Beleggen is goed voor u én voor de Belgische bedrijven
CLUB! Dit interview werd gepubliceerd in De Morgen van zaterdag 13 mei.
De Belg is risicoschuw met zijn centen en dat is een gemiste kans voor zijn eigen vermogen, maar ook voor de hele Belgische economie, zegt financieel expert Pascal Paepen. ‘Er staan honderden miljarden euro’s op onze spaarrekening: waarom verkopen wij liever onze bedrijven aan het buitenland dan zelf aandelen te kopen?’
Pensioensparen, dat doen velen van ons tegenwoordig, maar meestal gaat dat om een bescheiden bedrag. En ja, we investeren ons spaargeld flink in onze woning, dankzij die bekende baksteen in onze maag. Maar wat we niet zo snel doen, is ons op de beurs wagen om te beleggen in aandelen. Als we op het einde van de maand geld over hebben, dan storten we dat liever door naar ons spaarboekje.
“En dat is een probleem”, vindt Pascal Paepen, docent Bank & Beurs aan de KU Leuven en mede-oprichter van Spaarvarkens.be. “Door de inflatie wordt dat geld op termijn waardeloos. Helaas merken we dat vaak pas als het te laat is en we ontdekken dat we het woonzorgcentrum niet kunnen betalen. Want door de jaren heen stijgen ook daar de prijzen, en dan blijkt dat we er niet komen met ons pensioen en spaarboekje. Toch hebben we collectief meer dan geld genoeg om te beleggen.”
Hoeveel staat er op dit moment op onze spaarboekjes?
“Op de gereglementeerde spaarrekeningen staat in totaal 300 miljard euro. Maar omdat we de laatste tien jaar amper rente kregen op onze spaarrekeningen, doen veel mensen de moeite niet meer om dat geld door te storten, waardoor er volgens mij op de zichtrekeningen ook nog een hele som staat dat we niet nodig hebben om van te leven. Ik schat dat er op zichtrekeningen ongeveer 100 miljard spaargeld staat dat slaapt en dat door de inflatie aangevreten wordt. Als je weet dat de inflatie in oktober vorig jaar ontspoorde tot meer dan 12 procent, dan spreken we over bijna 50 miljard euro dat op een jaar is verdampt.”
Weten we hoeveel mensen wel beleggen en hoeveel geld zij daaraan besteden?
“Daar hebben we geen zicht op, maar we weten wel dat de financiële geletterdheid hier beperkter is dan in het buitenland. Praten over geld ligt moeilijk en op school leren we er niets over. Mensen zijn er wat bang voor, ze denken dat geld beheren moeilijk is of voorbehouden voor rijke mensen.
“Er zijn onderzoeken van bijvoorbeeld IBM, een bedrijf dat in verschillende landen actief is. Zij moeten zich in elk land aanpassen aan de lokale cultuur en wij zijn het prototype van een risicomijdende bevolking. Bij ons leeft bijvoorbeeld nog altijd heel sterk het idee dat het slim is om ambtenaar te worden, want een job bij de overheid is veilig.”
Waarom is dat anders in het buitenland?
“In Amerika geldt bijvoorbeeld een heel andere beleggerscultuur. Dat komt doordat de Amerikanen net als de Britten en Nederlanders al lang weten dat de overheid de sociale zekerheid niet oneindig kan dragen. In het Verenigd Koninkrijk kost het bijvoorbeeld veel geld om je kind naar een goede school te sturen. Toen ik in Londen werkte, kende ik collega’s die al vanaf de geboorte van hun kind uitrekenden hoeveel ze daarvoor moesten betalen: als je er geen goede lagere school vindt, dan is de kans ook kleiner dat je kind later naar een goede universiteit kan. Mensen worden verplicht om financieel meer zelfredzaam te zijn en zij praten daar ook open over. Wij kennen dat probleem niet, maar die luxe wiegt ons wat in slaap. Wij denken niet na over hoe we later gaan rondkomen.
“Ik merk dat jonge mensen hier dat wel steeds meer beseffen: zij gaan er, in tegenstelling tot oudere mensen, niet vanuit dat hun pensioen veilig is en beseffen dat ze best zelf een buffer opbouwen. Dat besef leidt ertoe dat mensen bereid zijn om grotere risico’s te nemen. Je moet durven springen en ondernemen.”
Onze terughoudendheid om te beleggen heeft ook een impact op ons economisch weefsel, zegt u.
“Bedrijven hebben geld nodig om te groeien. Zij kunnen daarvoor natuurlijk aankloppen bij de bank, en onrechtstreeks is dat ook ons geld omdat de bank voor die leningen put uit onze spaarrekening. Voor bedrijven is dat natuurlijk een risico: zij hangen af van de bank en moeten die lening tijdig kunnen terugbetalen. Daarom is het ook interessant om geld te krijgen dat ze niet moet terugbetalen: kapitaal dat van de aandeelhouders komt. Die aandeelhouders genieten mee als dat bedrijf het goed doet, via dividenden of een waardestijging van de aandelen. En als de aandeelhouder zijn geld terug wil, dan verkoopt hij zijn aandelen aan een andere belegger. Op de beurs. Omdat zowel klein als groot daaraan kan meedoen noem ik de beurs wel eens de tempel van het volkskapitalisme.
“Maar als wij onvoldoende beleggen, riskeren we onze Belgische bedrijven te verliezen. Telenet is een mooi recent voorbeeld. Ooit, toen glasvezel nog iets nieuws was, heette dat bedrijf Telenet Vlaanderen. De ambities waren groot, maar toen het bedrijf wat minder presteerde, dook Liberty Global op. Waarom is zo’n Amerikaans bedrijf geïnteresseerd? Omdat ze weten dat er hier geld te verdienen valt. Maar verdomme, hier staan miljarden euro’s op onze spaarrekening: waarom kopen wij die aandelen niet zelf, in plaats van Telenet aan de Amerikanen te verkopen?
“Er zijn zoveel voorbeelden van mooie Belgische bedrijven die door onze gebrekkige beleggerscultuur aan het buitenland zijn verpatst. Delhaize, opgericht in Ransart bij Charleroi, is nu Nederlands. Orange, ooit opgericht als Mobistar, was voor de helft van John Cordier, een echte Vlaamse ondernemer, maar is nu in Franse handen. We hebben dat bedrijf trouwens voor heel weinig geld laten gaan, maar de teneur was: oké, we zullen dat maar doen. We zijn veel te braaf en achteraf zijn we kwaad op de Amerikanen, de Fransen of de Nederlanders. Maar het is onze eigen schuld. Wij, potentiële beleggers, zijn er niet in geïnteresseerd. Het enige wat we echt in eigen handen hebben, is de Vlaamse biotech, maar dat zijn nogal risicovolle beleggingen, dat is niet voor iedereen.”
Als we allemaal een paar aandelen hadden gekocht, dan was Telenet nog in Belgische handen: zo simpel kan het toch niet zijn?
“Toch wel. Er zijn maar een beperkt aantal aandelen. Als wij die zelf kopen, dan is dat bedrijf van ons. En de overheid verdient ook nog eens aan de belastingen op beleggers.”
Is het zo erg als die bedrijven opgekocht worden door buitenlandse bedrijven?
“We moeten er toch voor waken dat we de macht om onze eigen beslissingen te nemen niet zomaar afgeven. Electrabel is het beste voorbeeld: een prachtig bedrijf dat vroeger in allerlei vormen op de beurs te vinden was, tot Suez een bod uitbracht en het Frans werd. Met Petrofina in de Antwerpse haven is hetzelfde gebeurd. BBL, een prima bank, is opgegaan in het Nederlandse ING.
“Belangrijke beslissingen over onze bedrijven worden niet langer in Antwerpen, Brussel of Luik genomen, maar in Parijs of Londen. En we hebben maar te luisteren. Dat heeft ook een impact op de bedrijfscultuur, werkgelegenheid en economische macht. Ook de winsten vloeien naar de hoofdzetels, in plaats van dat ze hier verder geïnvesteerd worden en voor werkgelegenheid zorgen. Dat ondermijnt onze welvaart. En het gaat niet enkel over België, het gaat over het economisch belang van heel Europa: waar zit nu de technologische vernieuwing? In Londen, in Silicon Valley of in Azië. Daar is veel meer appetijt voor mensen met ideeën en ondernemingszin.
“Het ideale scenario is dat Belgische bedrijven investeren in het buitenland. Bedrijven als Bekaert, Barco, Kinepolis en Tessenderlo zijn daar mee bezig, en daarmee garanderen zij hier voldoende jobs. Die buitenlandse investeringen leiden ertoe dat die bedrijven hier op lange termijn een toekomst hebben. Sterke Belgische bedrijven, dat is toch wat we allemaal willen?”
U pleit eigenlijk voor protectionisme?
“Ik denk dat het protectionisme sowieso aan het opkomen is. Mij is het eerder te doen om trots op onze bedrijven. Wij kennen dat niet: wij geven kritiek, en winst vinden we iets vies. De streek rond Ardooie is bijvoorbeeld heel sterk in diepvriesgroenten. Wéét iemand dat? De helft van alle jeansbroeken wereldwijd wordt gemaakt op een weefmachine van het Belgische Picanol, maar wij hebben daar geen benul van. Maar het gaat, voor alle zekerheid, om meer dan sentiment. Het gaat ook om economische macht.”
Moet de diepvriessector in Ardooie een reclamespot maken om de kleine belegger warm te maken voor haar aandelen?
“Dat lijkt me wat weggegooid geld. Ik denk dat wat lessen economie in de lagere en middelbare school al een heel verschil kan maken: het is toch belangrijk dat mensen weten wat belastingen zijn, hoe de sociale zekerheid is en wat het verschil is tussen winst en omzet. Veel gestudeerde mensen kennen dat verschil niet: die denken dat de 3 euro die je op café betaalt voor een pint rechtstreeks in de zakken van de café-uitbater gaat.
“Maar om even op dat idee van die reclamespot terug te komen: dat is eigenlijk wat we nu crowdfunding noemen. Dat systeem wordt gesponsord door de overheid – je kunt bepaalde verliezen recupereren – maar daar ben ik persoonlijk niet zo’n fan van: mensen beseffen vaak niet dat het risico groter is dan investeren in aandelen op de beurs, omdat je daar goed kunt diversifiëren en zo je risico spreidt. Ik verwacht dat we in de toekomst nog accidenten gaan zien met crowdfundingacties, al gaat het gelukkig nooit om echt grote bedragen. Maar met een klein beetje financiële kennis vermijd je dat soort ongelukkige investeringen.”
Aan de andere kant: voor de mensen met geld op de beurs was het afgelopen jaar ook bepaald geen feest.
“Ja, dat klopt. Die inflatie heeft een aantal mensen naar de beurs gestuurd op het moment dat die heel zwak presteerde. Maar eigenlijk maakt het niet veel uit wat de beurs op korte termijn doet: je berekent toch ook niet elk jaar hoeveel je eigen woning waard is, om dan te panikeren omdat de huizenprijzen met een procent gedaald zijn? Je weet dat je woning op lange termijn in waarde zal stijgen en op de beurs is het net zo.
“Maar het probleem met aandelen is dat je elk moment op je telefoon de aandelenkoers kan checken: als de waarde stijgt dan rekenen mensen zich al te snel rijk, zakt de koers dan worden ze nerveus terwijl ze dat verlies helemaal niet hoeven te pakken, maar ook rustig kunnen afwachten. Als je jong bent en je wil je pensioen opbouwen, dan heb je alle tijd. Het is natuurlijk anders als je zeventig bent en elke maand aan je spaargeld moet zitten: dan moet je niet alles in aandelen steken. Maar dat weet je niet als je dat nooit geleerd hebt.”
Vijf beurstips
- Reken je niet te snel rijk. Met beleggen op de beurs zal je gemiddeld geen 20% per jaar verdienen. Wel 8%. We houden dan rekening met heel goede en slechte jaren.
- Vertrouw niet op finfluencers die er enkel op uit zijn je een abonnement te verkopen op hun diensten. Vaak gaat het om niet meer dan wat marketing. Als het te goed is om waar te zijn is het meestal niet waar.
- Hou vol. Wees geduldig. Een verstandig belegger kijkt vooral op de lange termijn. Panikeer dus niet bij de eerste daling die je meemaakt op de beurs.
- Spreid altijd je beleggingen: in de tijd, in diverse sectoren en in diverse soorten bedrijven. Beleggen mag geen gokken zijn. Leg niet al je eieren in 1 mand.
- Lees een goed boek over beleggen of volg een beleggingscursus. Op die manier profiteer je van de ervaring van wie vaak al heel lang belegt. En blijf vooral lezen. Een goed belegger is op de hoogte van trends. De beurs kan je niet voorspellen, maar vaak wel welke bedrijven beter zullen scoren dan andere.
Responses