Staar u niet blind op hoge dividenden

Staren - Canva

Als (kleine) aandeelhouder maakt u aanspraak op de vruchten van de onderneming waarin u heeft geïnvesteerd. Bijvoorbeeld via de uitbetaling van dividenden – een belangrijk stukje van de puzzel om rendabel te beleggen.

Als alles meezit, stijgt de waarde van het bedrijf waarin u heeft geïnvesteerd, en ziet u dat aan een klimmende beurskoers. Naast de verkoop van aandelen is de uitkering van een dividend een manier om daarvan iets in klinkende munt op uw rekening te krijgen. Belangrijk dus, maar niet allesbepalend voor het eindresultaat. Soms kan een laag dividend of zelfs geen dividend beter zijn dan een hoog. Hoe zit dat?

In april en vooral in de maand mei houden (beursgenoteerde) bedrijven hun jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders. Tegen dan zijn alle cijfers en gebeurtenissen van het vorige (boek)jaar verwerkt en kunnen de aandeelhouders de rekeningen goed- of afkeuren. De stemming gebeurt naar rato van hun belang. De raad van bestuur stelt al dan niet de uitkering van een dividend voor.

Daarna wordt het dividend van het aandeel ‘onthecht’. Nemen we als voorbeeld een aandeel dat tegen 100 euro noteert en waarvoor 3 euro dividend per aandeel wordt uitgekeerd. Daarvoor moet u overigens niets ondernemen; de bank stort het dividend op uw rekening en houdt tegelijk 30% roerende voorheffing af, om door te storten aan de fiscus. Opgelet: vaak valt de betaaldatum wat later en krijgt u het dividendbedrag pas met vertraging op uw rekening gestort.

Claim uw belastingvoordeel

Sinds 2018 kan elke belegger een deel van de roerende voorheffing die hij heeft betaald op dividenden terugvragen via de belastingaangifte. Het bedrag aan dividenden is geplafonneerd op 833 euro – goed voor maximaal 249,90 euro aan te recupereren roerende voorheffing. Gebruik hiervoor op uw aangifte vak VII code 1437. Wie voor 27.000 euro Europese aandelen in bezit heeft, waarvan het dividendrendement vandaag gemiddeld 3% bedraagt, komt al aan dat maximum. 

Je zou de vraag kunnen stellen wat het nut van dividenden is, want op de dag dat het dividend wordt ‘geknipt’, zakt de koers van het aandeel meestal evenveel als de waarde van het brutodividend (bij 3 euro zakt de koers van 100 naar 97 euro).

Sterker, doordat u via de roerende voorheffing onmiddellijk 30% van het brutodividend moet afstaan als belasting, bent u na ontvangst van het nettodividend (2,10 euro) per saldo armer geworden. De beurskoers (97 euro) van het aandeel plus het nettodividend (van 2,10 euro) is lager dan de koers van 100 euro vlak voor de uitkering.

De dalende koersevolutie is overigens logisch. Het geld dat uitgegeven wordt aan het dividend zit niet meer in het bedrijf en wordt dus afgetrokken van de waarde van het bedrijf, weergegeven in de beurskoers. Bovendien is dat geld niet meer beschikbaar voor investeringen, in productontwikkeling bijvoorbeeld.

Daarom zal een bedrijf meestal maar een deel van de winst uitkeren als dividend, of zelfs helemaal niets. Hoe meer investerings- en groeikansen een onderneming heeft, hoe minder interessant het wordt om geld cash uit te keren aan de aandeelhouders. Jonge ondernemingen of echte groeiers zullen dan ook vaak geen dividend uitkeren.

Grote multinationals betalen vaak wel een dividend, maar zoeken daarbij naar een evenwicht tussen uitbetaling en herinvestering. Het percentage van de winst dat wordt uitgekeerd, wordt de pay-outratio genoemd.

Sterke balans

Het is kort door de bocht om aandelen louter te beoordelen op het dividend dat ze opleveren. Weet wel dat dividenden van sterke, stabiele bedrijven uw portefeuille solider kunnen maken en iets zeggen over het vermogen van een onderneming om ook in moeilijke periodes overeind te blijven. Er zijn bedrijven die 25 jaar of langer elk jaar hun dividend verhogen: die worden ‘dividend-aristocraten’ genoemd. Voorbeelden zijn Coca-Cola, farmareus Johnson & Johnson en de producent van consumptiegoederen Procter & Gamble.

In Europa ligt de lat wat lager, maar cosmeticagigant L’Oréal, IT-bedrijf SAP en Belgische bedrijven zoals Solvay, Colruyt, Ageas en vele vastgoedvennootschappen bewijzen de soliditeit van hun bedrijfsmodel met een langjarige dividendpolitiek.

Bedrijven met een sterke balans kunnen zelfs na een moeilijk jaar beslissen evenveel of meer dividend te betalen. Het Belgische chipbedrijf Melexis zag de winst vorig jaar met 34% zakken, maar hield het dividend toch op 3,7 euro. Dat was zelfs meer dan de 2,8 euro winst per aandeel van dat jaar. Alleen een sterk bedrijf met reserves kan dat aan.

Beter Belgisch

Wat vertelt dan de hoogte van het dividend? Er wordt gekeken naar de pay-outratio (het percentage van de nettowinst dat wordt uitgekeerd) en naar de verhouding tot de beurskoers. Als bij een koers van 100 euro een dividend van 3 euro wordt uitgekeerd, is het brutodividendrendement 3%. Dat is zowat het gemiddelde rendement van de grote Europese aandelen (de Euro Stoxx 50-index) en van de Bel20-aandelen. De bedrijven uit de Amerikaanse S&P 500-index bieden met 1,3% een veel lager dividendrendement. De aandelen die noteren op de groeibeurs Nasdaq bieden zelfs amper 0,7%, want zij mikken maximaal op investeringen en groei.

Nog dit: heel wat Amerikaanse bedrijven, en ook steeds meer Europese bedrijven, kopen regelmatig eigen aandelen in – om ze daarna te vernietigen. Dat verhoogt de waarde per aandeel, heeft een koersverhogend effect en is eigenlijk een fiscaal interessanter alternatief voor gewone dividenden. Dat geldt nog meer voor dividenden van buitenlandse bedrijven. Daarop moet u meestal twee keer roerende voorheffing betalen (in het buitenland en in België), waardoor netto soms slechts de helft overblijft. Wie mikt op hoge dividenden, koopt dus het best Belgisch.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.

Responses