-
Meerwaardetaks, uit DeTijd en DeStandaard
Vandaag in DeTijd de kijk van Ellen Vermorgen op de meerwaardebelasting. Alsook een fragment uit een interview met professor Fiscaal Recht Mark Delanotte in De Standaard.
Bijzonder leeswaardig voor zij die de jongste dagen de meerwaardetaks hebben verdedigd.
De kleine belegger wordt verward met het grootkapitaal. Zolang die hardnekkige misperceptie niet verandert, is de beurs van Brussel ten dode opgeschreven.
Vivat! Twee razend boeiende investeerders hebben een grote kaap gerond. Marc Coucke en Michael Saylor vierden hun 60<sup>ste</sup> verjaardag. Niet samen, vermoed ik. Tenzij misschien op een top secret party in hotel Obu Ibiza met Steve – het is weer Couckenbak – Tielens aan de draaitafel en I am Saylor van Rod Stewart uit de luidsprekers.
Al vermoeden we in Saylor een minder grote feestneus dan in Coucke. Toch zijn er tussen beide jonge zestigers parallellen te trekken. De ene investeert al jarenlang en met veel passie in de Belgische economie, de andere al jarenlang en met evenveel devotie in bitcoin. Ik hoef u niet te vertellen wie de hoogste (papieren) meerwaarde boekte. Ook niet wie de hoogste maatschappelijke meerwaarde creëerde.
Het zet je aan het denken. Wat als Coucke de 3,6 miljard uit de verkoop van Omega Pharma in 2014 in bitcoin had gestoken, tegen de toenmalige prijs van 349 dollar per cryptomunt? Coucke zou nu veruit de grootste walvis ter wereld zijn met ruim 10 miljoen bitcoins, goed voor een huidige waarde van 997,1 miljard dollar.
Hef daar een taks van 10 procent op, en je hebt het grote zinkgat in de Belgische begroting in één klap drie keer dichtgereden. En dat zonder enige economische nevenschade. Wat jammer nu toch dat Coucke voor Belgische bedrijven koos en geen bitcoinbank opbouwde zoals zijn leeftijdsgenoot.
We schrijven dit bij wijze van boutade natuurlijk, maar wel om het volgende punt te maken. De economische randschade die nu dreigt, met de nieuwe meerwaardetaks zoals uitgetimmerd (of eerder in alle haast op een broddelblaadje neergepend in de late uren in de Koninklijke Militaire School) door de regering-De Wever I, is groot. Beleggers en spaarders, of ze nu Marc Coucke of Marc Modaal heten, moeten opnieuw in het bad, ondanks de 8,5 miljard euro die ze vorig jaar al aan taksen hebben opgehoest.
Dan nog liever de Coucketaks. Dat ballonnetje werd in 2016 opgelaten om te vermijden dat ondernemers geen belastingen betaalden na de verkoop van hun bedrijf. Iedereen stond op zijn achterste poten. Een rem op ondernemerschap! Kapitaalvlucht dreigt! De taks werd onder luid boegeroep afgevoerd nog voor hij het levenslicht zag.
Het idee mondde uit in een veel groter gedrocht. De speculatietaks, een plan om snelle beurswinsten te belasten. Beleggers moesten 33 procent belasting betalen op de gerealiseerde meerwaarde bij de verkoop van beursgenoteerde aandelen en opties binnen zes maanden na aankoop. De taks werd een jaar later alweer afgevoerd wegens totaal falend beleid. Te weinig opbrengst, te veel schadelijke neveneffecten.
Nu tapt men weer uit hetzelfde vaatje. Opnieuw worden meerwaarden op aandelen, deze keer beursgenoteerde en niet-genoteerde, geviseerd. Het probleem is dat je, door beide samen te viseren, een heel verschillend doelpubliek treft. Marc Coucke bezit zowel genoteerde als niet-genoteerde aandelen. Marc Modaal bezit beursgenoteerde aandelen. Hij is immers veel te klein voor het snobby private-equitylandschap waar hem de toegang ontzegd wordt door hoge drempels voor minimuminvesteringen. Gelukkig is er ook daar opnieuw de democratiserende kracht van de beurs. Marc Modaal geraakt alleen in private bedrijven via beursgenoteerde toegangspoorten als Sofina.
Marc Modaal draagt al stevig zijn steentje bij (zie tabel). Op zijn dividenden en rente-inkomsten betaalt hij 30 procent roerende voorheffing, veel meer dan in de meeste andere Europese landen.
Daarnaast betaalt hij bij elke aan- en verkoop een beurstaks, die erg verschilt afhankelijk van het product. Op aandelen bedraagt de heffing 0,35 procent, het hoogste tarief in de westerse wereld. Op obligaties en fondsen gelden dan weer andere tarieven, wat leidt tot verwarring en administratieve complexiteit. Frankrijk is een van de weinige landen met een gelijkaardige heffing. Daar bestaat een beurstaks, maar genieten kleine en middelgrote aandelen wel een vrijstelling.
De Belgische beurstaks is ideologisch een onverklaarbaar beestje. Ze penaliseert beursinvesteringen, iets wat een samenleving ten goede komt, gezien de rol van de beurs als belangrijke financieringsader in een economie. België benadert ze als alcohol en sigaretten.
Bovendien verstoort de beurstaks de marktwerking. Beleggers kiezen in België beleggingen uit om fiscale redenen, niet om economische. Het speelveld is allerminst gelijk. Grote institutionele beleggers (pensioenfondsen, beleggingsfondsen, banken) zijn meestal vrijgesteld van de beurstaks. Kleine beleggers en particuliere spaarders betalen de volle prijs.
Als je dan, na al twee keer belastingen te hebben betaald in de vorm van de beurstaks en de roerende voorheffing, al zwoegend een potje hebt opgebouwd, komt de fiscus binnenkort nog een keer aankloppen met een meerwaardetaks.
De vrijstelling tot 10.000 euro lijkt een bescherming te bieden aan de kleine belegger. Maar een portefeuille van 100.000 euro die een gemiddeld rendement van 10 procent behaalt, valt al onder die belasting. Dat roept de vraag op: is een portefeuille van die omvang werkelijk een indicatie van grote welvaart? En is dat dan eerlijk, wetende dat iemand met pakweg een tiental vastgoedeigendommen bij elke begrotingsopmaak of discussie over ‘de breedste schouders’ steevast volledig ontzien wordt?
De beurs heeft een lage drempel. Goddank. Al voor enkele tientjes kunt u mede-eigenaar worden van prachtige bedrijven. Daarom zitten er veel minder kapitaalkrachtige Belgen op de beurs dan in de vastgoedbeleggingen. Denk maar aan jonge ETF-beleggers die de beurs als hun spaarpotje zien, nu het verwerven van een eigen woning steeds moeilijker wordt.
Een ander voorbeeld: zelfstandigen die een portefeuille van 500.000 euro beheren ter aanvulling van hun pensioen worden als vermogend beschouwd, terwijl ambtenaren met een gegarandeerd pensioen van 3.000 euro per maand (het equivalent van bijna 1 miljoen euro aan pensioenvermogen) buiten schot blijven.
Niet alleen kleine beleggers, ook onze kmo’s, de jobmotor van ons land, zullen getroffen worden. Zij dreigen de liquiditeit en de kapitaaltoegang in Brussel verder te zien opdrogen. Beleggers zullen geneigd zijn jaarlijks winsten te realiseren om onder de vrijstellingsgrens te blijven.
Dat kan leiden tot verkoopdruk, extra transactiekosten en een lagere marktstabiliteit voor kleine aandelen, wat de financieringsmogelijkheden van Belgische ondernemingen bemoeilijkt. De moedeloosheid bij de kleine belegger is compleet. Verschillende lezers van De Tijd en De Belegger lieten ontmoedigd weten dat ze hun spaarpotje gaan liquideren en in fysiek goud zullen stoppen. Goud is een prachtige belegging, uiteraard, maar een inerte die geen cashflows, laat staan meerwaarden voor de Belgische samenleving creëert.
Wil Arizona werkelijk zo de annalen ingaan? Als de regering die de Belg nog meer van risicokapitaal heeft weggejaagd? Als de doodgravers van de Brusselse beurs? Sine labore nihil, niets zonder arbeid. Het is de wapenspreuk van de familie Van Geet achter de beursgenoteerde magazijnspecialist VGP. Een bedrijf dat mede dankzij de kleine belegger is uitgegroeid tot een miljardenspeler.
Premier Bart De Wever (N-VA) heeft zich middels datzelfde adagium tot lovenswaardig doel gesteld om volop voor jobs te gaan en lastenverlagingen op arbeid. Maar méér mensen laten investeren in een sterke economie, zal meer meerwaarde creëren dan het te ontraden via een meerwaardetaks. Een gezonde beurs die toegang verschaft aan een zo breed mogelijke groep van mensen is de sleutel om het dubbele doel van De Wever I te bereiken: gezondere overheidsfinanciën én een sterker economisch weefsel. Sine foro nihil, zonder een beurs dreigt een economisch niemandsland.
Log in to reply.