Beursweek: De val van de reuzen
De Amerikaanse groeibeurs Nasdaq zakte deze week met meer dan 6 procent. De S&P500 verloor bijna 4 procent, de Dow Jones 1,75 procent. De Stoxx Europe 600 index daarentegen won deze week 1,4 procent. Het patroon is duidelijk: hoe sterker de koersprestaties de voorbije jaren, hoe groter de terugval nu.
Dat is nog beter te zien in de evolutie sinds begin dit jaar. De Nasdaq verloor al zowat 33 procent, de S&P500 zakte 22 procent. De Dow Jones, met meer klassieke bedrijven, wist het verlies te beperken tot ongeveer 11 procent. Dat is een verschil van telkens 10 procentpunt. De brede Europese aandelenindex bleef met minus 14,5 procent in de buurt. De jaren tevoren hinkten de Europese aandelen steevast achter op de Amerikaanse sterindices.
De wende is nog duidelijker bij de FAAMG-techreuzen (Facebook, Apple, Amazon, Microsoft en Google). Het begon met de afgang van Meta, dat dit jaar driekwart van zijn waarde verloor. Het moederbedrijf van Facebook kampt met problemen, maar ook Alphabet, via Google toch als onmisbaar gezien op het internet, zakte dit jaar 41 procent. Amazon donderde 46 procent lager.
Het strafste is nog de terugval van het gouden duo Microsoft en Apple. De twee bedrijven, die beide een beurswaarde hadden van een stuk boven de 2.000 miljard dollar, gingen dit jaar respectievelijk 36 en 24 procent lager. Nochtans konden beide bedrijven over het voorbije kwartaal alweer bijzonder sterke resultaten rapporteren. Het enige zwakke puntje bij Microsoft was de wat tragere groei voor de cloud, en bij Apple bleef de groei van de diensten (Apple Store, Apple Music) wat onder de verwachtingen. Maar niets van dat alles rechtvaardigt de zware terugval. De voorbije week zakte Microsoft meer dan 8 procent, Apple dook zelfs bijna 13 procent naar beneden. De sterksten kraken het laatst, maar uiteindelijk begeven ze ook onder een niet-aflatende verkoopdruk.
Hier speelt een kudde-effect. Zolang deze aandelen standhielden, bleven aandeelhouders zitten. Ze werden gesterkt door de goede resultaten. Maar toen de koersen eenmaal begonnen te zakken, verlieten steeds meer beleggers het schip.
Toch is er meer aan de hand. Door de hogere obligatierente moet de waardering van vooral de beste en dus hoogst gewaardeerde aandelen nu eenmaal zakken. Microsoft en Apple bieden een onderliggend winstrendement van 4 à 5 procent, terwijl een Amerikaanse staatsobligatie nu ook ruim 4 procent biedt. Een andere reden is dat een verzwakkende economie uiteindelijk ook de resultaten van de sterkste bedrijven zal aantasten. De kleine zwakheden van het jongste kwartaal kunnen dan dramatischer worden. Een lagere koers voor winnaars lijkt zo plots wel terecht.
Responses