Beursduel: ETF’s met specifiek thema bieden extra voordeel

Beursduel_VanEck_vs_L&G

Met een eenvoudige ETF of indextracker kunt u beleggen in aandelen volgens specifieke thema’s en/of speciale kenmerken. We vergelijken een ETF die belegt in bedrijven met een competitief voordeel, met een ETF die bedrijven volgt met de sterkste globale merken.

Een grote onderneming met een sterk merk en een bedrijf dat een uniek, verdedigbaar voordeel heeft tegenover de concurrenten: ze hebben meestal gemeen dat ze tot de allerbeste van de wereld behoren. Beide ETF’s in ons beursduel volgen indices die hun aandelen wereldwijd selecteren.

Uniek voordeel

De ETF van VanEck volgt de ‘Morningstar Global Wide Moat index’. De moat van bedrijven is een hoeksteen in de analyse van aandelen. Het woord verwijst naar de slotgracht rond een kasteel. Als die diep en breed is, is dat een metafoor voor een bedrijf dat een moeilijk af te pakken concurrentieel voordeel heeft. Voorbeelden: Walt Disney met zijn unieke figuurtjes en verhalen, Taiwan Semiconductor dat dominant is in de productie van geavanceerde chips of ook AB InBev, ’s werelds grootste bierbrouwer met vele merken. Die aandelen maken deel uit van de VanEck ETF.

Naast die ‘wide moat’ stelt Morningstar de index pas samen na beoordeling van de waardering van elk individueel aandeel. De analisten van Morningstar kleven een faire waarde op elk bedrijf. De aandelen die het aantrekkelijkste (lees: laagste) gewaardeerd zijn tegenover de door hen geschatte faire waarde, worden opgenomen in de index.

Sterke merken

De beoordeling van de waardering is het belangrijke verschil met de Global Brands ETF van L&G. Deze beheerder volgt de ‘Solactive Brandfinance Global Brands index’. Ieder jaar wordt een top 100 van ‘global brands’ geselecteerd, waarbij beoordeeld wordt in welke mate het merk helpt marktaandeel te behalen, welke scores het merk krijgt van stakeholders, welke royalties de merken opbrengen … Daarna worden bedrijven met schadelijke activiteiten (zoals gokken en fossiele energie) uitgesloten. Tenslotte beoordeelt de maker van de index de bedrijven op hun financiële kwaliteiten, zoals winstgevendheid en rendement op de bezittingen.

Daaruit volgt een rangschikking. De laagst scorende bedrijven in een aantal categorieën worden uit de index geweerd. De aandelen krijgen een weging in de index volgens hun beurskapitalisatie, begrensd tot een maximum van 5 procent per aandeel.

Hoewel deze ETF’s vooral de topbedrijven uit de wereld willen volgen, is de samenstelling van hun portefeuilles erg verschillend.

De top 10 posities van L&G Global Brands zijn meteen goed voor 43 procent van de totale portefeuille. Dat komt omdat alle Magnificent Seven-aandelen gevolgd worden. Dus Meta, Apple, Nvidia, Amazon, Microsoft, Alphabet, en Tesla, aangevuld met Broadcom, Taiwan Semiconductor en Walmart. Vooral de bigtechaandelen hebben bijzonder grote beurskapitalisaties en krijgen dus snel de maximale weging van 5 procent per aandeel.

In de VanEck ETF is van de Magnificent Seven alleen Alphabet geselecteerd. Dat komt doordat de index rekening houdt met de marktwaardering versus de door Morningstar geschatte waarde. Veel megatechbedrijven vallen af omdat Morningstar ze als duur beoordeelt. Om het halfjaar worden de 100 aandelen herwogen tot hun weging opnieuw gelijk is.

Het resultaat op de beurs? De VanEck ETF bleef met een vooruitgang van 29,5 procent het voorbije jaar achter op de 41,2 procent van de Global Brands ETF van L&G. Die laatste profiteerde maximaal van de uitzonderlijke koersspurt van de Magnificent Seven. Maar de ETF van VanEck is evenwichtiger en defensiever.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.

Responses