Biedt de Iran-crisis kansen om uw portefeuille te herbekijken?

Straat van Hormuz - Canva

Geopolitieke crisissen en de bijhorende koersdalingen op de beurs leiden tot onrust en onzekerheid – maar ze bieden ook koopkansen, leert het verleden. Ook nu is het zaak om, na de eerste schrikreactie, de markttrends juist in te schatten.

We overlopen vijf gevolgen van de Iran-crisis – waarbij de ware impact op de markten misschien niet altijd strookt met wat u spontaan zou denken.

1. Niet Europa, maar Azië is de grote verliezer

Hoewel Europa voor zijn fossiele brandstoffen erg afhankelijk is van toevoer uit andere regio’s van de wereld, is het risico van de oorlog in het Midden-Oosten veel groter voor de Aziatische landen. Zoals bekend passeert normaal 20 procent van de wereldproductie aan olie en gas via de smalle ‘zeestraat’ van Hormuz, langs Iran. Het grootste deel daarvan gaat naar Azië en slechts een klein deel naar Europa. Een blokkade van die zeestraat heeft dus een veel grotere impact op Azië dan op Europa.

Hogere olieprijzen zijn negatief voor vrijwel alle landen, behalve Rusland en de Verenigde Staten. De Amerikaanse oliebedrijven verdienen er geld mee, maar de Amerikaanse consument is ook de grootste verbruiker ter wereld. Dure olie zal de gezinsbudgetten en de consumptie in de VS onder druk zetten. Mogelijk zelfs meer dan in Europa, waar de accijnzen een groter deel van de brandstofprijs uitmaken en een prijsklim van de basiscomponent dus minder effect heeft.  

2. Onverwachte ‘meevaller’ voor Europese chemie

De Europese industrie- en chemieaandelen waren 2026 goed begonnen. Beleggers anticipeerden dat de koersbodem bereikt was en putten hoop uit de erkenning van hun problemen door de politieke overheden. Israël en de VS schoten die koerswinsten weer aan flarden.

Toch is het mogelijk, zelfs bij een langdurige oorlog, dat er een positief effect zal zijn voor een aantal Europese bedrijven. Door de grote import uit China kwam er immers de voorbije jaren extra druk op de Europese productie en prijzen. Maar als China onvoldoende fossiele brandstoffen en afgeleide producten geleverd krijgt, zal de export naar Europa fors verminderen. Vele Europese producten benutten nu maar 70 procent van hun capaciteit. Dat moet fors hoger om de winstgevendheid te verbeteren. Mogelijk kan een langere blokkade van de olieleveringen aan Azië dus leiden tot een verbeterde situatie voor de industriële en chemieproductie in Europa.

3. Let op voor markten op zeepbelniveau

Bofa Securities, de zakenbank van Bank of America, pakt sinds dit jaar uit met een ‘bubble risk indicator’ om te waarschuwen voor koersen of marktprijzen die de dynamiek van een zeepbel vertonen. De hoge prijs is soms wel degelijk te verantwoorden, maar het mag ook duidelijk zijn dat het geen defensieve beleggingen zijn – en dat u zich aan sterke en verrassende schommelingen mag verwachten.

Vier beleggingen staan op het hoogste niveau van deze bubble risk indicator. Nummer één is de Kospi-aandelenindex van Zuid-Korea. Die kende een enorme klim door onder meer het Koreaanse concern Samsung, dat enorm verdient door de grote vraag naar geheugenchips. De Kospi-index zakte verschillende dagen na elkaar met meer dan 10 procent.

Op de tweede plaats: de goudprijs. Na de enorme hausse van vorig jaar, won goud geen extra hoogte meer door de oorlog in het Midden-Oosten; integendeel, de goudprijs zakte.

Op drie: de olieprijs. De eerste berichten over de geblokkeerde Straat van Hormuz stuurden de termijncontracten voor olie in Azië in een ruk 35 procent hoger, ver boven 100 dollar per vat. Op westerse beurzen zakte de prijs dezelfde dag richting 90 à 85 dollar per vat. Het vrijgeven van strategische reserves koopt wat tijd.

Tot slot: op nummer vier staat zilver en dat is ongetwijfeld de meest speculatieve belegging van allemaal. Niet om lang in de portefeuille te houden. 

4. Rentestijging is niet onvermijdelijk

Duurdere energie stuwt de rentetarieven. Op tienjarige overheidsobligaties schoot de rente zowel in Europa als de VS zo’n 25 tot 30 basispunten hoger, tot zo’n 4,2 procent in de VS en 2,93 procent in Duitsland. De redenering? Hogere prijzen voor olie, gas en afgeleide producten tillen de inflatie en dus de rente hoger.

Maar wat als dat hoge prijspeil gaat wegen op de economische groei? In de VS waren de laatste jobcijfers al dramatisch slecht en ook elders zal de oorlog wellicht bedrijven op de aanwervingsrem doen staan. De Amerikaanse centrale bank moet niet alleen de inflatie bestrijden, maar evengoed kijken naar de evolutie van de arbeidsmarkt. In de gegeven omstandigheden lijkt een Amerikaanse renteverhoging onwaarschijnlijk. Mocht de situatie in het Midden-Oosten lang aanslepen of wanneer Iran zou aansturen op een ‘verschroeide aarde-strategie’, dan is een vertragende economie of zelfs een recessie niet onmogelijk. Daar hoort helemaal geen hogere rente bij, maar een lagere.  

5. Vastgoedaandelen zijn meer waard

De waarde van vastgoed wordt sterk beïnvloed door de rente: een hogere rente verlaagt de waarde van de gebouwen in de portefeuilles van vastgoedbedrijven en maakt de financiering van vastgoedprojecten duurder. Maar zoals de Belgische ‘gereglementeerde vastgoedvennootschappen’ (gvv’s) extreem duur noteerden toen de rente op nul stond, behoren ze nu – bij een hogere rente – tot de goedkoopste van Europa. De meeste gvv’s noteren fors onder de waarde van hun vastgoed, zodat ze eigenlijk al een flinke klim van de rente verrekenen. Omgekeerd zijn hun (huur)inkomsten veel zekerder dan die van andere bedrijven en dus kunnen ze beschouwd worden als defensieve beleggingen.

Specialisten in logistiek vastgoed zoals VGP en Montea worden als iets gevoeliger beschouwd voor de economische groei, maar op langere termijn leidt dat tot extra rendement. Spelers in zorgvastgoed zoals Aedifica zijn beschermd door huurcontracten op heel lange termijn. Home Invest werkt mee de nood aan woningen weg. Wereldhave Belgium en Ascencio hebben tijdens de coronacrisis bewezen dat hun winkelvastgoed ook defensief is. En vergeet niet: de nettodividenden bij de gvv’s lopen op van 3 tot 6 procent. 

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.

Responses