvoorzieningen) verder wel buiten beschouwing.  

Stand van zaken qua schuldpositie in de huidige Solvay-groep

Zoals in het eerdere artikel besproken, wordt het cijfer van de nettoschuld meestal vergeleken met het eigen vermogen (‘gearing ratio’) en met de EBITDA (‘leverage ratio’).

Maken we deze berekening eerst voor de Solvay-groep, zónder rekening te houden met de ‘employee benefits’. Dit levert redelijke cijfers op. De gearing ratio komt met name uit op 33,9 procent (een stuk onder de vaak gehanteerde bovengrens van  50 procent) en de leverage ratio landt op 1,1 (comfortabel onder 3, al streven veel bedrijven naar een cijfer onder 2). 

Miljard EUR2022
Net debt3,591
Equity10,603
EBITDA3,229
Gearing (Net debt/Equity)33,9%
Leverage ratio (Net debt/EBITDA)1,11

Brengen we vervolgens ook de verplichtingen voor ‘employee benefits’ (een bedrag van 1,056 miljard euro) in rekening, dan lopen de ratio’s voor de Solvay-groep logischerwijze iets hoger op. Met een gearing van 43,8 procent en een leverage ratio van 1,45 liggen de schudratio’s echter nog steeds onder het kritisch niveau. De  impact van de pensioenverplichtingen op de solvabiliteit van Solvay blijft dus al bij al relatief beperkt. 

Miljard EUR2022
Net debt, incl. employee benefits (EB)4,647
Equity10,603
EBITDA3,229
Gearing (Net debt incl. EB/Equity)43,8%
Leverage ratio (Net debt incl. EB/EBITDA)1,45

Gemengd beeld van solvabiliteit bij de nieuwe bedrijven

In de bijdrage ‘Free cashflow: al dan niet beschikbaar voor de aandeelhouders’  bespraken we de geplande toewijzing van de nettoschuld van Solvay aan de 2 nieuwe entiteiten. We nemen nu ook de verdeling van de pensioenverplichtingen onder de loep. 

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, nummer

Automatisch gegenereerde beschrijving

In een bijkomend lijvig document, beschikbaar via de website van Solvay, maakte het bedrijf bijkomende details bekend over de opdeling van de balans.

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, lijn

Automatisch gegenereerde beschrijving
Afbeelding met tekst, lijn, nummer, Lettertype

Automatisch gegenereerde beschrijving

De laatste kolom geeft concreet aan hoeveel eigen vermogen (5,671 miljard euro) en hoeveel provisies voor ‘employee benefits’ (718 miljoen euro) worden overgedragen naar Essentialco. Dit bedraagt respectievelijk 53,5 procent en 67,9 procent van het geheel van het huidige Solvay. We zien dus al snel dat er verhoudingsgewijs groter deel van de pensioenverplichtingen bij EssentialCo terecht komt. De vraag is nu in welke mate dit ook de ratio’s van deze nieuwe onderneming, die de naam van Solvay verder zal dragen, beïnvloedt.

Om dit in te schatten, bekijken we eerst de klassieke solvabiliteitsratio’s specifiek voor EssentialCo. Die liggen grotendeels in lijn met deze van de huidige Solvay-groep, al komt de leverage ratio wel iets hoger uit op 1,46 (t.o.v. 1,11 voor de groep).

Miljard EUR2022
Net debt1,9
Equity5,671
EBITDA1,3
Gearing (Net debt/Equity)33,5%
Leverage ratio (Net debt/EBITDA)1,46

Houden we vervolgens ook rekening met de provisies voor ‘employee benefits’ – waarvan dus meer dan twee derde bij EssentialCo belandt – dan stellen we vast dat de leverage ratio nu toch iets boven 2 uitkomt.

Miljard EUR2022
Net debt, incl. employee benefits2,618
Equity5,671
EBITDA1,3
Gearing (Net debt/Equity)46,2%
Leverage ratio (Net debt/EBITDA)2,01

Uit bovenstaande berekeningen kunnen we afleiden dat impact van de pensioenverplichtingen op de solvabiliteitsratio’s ook voor EssentialCo al bij al onder controle blijft.  In de eerdere bijdrage lichtten we evenwel toe dat het belangrijk is om ook de ‘free cashflow’ te bekijken. Die biedt immers de capaciteit om toekomstige financiële schulden, maar dus ook pensioenschulden daadwerkelijk te kunnen (terug)betalen. Dat oogde wat minder rooskleurig voor EssentialCo: het bedrijf kan immers rekenen op slechts 45,7 procent van de vrije kasstroom van de groep. Bovendien moet deze kasstroom van EssentialCo ook nog eens 60 procent van het groepsdividend dekken. We berekenden toen dat de nieuwe onderneming, om dit dividend te kunnen betalen, hiervoor alvast de helft van haar vrije kasstroom zal moeten aanwenden.

De komende weken volgen er wellicht meer details over de geplande schuldoperatie van Solvay en de mogelijke impact op de financieringskosten. Uitkijken dus alvast naar het perscommuniqué op 3 augustus, wanneer Solvay – net als een resem andere bedrijven die dag – haar halfjaarcijfers van 2023 bekendmaakt. 

Responses