Allocation, allocation, allocation

Allocatie_Canva

Studies hebben uitgewezen dat maar liefst 90% van het rendement van een portefeuille op lange termijn bepaald wordt door de strategische verdeling tussen verschillende activaklassen. Het gaat in essentie over de verdeling tussen aandelen en obligaties, en eventueel ook andere activaklassen. Bij aandelen is de sectorale en geografische verdeling ook een belangrijk onderdeel van de allocatie. En voor obligaties is dit de verdeling tussen soorten emittenten (o.a. overheid, bedrijf, ontluikende markten,…) en tussen munten. 

Je kan hier dus niet genoeg aandacht aan besteden; het is immers je vertrekpunt om nadien in te vullen met concrete instrumenten. Een allocatie geeft dus structuur en sturing aan je beleggingen en geeft hierdoor ook rust. 

Het bepalen van je allocatie is een heel persoonlijke oefening die afhangt van veel factoren: je beleggingsdoelstellingen, je horizon, je financiële draagkracht, je houding ten aanzien van risico, … In de beleggingsdiensten vermogensbeheer en beleggingsadvies worden beleggers via vragenlijsten begeleid in die oefening, maar doe-het-zelf beleggers zoals wij moeten dat zelf doen. In de beleggingsdienst “execution-only” voor doe-het-zelvers wordt immers enkel kennis en ervaring van complexe producten getest. 

Mogelijkheden van allocatie

Een vaak gehanteerde vuistregel is dat je percentage obligaties moet overeenstemmen met je leeftijd, en de rest aandelen. Dit is natuurlijk simplistisch want het houdt bv. geen rekening met je beleggingsdoelstellingen. Waarom zou iemand van 20 jaar bv. die nog spaart voor een woning 80% van zijn vermogen in aandelen moeten stoppen? En de regel houdt ook geen rekening met het risico en je risicotolerantie (het aanvaarden van verliezen). Het is een mythe dat meer risico automatisch altijd meer rendement oplevert. Dat zou een contradictio in terminis zijn. Het verleden biedt ook geen enkele garantie voor de toekomst, zelfs niet op lange termijn, want heel wat scenario’s zijn mogelijk, waaronder ongekende. Daarenboven is je horizon vaak niet zo heel lang, bv. tot aan je pensioen of bv. tot aan het moment dat je je kinderen wil helpen om een woonst te verwerven.

De “All Weather Portfolio” (AWP) van Raymond Dalio is een benadering van allocatie die meer gebaseerd is op risico. Hij houdt met name rekening met de effecten van groei en inflatie die allebei omhoog en omlaag kunnen gaan. In een periode van stijgende prijzen doen grondstoffen en goud het vaak goed. En in een omgeving van dalende inflatie bieden obligaties meestal een goed rendement. In periodes van economische groei zijn aandelen natuurlijk dé troefkaart en bij een economische neergang eerder obligaties. Het uitgangspunt van AWP is dus dat in elke economische omgeving een vermogensklasse het goed zal doen, en dat al die klassen dus moeten vertegenwoordigd zijn in een portefeuille. De AWP allocatie is grosso modo: 30% aandelen, 40% langlopende obligaties, 15% kortlopende obligaties, 7,5% goud en 7,5% andere grondstoffen. 

Een andere speciale allocatie is de “Permanent Portfolio” van Harry Browne. Die bestaat gewoon uit 25% aandelen, 25% obligaties, 25% cash en 25% goud. Tegenover de klassieke en vrij gebruikelijke 60/40 verdeling tussen aandelen en obligaties doet deze excentrieke verdeling het historisch evenwel vrij goed qua rendement en met minder scherpe dalingen in slechte periodes.

Een andere weinig conventionele allocatie is de “Barbell Strategy”, onder meer aangekaart door Nassim Taleb in zijn boek “The Black Swan”. Het is een strategie van risicobeheer die erg conservatieve met speculatieve beleggingen combineert, bv. 90% in schatkistpapier en 10% in meerdere heel agressieve posities. 

Dit alles om aan te geven dat er heel wat mogelijkheden bestaan van strategie en dat er niet zoiets bestaat als de optimale allocatie. Allocaties kunnen daarenboven ook een zeker dynamisch karakter hebben en wijzigen, bv. rekening houdend met de hoogte van de actuele risicopremies in de markt. 

Een voorbeeld: mijn allocatie

Waarschuwing vooraf: dit is heel persoonlijk, louter ter illustratie en heel summier, en dient geenszins als advies. 

Doelstelling 

Mijn belegd kapitaal moet geen extra inkomen genereren en moet in principe ook niet worden aangesproken. Ik wens het kapitaal nog te laten groeien zonder dat ik ambities voor rendement voorop stel. Op toekomstig rendement hebben we hoe dan ook geen vat, wel op de belangrijke factoren kosten (incl. taksen) en risico. Risico is de impact van mogelijke ongunstige scenario’s. Ik wens met name niet dat mijn portefeuille op een jaar meer dan 15% achteruitgaat. Daarom staat op het aandelenpercentage een plafond van 40%. Logischerwijze aanvaard ik dan ook lagere rendementen als de ongunstige scenario’s zich niet voordoen, net zoals bij een verzekering waarvoor je een premie betaalt. Ik wens verder liquiditeit én transfereerbaarheid, bv om kinderen/kleinkinderen te helpen of om aan successieplanning te doen. Daarom geen beleggingsverzekeringen (tak 21 en 23) en evenmin gestructureerde producten die daarenboven meestal hoge kosten inhouden.

Huidige verdeling: 

Aandelen: 37%, obligaties: 39,4%, goud (via ETF): 6,5%, zilver (via ETF): 1,8%, platinum (via ETF): 2,7%, cash: 12,6%.

Het obligatiegedeelte vul ik in met individuele lijnen, geen fondsen. Hoofdzakelijk staatsobligaties in euro die ik in principe aanhoud tot vervaldag en waarvan de koersbewegingen mij dus niet deren. Met individuele aandelen hou ik mij nauwelijks bezig; ik gebruik voor aandelen dus hoofdzakelijk ETF en klassieke fondsen. Cash is voor mij een activaklasse, zelfs al is de bijdrage tot de return beperkt. Het is een buffer en tevens ook munitie om te kunnen kopen. 

Responses

  1. Heel mooi geschreven, Geert! Een heldere analyse. Voor mij blijft het (zoals bij veel andere beleggers) ook een werkpunt om me soms minder te verliezen in individuele aandelen en de samenstelling van mijn portefeuille meer top-down te benaderen.

  2. Een gestructureerde portefeuille geeft rust in verschillende scenario’s. Over elk risico, eigen aan verschillende activa, ook geografisch, sector, politiek en fiscaal denken we grondig na, om vervolgens tot de juiste verdeling en posities te komen. Wat hier ook aan bod komt is de activaverdeling van een jongere die een eigendom wenst te verwerven. Het zal toch maar gebeuren dat de beurzen 30% zakken, tegen dat je de akte moet verlijden.

  3. “Het bepalen van je allocatie is een heel persoonlijke oefening die afhangt van veel factoren: je beleggingsdoelstellingen, je horizon, je financiële draagkracht, je houding ten aanzien van risico, …”

    I couldn’t agree more!