Avantium

Woord vooraf

Avantium is het risicogedeelte van mijn portefeuille. Mijn positie in dit bedrijf bedraagt ongeveer 1% van mijn portefeuille. Deze aankoop druist in tegen zowat alle beleggingsregels die ik hanteer en die samenvallen met de ideeën achter waarde- en/of kwaliteitsbeleggen. 

Ik kocht Avantium toen ik nog niet de kennis had van vandaag. Zou ik het aandeel vandaag opnieuw kopen? Ik hou het in ieder geval bij. Is dit dan gokken? Ik ervaar het vooral als een emotionele bliksemafleider. In Avantium zit al mijn hoop en hebzucht geconcentreerd zodat de rest van mijn portefeuille op rustige redelijkheid kan drijven. 

De volgende weken probeer ik zo objectief mogelijk in drie artikels te beschrijven waar Avantium staat en waar het naartoe kan. Beginnen doe ik met het parcours van de afgelopen maanden: 

Deel 1. Geen nieuws is goed nieuws 

Avantium vlamde sinds begin oktober zo’n 30% hoger. Het resultaat van een goednieuwsshow die over het bedrijf trok. In augustus gebeurde immers het omgekeerde. Slecht nieuws duwde het bedrijf toen ruim 30% naar beneden. Tijd om helderheid te scheppen in de waan van het jaar 2024. 

Op dinsdag 22 oktober, was het zover. Avantium opende de langverwachte allereerste FDCA-fabriek. FDCA is de bouwsteen voor PEF, zoals aardolie de bouwsteen is voor PET. Aan de opening van de fabriek ging een lijdensweg vooraf. Sinds Avantium in 2017 naar de beurs trok aan 11 euro/aandeel. Vooral tegenslagen en onzekerheden over de financiering zorgden voor vertragingen van de bouw. Maar weldra start de productie en zal er in het Nederlandse Delfzijl jaarlijks 5.000 ton FDCA worden gemaakt voor de productie van PEF. 

Een druppel op een hete plaat, want volgens de OECD (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) tikt de jaarlijks wereldwijde productie van plastics af op zo’n 400 miljoen ton. Maar daarover meer in een vervolgartikel. 

Cashverslindend 

Terug naar het begin van dit jaar. YTD staat Avantium nog steeds ongeveer 40% in de min. Eind januari trapte Avantium een kapitaalverhoging af waarbij elke 6 bestaande aandelen goed waren voor 5 nieuwe aandelen aan een prijs van 1,87 euro. Een korting van ruim 45% ten opzichte van de slotkoers op de dag van de aankondiging. Avantium hoopte met de kapitaalverhoging (officieel heette het een claimemissie) 50 miljoen euro op te halen voor de voltooiing van de fabriek. Aanvankelijk was de bouwkost van de fabriek geraamd op 190 miljoen euro. Stijgende prijzen van bouwmaterialen en oplopende rentekosten deden de bouwkost echter oplopen tot 250 miljoen euro. Avantium wist uiteindelijk 70 miljoen euro op te halen met de kapitaalverhoging. Een succes dus, ondanks de stevige verwatering van aandeelhouderswaarde. 

Ter aanvulling, ook in 2022 gaf Avantium voor 45 miljoen euro nieuwe aandelen uit.  

Avantium verwacht in 2026 ebitda-positief te zijn en hoopt dan een omzet van 100 miljoen euro te draaien. Dat er in 2025, zeg maar het overbruggingsjaar, nog eens extra kapitaal moet worden opgehaald bij de aandeelhouders is niet ondenkbaar. Tegelijkertijd heeft Avantium heel wat ijzers in het vuur liggen die al op korte termijn de omzet een flinke boost kunnen geven. Ook hier zoom ik in een volgend artikel op in. 

Met vers geld in de tank en de bouw opnieuw op schema kende het aandeel sinds april een zacht stijgende trend. Na de kapitaalverhoging in de eerste jaarhelft bleef Avantium enkele maanden schommelen rond de 2 euro, maar in augustus tikte de koers opnieuw 2,7 euro aan. Even later stortte de koers opnieuw in toen bleek dat de operationele cashburn met 17% was overschreden. Avantium moest noodgedwongen aankloppen bij haar schuldeisers om de kredietfaciliteiten van 105 miljoen euro, die in maart 2025 zouden aflopen, te verlengen. M.a.w. de fabriek kost nog meer en wordt duurder terugbetaald. 

Reddingsboei

Het aandeel daalde verder tot het half september de bodemkoers van 1,63 euro aantikte. Midden oktober stond de koers maar liefst 60% hoger dankzij de positieve nieuwsflow van de maanden ervoor. In een eerste bericht lazen we dat koningin Maxima de fabriek in Delfzijl zal openen. Een vertrouwenwekkend signaal, want niemand wil de koningin voor schut zetten met een fabriek die niet functioneert. Enkele dagen later volgde de FDA-goedkeuring voor PEF als verpakkingsmiddel voor voedsel in Amerika. Al lag dit sowieso in de lijn van de verwachtingen. Het tegendeel zou eerder nieuws zijn. Meteen na de FDA-goedkeuring kwam de deal met Plastipak. Deze Amerikaanse producent van verpakkingen zal PEF afnemen voor de productie van verpakkingen voor voedsel en drank. 

Plastipak is een (niet-beursgenoteerde) multinational met 40 fabrieken verspreid over Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Europa. Met de productie van de fabriek in Delfzijl, 5.000 ton, kan dit bedrijf weinig potten breken. Om de productie van FDCA op industriële schaal te krijgen, sloot Avantium begin 2023 al een deal met het Amerikaanse Origin Materials. Origin Materials engageert zich voor de jaarlijkse productie van 100.000 ton FDCA. Al is deze deal niet zonder risico. In 2023 crashte de beurskoers van Origin Materials met bijna 70%. Net als Avantium heeft Origin Materials alles nog te bewijzen en lijken tegenvallende kwartaalcijfers aan te geven dat ze het spoor kwijt zijn. Origin Materials kwam in 2020 naar de beurs. Sindsdien is de koers met ruim 85% gezakt. Het bedrijf is verlieslatend, maar bulkt gelukkig wel van de cash. Zijn Avantium en Origin Materials elkaars reddingsboei?

Snel en stil

PEF is vandaag amper aanwezig in consumptieproducten. Het bekendste product is de fibre bottle van Carlsberg. Dit is een bierflesje gemaakt van houtpulp met aan de binnenkant een PEF-laag. In Nederland en België kunnen we – als alles goed loopt – weldra de eerste PEF-drankflesjes vinden bij Albert Heijn. 

Voor een commerciële doorbraak van PEF is het echter van wezenlijk belang dat Avantium de productie snel kan opschalen. PEF heeft veel voordelen ten opzichte van PET (hierover meer in volgend artikel), maar is ook opvallend duurder. Massaproductie moet de kosten drukken. Bovendien heeft Avantium cash nodig. De productie moet dus snel omhoog. Snel en stil. 

De omslag naar steeds meer PEF gebeurt volgens mij best geruisloos. Avantium is gebaat bij een consument die niet eens door heeft dat hij/zij een ander product vast heeft. Dat zou betekenen dat er inzake gebruiksgemak geen verschil is tussen PEF en PET. PET is immers geen product waar mensen over klagen. En de evolutie in plastics sinds de jaren 60 ging ook veelal onopgemerkt voorbij aan de consument. Gaandeweg groeide wel het besef over de negatieve milieu-impact ervan, maar daar maakt PEF net het verschil. 

De vraag is dan in welke mate de consument het prijsverschil zal opmerken. Gaat Albert Heijn (veel) reclame maken voor hun vruchtensap in PEF-flesjes? Haakt de consument af op de meerprijs voor de verpakking? Of merkt hij/zij het niet eens? Allemaal vragen die snel beantwoord zullen worden en hopelijk al fluisterend. Want zodra de fabriek draait, is geen nieuws goed nieuws. Om te slagen, moet Avantium namelijk op middellange termijn evolueren van een nieuwsgevoelige ‘startup’ naar een saaie, duurzame toeleverancier van de industrie. 

Lees ook:
Avantium deel 2: What a Releaf
Avantium deel 3: PEF, plastiek met potentieel

Responses