-
Pensioensparen en beleggen combineren in 2025
Pensioenopbouw na het Regeerakkoord van 2025
Door Benjamin Belmans – Donderdag 15 mei
Na de regeringswissel van 2025 onder leiding van eerste minister De Wever zijn er geen fundamentele systeemwijzigingen gekomen in het Belgische pensioenlandschap. Wel werd de nadruk versterkt op individuele verantwoordelijkheid bij pensioenopbouw. Voor wie fiscaal voordelig wil sparen én tegelijk investeren – zelfs in vastgoed – biedt het vernieuwde pensioenkader nog steeds krachtige hefbomen. Maar: enkel als je ze in de juiste volgorde en context inzet.
De pijlers van pensioenopbouw
Hoewel het wettelijk pensioen (1e pijler) de basis blijft, volstaat dit zelden. De focus verschuift meer dan ooit naar de aanvullende pijlers:
- 2e pijler: Via werkgever of zelfstandigenstructuren (IPT, POZ, VAPZ, VAPW)
- 3e pijler: Vrij sparen via pensioenspaarfondsen of verzekeringen
- 4e pijler: Vrij sparen zonder fiscaal voordeel (beleggen, spaarrekeningen, etc.)
- 5e pijler: Vastgoedinvesteringen
Door vergrijzing, budgetdruk en een groeiende kloof tussen actieven en gepensioneerden geldt: hoe vroeger je spaart en investeert, hoe minder je later moet inhalen.
Stap 1: VAPZ – de absolute basis voor zelfstandigen
- Voor wie? Alle zelfstandigen (met of zonder vennootschap)
- Maximale storting (2025): €3.964,86
- Fiscaal voordeel:
Volledig aftrekbaar als beroepskost
Verlaging van sociale bijdragen
Netto belastingbesparing tot wel 60%Waarom eerst?
Dubbel voordeel (belasting én RSZ-besparing). Een unieke combinatie van rendement en veiligheid.Stap 2: IPT of POZ – voor kapitaalopbouw én vastgoed
IPT (Individuele Pensioentoezegging)
- Voor wie? Zelfstandigen met een vennootschap (BV)
- Betaald door: De vennootschap
- Voordelen:
Pensioenopbouw tot 80% van het laatst verdiende loon
Premie is aftrekbare beroepskost
Eindbelasting slechts 10% indien uitkering op 67 jaar
Kan gebruikt worden voor vastgoedfinanciering via voorschot
Praktijkvoorbeeld: Koen stort jaarlijks €12.000 in zijn IPT en gebruikt dit op termijn om vastgoed aan te kopen met intern voorschot – zonder notaris- of registratiekosten.
POZ (Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen zonder Vennootschap)
- Fiscaal voordeel: 30% belastingvermindering
- Eindbelasting: 10%
- Eveneens inzetbaar voor vastgoedfinanciering via voorschot
Slim gebruik: Sarah combineert VAPZ en POZ en financiert later vastgoed met een voorschot op haar POZ – fiscaal efficiënt en zonder fiscale verrassingen.
Stap 3: Pensioensparen (3e pijler)
- Voor wie? Iedereen
- Fiscaal voordeel:
Tot €1.020: 30% belastingvermindering
Tot €1.310: 25%
- Belasting bij uitkering: 8% anticipatieve heffing op 60 jaar
Wanneer interessant?
Na het benutten van je 2e pijler. Lage drempel, hoge liquiditeit – maar niet bruikbaar voor vastgoed!Stap 4: Langetermijnsparen
- Voor wie? Iedereen met voldoende belastbaar inkomen
- Maximale storting (2025): €2.530
- Fiscaal voordeel: 30% belastingvermindering
- Belasting bij opname: Geen, indien correct opgebouwd
Wanneer interessant?
Na afbetaling van je hypotheek, om resterende fiscale ruimte optimaal te benutten.Stap 5: VAPW – voor zonder groepsverzekering
- Voor wie? Werknemers bij bedrijven zonder of met beperkte groepsverzekering
- Voordeel:
Werkt via brutoloon (belastingvrij), wel RSZ verschuldigd
Waarom pas op het einde?
Het netto rendement is lager dan bij zelfstandigenstructuren én het is beperkt in omvang.Wat je beter niet doet (na 2025)
De nieuwe regels geven duidelijke richtlijnen over wat fiscaal wordt beloond – maar ook wat zwaar wordt afgestraft. Hieronder vijf dingen die je best vermijdt:
1. Vervroegd pensioensparen afkopen
Waarom niet doen?
- 33% belasting op kapitaal
- Verlies van alle opgebouwde belastingvoordelen
- 8% anticipatieve heffing op 60 jaar is dan voor niets geweest
2. Langetermijnsparen gebruiken voor vroege opname
Waarom niet doen?
- Afkoop = gewone belasting + verlies fiscale voordelen
- Niet bedoeld voor flexibiliteit
- Slechts in uitzonderlijke gevallen bruikbaar voor vastgoed, en dan onder strikte voorwaarden
3. Individuele aandelen kopen in pensioenspaarrekening
Waarom niet doen?
- Pensioenspaarproducten laten geen losse aandelen toe
- Enkel fondsen, vaak met hoge beheerkosten
- Zelf beleggen doe je beter via de 4e pijler – waar je vrij bent
4. Vastgoed financieren met producten uit de 3e pijler
Waarom niet doen?
- Pensioensparen en langetermijnsparen zijn daar niet voor bedoeld
- Afkoop leidt tot zware fiscale sancties
- Enkel de 2e pijler (IPT, POZ, VAPZ) biedt wettelijke mogelijkheden
5. Je IPT vóór 60 jaar uitbetalen
Waarom niet doen?
- Belastingen stijgen naarmate je jonger bent bij uitkering
20% op 60 jaar
18% op 61 jaar
6,5% op 62 jaar
10% vanaf 65 jaar (bij volledige loopbaan van 45 jaar)
10% vanaf 67 jaar – laagste eindbelasting- Vervroegde opname vermindert netto rendement aanzienlijk
Tot slot
Ik hoop hiermee een heldere eerste indruk te geven van de mogelijkheden rond pensioenopbouw met steun van de overheid. Beleggen blijft een rendabele manier om vermogen op te bouwen, al wordt deze fiscaal minder gestimuleerd dan bovenstaande oplossingen.
Log in to reply.