Een bewogen week op de beurs: naar de hel en terug

Beursweek

Na de verkooppaniek kwam de kooppaniek op de wereldbeurzen.

Wie zeven dagen niet naar de beurskoersen heeft gekeken, weet niet dat ze in die korte tijd twee compleet tegengestelde bewegingen hebben gemaakt: eerst een forse daling, gevolgd door een snel herstel met de nodige schokken. Per saldo staan de koersen bijna weer op het begin­niveau. De daling begon vorige week vrijdag met paniekverkopen van beleggers die hun grote papieren winsten van de voorbije jaren nog snel en massaal verzilverden.

De beweging was het meest uitgesproken in Japan. Daar hebben de beurzen meer dan een decennium klimmende koersen achter de rug, maar in het onderbewuste van elke Japanner zit de dertigjarige ­baisse van voordien. De Japanse Nikkei-index zakte op 2 augustus al 6%, gevolgd door de vrije val van meer dan 12% op vorige maandag. Het einde van een lange periode nulrente en het abrupte terugdraaien van de massale carrytrade-posities dienden als katalysator.

Vergeleken met de tuimeling van de Japanse aandelen vielen de rode cijfers op de westerse beurzen mee. De Amerikaanse S&P 500 zakte vrijdag 2 augustus 1,8% en vorige maandag 3,6%. Maar die daling en de overwaaiende paniek uit Tokio waren genoeg om pessimisme te doen overheersen. Vorige vrijdag werd bekendgemaakt dat de Amerikaanse arbeidsmarkt in juli opvallend verzwakt was. En plots deed een statistiek over de evolutie van de werkloosheid de ronde. Er leek een recessie aan te komen in de VS. De Amerikaanse centrale bank zou in september wel de rente verlagen, maar dat zou te laat komen. Het duurt al snel zes maanden voor een renteverlaging effect heeft.

Nu we het toch over statistieken hebben: de beleggersgroep Bespoke bestudeerde eerder al dagdalingen van 5% of meer op Wall Street. In de periode van 1952 tot 2020 gebeurde dat 24 keer. Vrij uitzonderlijk dus. Interessant is dat na zo’n forse dip de dagen erna (bijna) altijd een forse klim volgde, die de daling grotendeels wegvaagde.

Niets nieuws onder de zon dus. Ook niet in Japan, waar de voorbije week per saldo een terugval van 2,3% overblijft. Daar moet nog de daling van 6% van vorige week vrijdag bijgeteld worden, maar zelfs dan blijft de Nikkei-index dit jaar op een winst van bijna 5% staan. Voor de S&P 500 is dat plus 12% en ook de Bel20 noteert een puike 9,3% hoger dan begin dit jaar.

Uiteraard zegt dat niets over het verdere verloop, maar de winsten die voor 2024 vandaag op de koersborden staan, komen overeen met het gemiddelde jaarlijkse rendement voor aandelen.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard

Responses