Welke belastingen betaalt de kleine belegger?

Businessman calculating business balance prepare tax reduction. Tax deduction planning concept

De hervorming van de fiscaliteit en de invoering van een meerwaardebelasting zijn het struikelblok voor de vorming van een nieuwe federale regering. Tijd om de bestaande belastingen op beleggingen tegen het licht te houden.

Op basis van een werkgroep onder leiding van professor fiscaal recht Mark Delanote (UGent) stelde minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) in juli 2020 een ‘blauwdruk fiscale hervorming’ voor. Daarin was sprake van de invoering van een meerwaardebelasting van 15%, maar ook een vermindering van de roerende voorheffing van 30% naar 25% én een uitdoving/afschaffing van de sterk verzwaarde belastingen op beleggingen.

Ter info: een meerwaardebelasting van 10% werd door de Hoge Raad van Financiën in 2020 geschat op een gemiddelde jaarlijkse opbrengst van 1 à 1,3 miljard euro, op kruissnelheid.

Maar laten we vertrekken van de bestaande lasten op beleggers: wat zijn de tarieven en wat brengen ze op voor de schatkist; worden kleine en grote vermogens gelijk belast en wat wil(de) minister Van Peteghem veranderen?

Roerende voorheffing

Opbrengst voor de overheid in 2023: 5,39 miljard euro.

Bij de uitkering van interesten en dividenden wordt aan de bron 30% roerende voorheffing afgehouden. Tot 2011 was dat 15%.

Op gereglementeerde spaarrekeningen geldt een vrijstelling tot 1.020 euro aan interesten, en daarboven is geen 30 maar 15% verschuldigd. Dividenden op aandelen zijn vrijgesteld tot een jaarlijks bedrag van 833 euro. Het tarief op dividenden die uitgekeerd worden door gereglementeerde vastgoedvennootschappen die in zorgvastgoed investeren, is (soms) maar 15% .

De Reynderstaks is een roerende voorheffing op beleggingsproducten met obligaties, waarbij naast de gewone 30% op intresten ook 30% wordt afgeroomd op de meerwaarden.

Kleine vermogens kunnen niet ontsnappen aan deze ‘kaskoe’ onder de belasting op vermogensinkomsten. Grote vermogens wel, als ze hun aandelen blijvend aanhouden in een vennootschap. Als die vennootschap 10% van de aandelen bezit (EU-richtlijn) of dat pakket een aanschafwaarde heeft van 2,5 miljoen euro (Belgische regel), is er geen roerende voorheffing verschuldigd. Die formule staat bekend als DBI of ‘definitief belaste inkomsten’, om te vermijden dat er twee keer belastingen worden betaald op dezelfde inkomsten: de onderneming achter die aandelen is immers onderworpen aan de vennootschapsbelastingen.

Die redenering wordt niet doorgetrokken naar particuliere aandeelhouders omdat vennootschapsbelasting als een soort voorschot wordt beschouwd en de personenbelasting als een eindbelasting. De belasting op inkomsten uit een aanzienlijk vermogen in een vennootschap komt er pas bij een uitkering van kapitaal.

Voorstel Van Peteghem: verlagen van het tarief van 30 naar 25%.

Taks op Beursverrichtingen (TOB)

Opbrengst voor de overheid in 2023: 317 miljoen euro.

Dit is een transactietaks bij aankoop en/of verkoop van roerende waarden zoals obligaties of aandelen, maar ook van beleggingsproducten zoals fondsen, warrants of turbo’s. De taks wordt berekend op de volledige waarde van het verhandelde kapitaal en afgehouden door de banken, die het doorstorten aan de fiscus.

Het tarief bedraagt 0,12% bij aankoop en verkoop van obligaties en ETF’s (beursgenoteerde beleggingsfondsen), en op aandelen van gereglementeerde vastgoedvennootschappen (GVV’s).

Bij aankoop en verkoop van aandelen, vastgoedcertificaten, niet-Europese beleggingsfondsen, warrants en turbo’s bedraagt het tarief 0,35%.

En 1,32% is de taks bij verkoop van een beleggingsfonds dat de intresten en/of dividenden kapitaliseert. Ook bij de verkoop van fondsen die al belast worden met de Reynderstaks moet deze heffing betaald worden.

De toepassing van de TOB op ETF’s is ingewikkeld en leidt er toe dat er op sommige kapitaliserende ETF’s zowel bij aankoop als verkoop 1,32% moet betaald worden, terwijl dit bij gelijkaardige ETF’s beperkt blijft tot twee keer 0,12%. De wetgever maakt een verschil naargelang een ETF al dan niet in België geregistreerd is, maar de interpretatie daarvan is onduidelijk en moeilijk na te gaan door (kleine) beleggers. De banken en brokers passen dit principe bovendien verschillend toe.

Voor de verschillende TOB-tarieven (van 0,12, 0,35 en 1,32%) wordt er een maximumtaks aangerekend van respectievelijk 1.300 euro, 1.600 euro en 4.000 euro. We spreken dan over transacties van een half miljoen euro, zodat alleen institutionele beleggers en de happy few hieraan kunnen ontsnappen.

Voorstel Van Peteghem: de transactietaks afschaffen. In de supernota van formateur Bart De Wever (N-VA) staat alleen de afschaffing van de TOB op aandelen met lage beurswaarde.

Taks op effecten-rekening

Opbrengst voor de overheid in 2023: 386 miljoen euro.

Deze taks wordt louter bepaald wordt door de vorm: alleen effecten die op een rekening zijn geregistreerd, moeten betalen, aandelen op naam blijven buiten schot.

Op effectenrekeningen vanaf een waarde van 1 miljoen euro moet jaarlijks een taks van 0,15% betaald worden. Dat is, net als de TOB, een zuivere vermogensbelasting, want de taks staat los van de opbrengst.

Deze taks treft alleen kleine vermogens niet. Maar ook de echt grote vermogens blijven grotendeels buiten schot, want die kapitalen staan meestal niet op een effectenrekening.

Voorstel Van Peteghem: laten uitdoven.

Taks op langetermijnsparen

De zogenaamde Tak21 en Tak23- contracten zijn erg populair. Ze worden niet verkocht door banken, maar door verzekeraars, hoewel er zelden een verzekeringsaspect aan vastzit. Op interesten en dividenden is er geen belasting te betalen als ze minstens 7 jaar gekapitaliseerd worden.

De taks beperkt zich tot een heffing van 2% bij de start. Dat is een gunstiger regeling dan voor kapitaliserende beleggingsfondsen, ook al is een Tak23-contract niets anders dan een beleggingsfonds in een verzekeringsjasje.

In zekere zin kunnen kleine vermogens via deze formule, behalve de 2% aanvangsheffing, ook vrij van belastingen investeren. Let wel: het gaat hier over beleggingsproducten waarop (meestal hoge) beheerskosten moeten betaald worden, zolang de belegging loopt.

Voorstel Van Peteghem: laten uitdoven. “We doven uitzonderingsregimes uit, met respect voor verworven rechten.”

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.

Responses

  1. Sorry Philippe, maar ik hoop dat de regeringsonderhandelaars het lezen. Het is niet de bedoeling om extra belastingen in te voeren en deze te laten bestaan. Maar ik vrees ervoor…

  2. Het gaat er uiteindelijk op neer komen dat de grote jongens nog achterpoortjes gaan hebben en Piet particulier de volle pot gaat betalen op alles, comme d’habitude…