Beleggers trotseren angst en oorlog, voorlopig
De oorlog in het Midden-Oosten wakkert de angst aan, maar de pijngrens lijkt nog niet bereikt. Bovendien blijkt uit de prijzen van de verschillende termijncontracten voor olie dat beleggers de handdoek nog niet in de ring hebben gegooid.
De korte beursweek voor Pasen bracht Wall Street 3,4 procent hoger en de Bel20 koerste zelfs 4,8 procent hoger. Het staat in schril contrast met de negatieve stemming die is ontstaan toen duidelijk werd hoe zwaar de oorlog in het Midden-Oosten uit de hand kan lopen.
Sinds de VS en Israël in Iran zijn binnengevallen, zijn veel economische indicatoren verzwakt en zijn de inflatieverwachtingen toegenomen. Daardoor is de rente fors gestegen. Vrijdag bleek het maandelijkse rapport over de Amerikaanse arbeidsmarkt mee te vallen, maar daardoor ging de rente wel weer wat omhoog.
1 jaar:

De stemming is het sterkst gezakt bij de beleggers. De zogenoemde Fear & greed-index, waarin tv-zender CNN peilt hoe beleggers zich voelen, viel van 31,6 punten in maart tot 15,3 punten begin april. Een waarde tussen de 26 en 40 punten geeft een angstige stemming aan, terwijl minder dan 20 punten wordt beschouwd als paniek, stress of een sterke vrees voor een recessie. Het goede en zelfs hoopgevende nieuws is dat het beleggingssentiment in de loop van de oorlog al even terugviel onder de 10 punten. Dat zou wijzen op ‘extreme angst’. In het verleden bereikten de beurzen op zulke momenten meermaals een dieptepunt.
5 jaar:

Die angst vertaalt zich dan normaal in verkoopgolven op de beurs. En dat kunnen er veel zijn, want nog nooit hadden Amerikanen zo’n groot deel van hun vermogen in aandelen belegd. Volgens de jongste cijfers, verzameld door de Federal Reserve, hadden Amerikanen gemiddeld eind 2025 zo’n 55 procent van hun nettovermogen belegd in aandelen. Dat cijfer zal wellicht nog niet dramatisch zijn gedaald. Door de beurscorrectie die Trump en Netanyahu hebben uitgelokt, noteren de indexen op Wall Street met verliezen van 3 tot 6 procent ten opzichte van aan het begin van dit jaar. Dat komt nog niet echt in de buurt van een pijngrens, maar als het nog meer tegenzit, kan die snel worden bereikt.
Dat beleggers nog geloven in een snelle afloop van de oorlog, was deze week goed te zien aan de prijzen van de twee meest gebruikte termijncontracten voor een vat ruwe olie. De prijs voor een vat Amerikaanse WTI-olie (West-Texas Intermediate), die normaal lager is dan de prijs voor een vat Brent-olie (oorspronkelijk uit de Noordzee), schoot deze week naar 112 dollar per vat. Een vat Brent-olie noteert daarentegen lager, op 109 dollar. Hoe dat komt? Het gaat hier om de termijnprijzen voor de eerstkomende leveringsdatum: het termijncontract voor de Brent-olie liep deze week af en het nieuwe heeft al betrekking op levering in de maand juni, terwijl de prijs voor de WTI-olie nog over levering in mei gaat. In juni is de oorlog voorbij en zullen de olieprijzen weer dalen, zo denken beleggers.
De opec landen hebben er volgens mij nu alle belang bij dat de olieprijs hoog zal blijven. De olieprijs ging met de lift omhoog maar zal met trap naar beneden gaan.