-
Opgepast met uitgifteprijs obligaties
Bron: De Belegger
“Als u obligaties koopt vergewis u dan van de uitgifteprijs. Zo vermijdt u onaangename verrassingen.
Wie individuele obligaties koopt, kiest best voor een obligatie met een zo laag mogelijke coupon, want dan betaalt u maar roerende voorheffing (30%) op een heel lage coupon. Bovendien noteren de koersen dan een eind beneden pari, waardoor u een grotendeels belastingvrije meerwaarde kan realiseren. Dat haalden we al vaak aan. Er is immers slechts roerende voorheffing verschuldigd op het verschil tussen de terugbetalingsprijs, bijna altijd 100%, en de uitgifteprijs, die zich meestal net onder of boven pari (100%) bevindt. Terwijl de coupon, looptijd en coupures gemakkelijk terug te vinden zijn van een bestaande obligatie, is dat veel moeilijker wat de uitgifteprijs betreft. Daarom dat we voortaan in de tabel secundaire obligaties de uitgifteprijs zullen vermelden, waardoor u weet welke roerende voorheffing u mag verwachten.
Vorige week meldde een abonnee ons dat Deutsche Bank op een obligatie in Australische dollar van EBRD (European Bank for Reconstruction & Development), die op vervaldag kwam op 1 september 2023, op een bedrag van 40.000 AUD 4.699 AUD roerende voorheffing heeft ingehouden. Deze obligatie werd in 2011 uitgegeven met een lage brutocoupon van 0,5%. Onze lezer kocht deze obligatie in 2011 aan 82,14% van de nominale waarde en werd nu terugbetaald aan 100%. Wat uit het oog verloren werd, is dat de obligatie werd uitgegeven aan 60,84% van de nominale waarde. Er is dus RV verschuldigd op het verschil tussen de terugbetalingsprijs (in dit geval 100% of 40.000 AUD) en de uitgifteprijs (60,84%, wat overeenkomt met 24.336 AUD). Op 15.664 AUD werd de RV berekend, wat neerkomt op de hiervoor vermelde 4.699 AUD. Dat de obligatie gekocht is aan een prijs die merkelijk hoger ligt dan de uitgifteprijs doet niet ter zake. Dergelijk lage uitgifteprijzen zijn gelukkig uitzonderlijk, maar het zal je maar overkomen. Opletten dus. In de tabel alvast enkele obligaties die te mijden zijn omwille van de lage uitgifteprijs. We brengen ook in herinnering dat bij zogenaamde zerobonds geen coupon wordt uitgekeerd, maar deze ver beneden pari worden uitgegeven en terugbetaald worden aan 100%. Het verschil vormt dan het rendement. De volledige meerwaarde is belastbaar. Opgelet, deze zerobonds zijn niet te verwarren met klassieke obligaties waarbij kwaliteitsvolle bedrijven enkele jaren geleden dankzij de ultralage rentes nog geld konden ontlenen tegen 0%. Zerobons zijn momenteel overigens schaars. Ook van deze zerobons geven we enkele voorbeelden. Vaak kan je zerobonds of obligaties met een zeer lage uitgifteprijs herkennen door de bijna continue koersstijging.”
Log in to reply.