Help! Ik wil duurzaam beleggen

Offshore wind turbines farm on the ocean. Sustainable energy

Heel wat beleggers willen aandelen kopen van bedrijven die duurzaam omgaan met mens, milieu en maatschappij. Maar vraag aan honderd beleggers wat die duurzaamheid inhoudt en u krijgt honderd antwoorden. En de individuele belegger die op zoek is naar onafhankelijke informatie, wacht een reis vol hindernissen.

Europa vaardigt al jaren regelgeving uit om ‘greenwashing’ te beteugelen. Al vele jaren zijn er richtlijnen voor banken en ‘groene’ beleggingsproducten, maar volledige duidelijkheid hebben die niet gebracht. Tekenend is de evolutie van de zogenaamde ‘artikel 8- en 9- labels’ voor beleggingsfondsen. Die nog vrij nieuwe labels zouden de grijze zones definitief scherper moeten aflijnen. Artikel 8, ook lichtgroene fondsen genoemd, geeft aan dat het fonds duurzame criteria in acht neemt bij de samenstelling van de portefeuille. Artikel 9, de donkergroene fondsen, zijn ambitieuzer: ze geven concreet aan hoe en welke duurzame doelstellingen ze met hun beleggingen willen realiseren.

Maar de banken kregen schrik dat overheden of critici die beloftes konden doorprikken. En heel wat fondsen gooiden hun ambitieuze label weer overboord.

Dat werd in de hand gewerkt doordat bedrijven zelf over hun duurzaamheid moeten rapporteren volgens Europese regels. Al over het boekjaar 2024 zullen grote beursgenoteerde Europese bedrijven de ‘corporate sustainability reporting directive (of CSDR) moeten volgen. Jasper Vekeman van de Duurzaam Beleggen Academy: “Zoals bedrijven een financiële boekhouding moeten bijhouden volgens internationale boekhoudregels, zullen ze ook een boekhouding over hun duurzaamheid moeten bijhouden.”

Die nieuwe regels roepen echter nieuwe vragen op. Hoe kunnen bedrijven bijvoorbeeld hun globale CO2-uitstoot berekenen als ze niet weten hoeveel CO2 hun leveranciers uitstoten? Kleinere bedrijven moeten er immers (nog) niet over rapporteren. En dat is niet het enige vraagteken.

Voor individuele beleggers lijkt het een grote meerwaarde dat bedrijven volgens een eenvormig systeem over duurzaamheid moeten communiceren, maar allicht wordt het eerst nog zoeken, tasten en bijsturen.

Informatie opdelven

Dus, hoe vindt u als belegger vandaag bedrijven die de wereld duurzamer maken? Een goede start lijkt ons om bedrijven te zoeken die met hun hoofdactiviteit zelf de wereld vooruithelpen: afvalverwerkers, ontwikkelaars van windturbines, producenten van isolatiemateriaal … U kunt ook selecteren op bedrijven die vooruitgang boeken op de klassieke ESG-aspecten (ESG staat voor ‘environmental’, ‘social’ en ‘governance’).

We stellen een aantal bedrijven voor. Hun jaarverslagen over duurzaamheid zijn aanbevolen lectuur, maar we checken hier – in afwachting dat de officiële duurzame boekhouding onder CSDR beschikbaar wordt – wat u zoal bij onafhankelijke onderzoekers aan informatie kunt vinden. Die onderzoekers zijn vooral commerciële bedrijven die hun brood verdienen met hun onderzoek. Hun dienstverlening wordt dus vooral betaald door de bedrijven zelf en door vermogensbeheerders. Dat wil niet zeggen dat hun onderzoeksresultaten niet oprecht zijn, zo zouden ze hun bedrijf ondergraven, maar wel dat veel informatie niet publiek is. Bijkomend probleem: heel wat van die onderzoekers zijn opgekocht door grote informatieleveranciers. Via Sustainalytics (overgenomen door Morning­star) en The Upright Project vonden we – weliswaar beknopte – info over de duurzaamheid van duizenden beursgenoteerde bedrijven.

The Upright Project probeert vooral de netto-impact van de hoofdactiviteiten te beoordelen. Zowel de positieve als negatieve aspecten op samenleving, kennis, gezondheid en milieu worden in rekening gebracht – ook die bij leveranciers en klanten. Opgeteld komt er een positief of negatief percentage uit en finaal wordt de relatieve duurzaamheidsimpact berekend in dollarcenten per dollar omzet. Zo leert u zowel de relatieve als de absolute impact kennen. Het is een interessante aanpak en Upright geeft veel toelichting over de methode. Maar het is uitsluitend op algemeen beschikbare data gebaseerd. Alles gaat dus door een grote molen, wat soms vragen doet rijzen over de nauwkeurigheid. Veel info blijft voorbehouden voor dure abonnementen.

Sustainalytics heeft een meer financiële inslag en analisten bekijken de bedrijven. Het bureau beoordeelt de ondernemingen op de ESG-criteria en kleeft daar een risico op. Hoe zwakker, hoe groter het risico dat er ook negatieve financiële gevolgen kunnen zijn. De zuivere duurzame impact van de activiteiten zelf wegen minder in de beoordeling dan bij Upright.

Drie voorbeelden

AB InBev. Hoe beoordelen de twee organisaties de duurzaamheid van de wereldleider in bier? Sustainalytics geeft een ‘ESG risk rating’ van 23,4. Dat is gemiddeld, maar plaatst het bedrijf in de voedingsindustrie op een gunstige plaats: 59 op 644. De blootstelling aan ESG-problemen is medium en het management gaat er goed (‘strong’) mee om.

The Upright Project geeft AB InBev een score van -182%. Amper 0,4% van de meer dan 10.000 bedrijven in de databank scoort slechter. Er is een negatieve impact van 38,8 cent per dollar omzet. De grote boosdoener zijn de negatieve mentale en fysische gevolgen van bierdrinken. Voorwaar een erg verschillende beoordeling dan bij Sustainalytics.

Schneider Electric. Deze Franse groep speelt wereldwijd een grote rol in de elektrificatie en dus de vermindering van fossiele verbranding voor energie. Sustainalytics geeft een ‘ESG risk rating’ van 10,4: net iets hoger dan ‘verwaarloosbaar risico.’ Het bedrijf is het beste van 315 bedrijven die elektrische apparatuur maken.

The Upright Project geeft een positieve score van +28% en een lage kost van 5 à 7 cent per dollar omzet. Vooral met de verbetering en uitbreiding van de elektrische infrastructuur voor de samenleving scoort Schneider. Ook de betaalde belastingen en de jobs dragen positief bij (zoals bij bijna alle bedrijven).

Deme. Sustainalytics geeft de Belgische wereldleider in het plaatsen van offshore windparken en baggeraar een zwakke ‘ESG risk rating’ van 31,2. Toch scoort Deme met plaats 84 op 377 in de bouw niet slecht, want bouwactiviteiten blijken een moeilijke sector te zijn voor duurzaamheid. De blootstelling aan risico’s is hoog, maar het management van Deme gaat er ‘sterk’ mee om.

The Upright Project geeft Deme een matig negatieve score mee van minus 10%. De samenleving geniet van de haven- en waterwerkeninfrastructuur die het bedrijf mogelijk maakt en van de opbouw van hernieuwbare windenergie. Maar de baggerwerken die daarvoor nodig zijn, wissen die positieve bijdrage meer dan uit. Ook het bouwen van offshore olieboorplatformen krijgt negatieve punten, terwijl de activiteiten van Deme in offshore windmolenparken veel en veel groter zijn.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard

Naast duurzaamheid zijn er nog vele andere factoren die belangrijk zijn. Heeft u bijvoorbeeld geld gestoken in alcoholbedrijven? Lees dan zeker dit artikel van Stefan Willems die uitlegt waarom u er beter geen geld insteekt.

Responses

  1. Interessant artikel met een mooie insteek Jan – duurzame bedrijven hebben bij mij een streepje voor, al is het inderdaad niet eenvoudig om te kwantificeren ….. dit helpt daar alvast wat bij!