Inkomensoptimalisatie voor werknemers – Deel 2 – Mobiliteit 

Car Business Concept

In het eerste deel van dit artikel hebben we het gehad over manieren waarmee op een fiscaal efficiënte manier het nettoloon van een werknemer verhoogd kan worden. ‘Mobiliteit’ is een belangrijk aspect in het loonpakket van een werknemer, dat we hier toelichten.  Een werkgever kan zijn werknemers voor mobiliteit op verschillende manieren tegemoet komen. 

De bedrijfswagen 

Door velen bemind, door velen gehaat, door iedereen gekend: de bedrijfswagen is vandaag niet meer weg te denken uit het loonpakket van de Belgische werknemer. De reden is eenvoudig. Fiscaal is en blijft de bedrijfswagen – ondanks de veranderingen in de fiscaliteit – zeer interessant.

Fiscale behandeling in hoofde van de werknemer

Een werknemer betaalt belasting op zijn of haar bedrijfswagen in de vorm van een voordeel van alle aard. Een voordeel van alle aard is een voordeel dat een werkgever toekent aan een werknemer. Als werknemer moet je belasting betalen op de waarde van dit voordeel van alle aard. 

Het voordeel alle aard van een bedrijfswagen wordt berekend op jaarbasis aan de hand van de volgende formule: 

Cataloguswaarde van het voertuig x 6/7 x ouderdomspercentage x CO2-percentage

Volgende elementen zijn dus belangrijk: 

  • De cataloguswaarde van het voertuig: dit is de catalogusprijs van de wagen in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier, inclusief opties en betaalde btw. Er mag dus geen rekening gehouden worden met kortingen. In de berekeningsformule wordt deze cataloguswaarde voor 6/7 in rekening gebracht. 
  • Het ouderdomspercentage: hoe meer tijd er verstreken is tussen de datum van eerste inschrijving van jouw bedrijfswagen (met andere woorden, hoe ouder de bedrijfswagen is), hoe lager het ouderdomspercentage (en bijgevolg ook het voordeel van alle aard) zal zijn. 
  • De CO2-uitstoot van het voertuig: hier moet een onderscheid gemaakt worden tussen auto’s met een dieselmotor enerzijds en auto’s met een motor op benzine, lpg of aardgas anderzijds. De formule gaat uit van een referentie CO2-uitstoot. Hoe verder een wagen boven die referentiewaarde zit, hoe hoger deze coëfficiënt zal zijn. 

Voor inkomstenjaar 2023 (aanslagjaar 2024) werd volgende referentie CO2-uitstoot vastgelegd: 

  • Voertuigen met dieselmotor: 67 g/km 
  • Voertuigen met benzine, lpg-, of aardgasmotor: 82 g/km

De coëfficiënt bedraagt bij deze referentie-uitstoot 5,5%. Per extra gram CO2/km meer dan wel minder, verhoogt of verlaagt deze coëfficiënt met 0,1%. Deze coëfficiënt kan niet lager zijn dan 4% en niet hoger dan 18%. Voor elektrische voertuigen (die per definitie geen CO2- uitstoot hebben) bedraagt deze bijgevolg 4%. 

Voorbeeld

Stel dat je een bedrijfswagen krijgt met een cataloguswaarde van 30.000 euro. De wagen heeft een dieselmotor met een CO2-uitstoot van 96 g/km. De eerste inschrijving van de wagen was op 1 januari 2021. Hoeveel zal het VAA dan bedragen? 

We kunnen dit berekenen aan de hand van de formule die we net gezien hebben. 

30.000 x 6/7 x 88% x (5,5% + (96 – 67) x 0,1%) = 1.900,80 euro per jaar of 158,40 euro per maand

Fiscale behandeling in hoofde van de werkgever / zelfstandige

Berekening aftrekbaarheidspercentage 

Ook als werkgever is het fiscaal (ondanks de verstrenging van de wetgeving de komende jaren) nog steeds interessant om een bedrijfswagen te geven aan jouw werknemers. Vanaf aanslagjaar 2021 wordt de aftrekbaarheid van autokosten berekend volgens volgende algemene formule: 

120% – (0,5% x brandstofcoëfficiënt x aantal gram CO2/km)

De aftrekbaarheid volgens deze formule moet voor elk voertuig afzonderlijk berekend worden en bedraagt vandaag minimum 40% en maximum 100%. 

Veranderingen in de wetgeving 

De autofiscaliteit vormt een belangrijke subsidie voor het bezit en het gebruik van een wagen als vervoermiddel, met negatieve gevolgen op economisch, milieu- en sociaal vlak. De afgelopen jaren is het aandeel bedrijfswagens in de totale autoverkoop steeds maar toegenomen. Volgens een studie in ‘Brussels Studies‘ in 2019 zouden meer dan drie op de tien woon-werkverplaatsingen in Brussel met de bedrijfswagen gebeuren. De huidige autofiscaliteit heeft (dankzij het gebruik van de CO2-coëfficiënt in de formule voor het berekenen van de aftrekbaarheid) bijgedragen aan een vergroening van het wagenpark. De gemiddelde CO2-uitstoot van een nieuw aangeschafte bedrijfswagen ligt lager dan die van een privéwagen. Maar dit blijkt onvoldoende: omwille van onder andere de Europese klimaatdoelstellingen bleek een verdere verstrenging van de autofiscaliteit noodzakelijk. 

De wetgever heeft deze hervorming doorgevoerd via de wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit. De aftrekbaarheid van toekomstige bedrijfswagens zal bepaald worden door twee zaken: de datum van aankoop, lease of huur enerzijds en het type motor anderzijds. 

Volgende tabel vat de hervormingen in de autofiscaliteit samen. 

Bron tabel: Wolters Kluwer, ‘Groene gids: fiscale spelregels voor bedrijfswagens’

Uit bovenstaande tabel kan afgeleid worden dat indien je een bedrijfswagen met een klassieke verbrandingsmotor hebt aangeschaft voor 1 juli 2023, de huidige regelgeving van toepassing blijft. Wanneer je een wagen aanschaft tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025, verdwijnt de minimumaftrekbaarheid van 40% en wordt de maximale aftrekbaarheid stelselmatig verlaagd. Vanaf 1 januari 2026 kan je best geen bedrijfswagen met een verbrandingsmotor aanschaffen, omdat deze dan niet langer fiscaal aftrekbaar is. 

Op hybride bedrijfswagens aangeschaft voor 1 januari 2023 blijft de huidige aftrekformule van toepassing op alle soorten autokosten, inclusief brandstofkosten. Wanneer je een hybride wagen aanschaft tussen 1 januari 2023 en 30 juni 2023, is de huidige aftrekformule ook nog van toepassing, behalve voor de brandstofkosten: deze zijn voor slechts 50% aftrekbaar. Zo wil de wetgever je stimuleren om de elektrische motor maximaal te gebruiken. Voor hybride voertuigen aangeschaft tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 zal de minimumaftrekbaarheid van 40% verdwijnen en wordt de maximale aftrekbaarheid opnieuw stelselmatig verlaagd. 

Emissievrije bedrijfsvoertuigen (met andere woorden, elektrische bedrijfswagens) aangeschaft voor 1 januari 2027, blijven 100% aftrekbaar. De fiscale aftrekbaarheid van elektrische bedrijfswagens aangeschaft na 1 januari 2027 zal geleidelijk aan dalen in functie van het jaar van aanschaffing: 

  • Aankoop in 2026: 100% fiscale aftrek voor de volledige looptijd
  • Aankoop in 2027: 95% fiscale aftrek voor de volledige looptijd
  • Aankoop in 2028: 90% fiscale aftrek voor de volledige looptijd
  • Aankoop in 2029: 82,5% fiscale aftrek voor de volledige looptijd
  • Aankoop in 2030: 75% fiscale aftrek voor de volledige looptijd
  • Aankoop in 2031: 67,5% fiscale aftrek voor de volledige looptijd

Overige extralegale voordelen m.b.t. mobiliteit  

Fietsvergoeding

Vanaf 1 mei 2023 zijn alle werkgevers in de private sector verplicht om een fietsvergoeding toe te kennen aan hun werknemers. Dit is een kilometervergoeding voor het woon-werkverkeer met de fiets. Hiermee wil men het gebruik van de fiets stimuleren. 

Deze fietsvergoeding wordt fiscaal ook gunstig behandeld: op de fietsvergoeding ben je als werknemer geen sociale zekerheidsbijdragen of inkomstenbelastingen verschuldigd indien deze maximaal 0,27 euro per kilometer bedraagt. Vanaf 1 januari 2024 wordt dit bedrag opgetrokken tot 0,35 euro per kilometer. 

Kilometervergoeding

Wanneer werknemers geen firmawagen krijgen en de eigen wagen gebruiken voor professionele verplaatsingen, dan kan de werkgever er ook voor kiezen om een kilometervergoeding toe te kennen.

In principe is de werkgever vrij om het bedrag hiervan te bepalen, maar de fiscale behandeling van deze kilometervergoeding hangt wel af van hoe hoog deze is. De overheid heeft een ‘maximale’ kilometervergoeding bepaald die een fiscaal gunstige behandeling krijgt. Vanaf 1 juli 2023 bedraagt deze 0,4280 euro per kilometer. Deze wordt op kwartaalbasis geïndexeerd. 

Voor zover de kilometervergoeding die je ontvangt niet hoger is dan dit maximumbedrag, wordt deze fiscaal beschouwd als een kost eigen aan de werknemer en is deze dus niet onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen of inkomstenbelasting. 

Responses

  1. Er komt ook een plafond van 2.500 euro vanaf 2024, dit is het maximaal fiscaal vrijgesteld bedrag voor de fietsvergoeding.
    Fiets je meer en overschrijdt je vergoeding die 2.500 euro dan wordt dat bijkomend bedrag belast (aan maximaal 50 %).