Belg heeft almaar meer spaargeld belegd in fondsen. Waarom zijn fondsen zo populair? En is het nog verstandig om je geld in fondsen te beleggen?

Spaarvarken_Canva

Eind september was er 242 miljard euro belegd in Belgische beleggingsfondsen. Dat blijkt uit cijfers van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). Eind juni was dat ‘amper’ 234 miljard euro. De aangroei is enkel te danken aan de koersstijgingen van financiële activa, want Belgen haalden in een kwartaal 438 miljoen euro meer geld uit de fondsen dan ze er nieuw geld in belegden. Zijn fondsen vandaag nog interessant en hoe kies je een fonds dat bij je past? 

Een beleggingsfonds is een briljant product. Als het nog niet zou bestaan, dan zou ik het uitvinden. Maar iemand was me voor. Een Nederlander, nog wel. In 1774 bracht Adriaan van Ketwich namelijk “Eendragt Maakt Magt” op de markt. Dat was een nieuw product waarin je je spaargeld kon beleggen. Het idee was even fenomenaal als innovatief. In die tijd was er een bankencrisis en de gegoede burgers in Nederland wilden dus liever niet hun centen toevertrouwen aan financiële instellingen. Het was ook nog lang voor de spaardepositogarantie het spaargeld zou beschermen. Een beleggingsfonds haalde spaargeld op en spreidde vervolgens die centen in beleggingen bij tal van bedrijven. Als dan je bank failliet zou gaan, dan was je niet meteen al je spaargeld kwijt. Dankzij het fonds werd je geld immers gespreid. Dat was veiliger.

Ook vandaag zorgt een belegging in een beleggingsfonds nog steeds voor risicospreiding en dus ook voor lagere risico’s. Wie een deelbewijs koopt van een beleggingsfonds, spreidt zijn geld immers over tal van activa (aandelen, obligaties etc) in tal van bedrijven. Zo’n deelbewijs kan uiteraard – tijdelijk – in waarde zakken, maar je zal in principe nooit je geld kwijt zijn omdat één bedrijf failliet gaat.

Risicoprofiel

Sinds het eerste fonds van Adriaan Van Ketwich op de markt kwam zijn er al vele duizenden beleggingsfondsen gelanceerd. Er komen er dagelijks nog nieuwe bij en ze beheren gezamenlijk wereldwijd vele tienduizenden miljarden euro’s en dollars. De keuze is reuze. Maar dat zorgt helaas ook voor keuzestress. Welke fondsen kies je dan best? De keuze hangt af van je risicoprofiel. Ben je uiterst defensief? Dan beleg je best vooral in cashfondsen, ook wel geldmarktfondsen genoemd. Dat zijn beleggingsfondsen die enkel beleggen in kortlopende producten. Denk aan termijnrekeningen en obligaties die binnen het jaar aflopen. In dat geval krijg je amper iets meer dan de kortetermijnrente. Maar het voordeel is wel dat zulke fondsen in principe nooit hard zullen dan dalen in waarde. Zelfs niet als de rente zou stijgen.

Wie wat meer risico aankan, koopt ook obligatiefondsen en aandelenfondsen. Daarnaast zijn er ook fondsen die beleggen in vastgoed en er zijn ook beleggingsfondsen die enkel grondstoffen, zoals goud en zilver, in portefeuille nemen. Een verdeling zou dan kunnen bestaan uit 10% geldmarktfondsen, 30% obligatiefondsen, 45% aandelenfondsen, 10% vastgoed en 5% goud.

Waarop let je bij aankoop?

Voor de selectie van een fonds kijk je vooral naar jouw specifieke behoefte. Wil je je maandelijkse pensioentje wat aanvullen met een regelmatig extraatje in cash? Opteer dan voor een ‘distribuerend’ fonds. Dat is een fonds dat een dividend uitkeert. Is je pensioen nog veraf? Dan kan je beter opteren voor een ‘accumulerend’ fonds. Je krijgt dan weliswaar geen uitbetalingen, maar omdat dat geld opnieuw wordt belegd door de fondsbeheerder, zal de waarde van je fonds in principe over lange tijd veel harder stijgen. Kijk ook naar de kosten. De jaarlijkse beheersvergoeding die je moet betalen, zal bij het ene fonds namelijk een pak hoger liggen dan bij het andere. Als dat fonds in het verleden altijd beter heeft gerendeerd, dan is zo’n hogere kost nog geen nadeel, maar voor een relatief slecht fonds betaal je best geen te hoge kosten. Een goede website waarop je je kan baseren is www.morningstar.be.     

Morningstar.be

Op die website staan soms sterretjes vermeld bij een fonds. Dat werkt net zoals in de hotelsector. Krijgt een fonds vijf sterren? Dan wil dat zeggen dat het rendement van dat fonds, in vergelijking met het risico en de sector, best heeft gepresteerd. Ook vier en drie sterren zijn zeker ok. Daarnaast deelt Morningstar ook medailles uit. Een gouden of zilveren medaille betekent bijvoorbeeld dat het fonds wellicht ook in de toekomst relatief goed zal presteren.

Algemeen of thematisch?

Je kan in 1 globaal fonds beleggen of in diverse fondsen. Heb je bijvoorbeeld een relatief klein bedrag te beleggen? Dan heeft het niet zoveel zin om die centen te spreiden over tal van fondsen. In dat geval koop je dan misschien best één ‘dakfonds’, ook wel een ‘paraplufonds’ of ‘fonds-van fondsen’ genoemd. Dat is een fonds dat op zijn beurt in andere fondsen belegt. Zo is je vermogen in principe goed gespreid.

Heb je wél een aanzienlijk vermogen en/of vind je het aangenaam om de financiële wereld op te volgen? Dan kan je zelf beleggen in diverse fondsen, zoals een cashfonds, enkele obligatiefondsen en aandelenfondsen. Je zou bijvoorbeeld kunnen opteren voor een obligatiefonds dat in bedrijfsobligaties belegt en een fonds dat in overheidsobligaties investeert. Bij de aandelenfondsen zou je kunnen opteren voor een fonds dat in Europese aandelen belegt en een ander dat in Amerikaanse aandelen belegt. Vergeet dan ook Azië en Latijns-Amerika niet. Er zijn ook themafondsen die beleggen in een bepaalde sector, bijvoorbeeld. Je kan net zoveel fondsen kopen als je kan of wil opvolgen.

Of liever een ETF?

De laatste jaren zijn ook ETF’s heel populair. Ook dat zijn fondsen. Het grote verschil is dat ze, in tegenstelling tot klassieke fondsen, op de beurs noteren. Vandaar de afkorting ETF: Exchange Traded Fund (beursgenoteerd fonds). Het voordeel is dat ze dagelijks continu een nieuwe koers krijgen. Voor een fonds van een bank of verzekeraar is er daarentegen maar één koers per dag. Een ander groot voordeel is dat ETF’s vaak ‘trackers’ zijn. Dat zijn fondsen die een index nabootsen. Daarmee heb je niet alleen een heel grote risicospreiding, maar betaal je ook weinig beheersvergoeding omdat het fonds geen dure fondsbeheerder dient aan te stellen.

Indexfondsen zullen ook in de toekomst nog heel populair zijn. Maar des te meer mensen (enkel) trackers kopen, des te groter de kans dat sommige klassieke fondsen op termijn beter zullen presteren dan indexfondsen. Dat zien we nu al bij obligatiefondsen, waar indexfondsen vaak minder hoge rendementen halen dan traditionele fondsen.

Verwachte rendement

Prestaties uit het verleden zijn nooit een garantie voor toekomstige rendementen. Maar het is logisch dat wie meer risico’s neemt, daarvoor beloond zal worden. Reken voor een cashfonds in euro op een jaarlijks rendement van ongeveer 2%. Een obligatiefonds zou je ongeveer 4% kunnen bieden. Voor een aandelenfonds mag je op lange termijn een gemiddeld rendement na kosten van pakweg 7 tot 8% verwachten. Maar die gemiddelden zijn gevaarlijk. Het kan ook al eens -20% op een jaar zijn om daarna weer veel beter te doen. Kies je voor een gemengd fonds, dan is het verwachte rendement afhankelijk van de samenstelling. 50/50 aandelen-obligaties zou je bijvoorbeeld jaarlijks pakweg 6% kunnen opleveren.

Dit artikel verscheen eerder op HLN.be.

Responses

  1. Ik heb persoonlijk goeie ervaringen met de aandelenfondsen van Belfius en Candriam gehad. Ongetwijfeld zijn er betere alternatieven, maar die vielen buiten mijn perceptie.