Amerikaans spaarvarken brengt te veel op

Beursweek

Geen winst voor de meeste beursindices, vorige week. Alleen door de buitenaardse resultaten van Nvidia noteerde de Nasdaq groeibeurs vrijdagmiddag eenzaam en alleen met een kleine weekwinst.

Het sprookje van de Amerikaanse Magnificent Seven was dit jaar duidelijk nog niet uitverteld, want ze zijn ondertussen alweer goed voor de helft van de vooruitgang van de S&P 500 sinds begin dit jaar. En Nvidia, ondertussen het op Microsoft en Apple na grootste aandeel, is in zijn eentje goed voor de helft van de winst daarvan en dus 25% van de 499 andere grootste Amerikaanse bedrijven. En dat was vóór Nvidia er na de bekendmaking van de jongste superresultaten nog eens 10% bijkreeg.

Maar geen winst dus voor de rest, ook niet op de Aziatische en de Europese beurzen. De boosdoener: goed nieuws over de Amerikaanse economie duwde de rente hoger. De wat zwakkere PMI-indicator van de aankoopdirecteuren in april werd tenietgedaan door een heropleving in mei.

Dat ECB-voorzitster Christine Lagarde zo goed als bevestigde dat de bank van onze eenheidsmunt in juni de rente zal verlagen, kon de beleggers niet verleiden. Dat wordt wel historisch, want het zal de eerste keer zijn dat de ECB de Fed leidt.

De Amerikaanse rente klom als gevolg van de nieuwe positieve indicatie voor de Amerikaanse economie hoger. En dat woog zwaarder dan de renteverlichting in de eurozone. Waarom? Want de Amerikaanse tienjaarsrente klom zo’n 6 basispunten hoger, tot 4,46%. Dat is noch een buitengewone klim, noch een niveau dat veel hoger is dan het recente verleden. Maar de rente op kortere looptijden ging wel fors hoger. De vergoeding op tweejarige Amerikaanse Treasuries klom 14 basispunten, tot 4,95%. Dat geeft weer dat beleggers niet snel een renteverlaging verwachten. En de rente op nog kortere looptijden brengt 5,25 à 5,50% op – zoals de officiële beleidsrente van de Fed. Daardoor puilen de zogenaamde geldmarktfondsen (die beleggen in overheidspapier met heel korte looptijden) uit: er zit liefst 6.000 miljard dollar in. En dat is al een tijdje zo. Na jaren van nulrente zijn veel mensen blij dat ze 5% verdienen zonder om te kijken, want een geldmarktfonds wordt gezien als risicoloos. Nu de Amerikaanse economie blijkbaar toch niet snel zal verzwakken, zal de Fed de rente niet snel verlagen en zal dat geld nog wat langer in het bed van de financiële markten blijven liggen. De hoop of de kans dat dit geld snel naar de obligatie- en aandelenmarkten zal komen, en de koersen nog hoger zal tillen, vervloog deze week.

Of belegd blijven in zo’n geldmarktfonds slim is? Een vermogensbeheerder van het Amerikaans-Britse Janus Henderson zegt duidelijk van niet. “Het is een comfortabele positie, maar als de rente begint te dalen, mis je de klim van de obligatieprijzen en de aandelenkoersen die zich dan normaal voltrekt. Dat geldt zeker voor rentegevoelige aandelen, zoals vastgoed.” De koersen daarvan zakten nu weg. Om nu te kopen dus, maar de mensen laten hun geld in een geldmarktfonds. En eenmaal de rente zakt, verdwijnt die royale kortetermijnvergoeding snel.

“In een geldmarktfonds beleggen staat ook voor het ‘timen’ van de markt en we weten dat we dat eigenlijk niet kunnen”, zei de man van Janus Henderson. “De beleggers zullen er te lang in blijven en de mooiste winsten missen.” Zoals de spaarrekeningen bij ons: goed voor een korte tijd, maar gegarandeerd verlies van koopkracht op lange termijn.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard

Responses