Als landen, fondsen of centrale banken minder Amerikaanse staatsobligaties willen aanhouden of actiever willen diversifiëren weg van de dollar, komt de impact op Amerikaanse aandelen meestal via rente, valuta en risicopremies. Een lagere structurele vraag naar Treasuries kan de lange rente hoger duwen of de extra vergoeding die beleggers willen voor lange looptijden vergroten. Hogere lange rentes wegen doorgaans op aandelenwaarderingen, omdat toekomstige winsten zwaarder worden verdisconteerd. Dat raakt vooral aandelen met veel waarde “later in de tijd”, typisch groeiaandelen en bedrijven die afhankelijk zijn van goedkoop kapitaal. Tegelijk kan een beweging weg van de dollar op termijn leiden tot een zwakkere dollar. Voor Amerikaanse bedrijven met veel omzet buiten de VS kan dat juist gunstig zijn, omdat buitenlandse omzet bij omzetting in dollars hoger uitvalt en hun producten in het buitenland relatief goedkoper kunnen worden. Voor bedrijven die sterk leunen op import of buitenlandse kosten kan een zwakkere dollar net tegenwind geven, tenzij ze voldoende prijszettingsmacht hebben om kosten door te rekenen. Voor jou als eurobelegger is dat valutakanaal extra belangrijk, want zelfs als Amerikaanse aandelen stijgen in dollars, kan een dalende dollar je rendement in euro temperen.
Er is ook een breder markteffect. Treasuries zijn een hoeksteen in het financiële systeem als referentierente en als onderpand. Als beleggers meer politieke of fiscale onzekerheid inprijzen, kan de risicopremie op dollar-assets stijgen. Dat vertaalt zich vaak in meer volatiliteit en lagere multiples, los van wat bedrijfswinsten op korte termijn doen. Of dit vooral een rentestijging door sterke groei is of een rentestijging door inflatie- en financieringszorgen, maakt veel uit. In het eerste geval kunnen winsten de hogere discontovoet deels compenseren. In het tweede geval wordt het lastiger, omdat de markt dan zowel hogere rentes als een hogere onzekerheidspremie verrekent.
In zo’n regime zijn aandelen die het moeten hebben van verre groei of veel schuldfinanciering meestal het meest kwetsbaar. Bedrijven met stevige vrije kasstroom, sterke balansen en pricing power houden vaak beter stand, zeker als nominale groei of inflatie hoger uitvalt. Multinationals kunnen extra steun krijgen bij een zwakkere dollar, terwijl rentegevoelige segmenten zoals vastgoedachtige aandelen en sommige defensieve sectoren vaker onder druk komen door de hogere kapitaalkost.
Om te volgen welk verhaal dominant wordt, kijk je minder naar één headline en meer naar een paar marktmeters: de 10- en 30-jaarsrente en vooral bewegingen omhoog die niet duidelijk door sterkere groei verklaard worden, inflatieverwachtingen en reële rentes, en de dollar tegenover de euro. Als de lange rente stijgt terwijl reële groei-indicatoren niet meebewegen en de dollar tegelijk verzwakt, wijst dat eerder op een oplopende risicopremie of inflatievergoeding dan op gezonde groei. Dat is doorgaans de minder comfortabele combinatie voor aandelen.