Hoe beleg je het best in goudmijnen: via een actief fonds, of eerder via een tracker?

Beursduel_Goudmijnen

De goudprijs moest fors klimmen voor beleggers hun geliefde goudmijnen weer zagen staan, maar nu hebben ze die risicovolle belegging opnieuw in de armen gesloten. Bovendien lijken goudmijnen ondanks de forse klim nog niet duur.

De goudmijnen en hun aandeelhouders hebben jarenlang ellendige tijden meegemaakt. Lange tijd was de goudprijs niet vooruit te branden, terwijl de kosten voor de uitbaters om nog voldoende rijke goudertsen boven te halen, fors toenamen. Voeg daar een vaak falend management aan toe en u begrijpt waarom beleggers met geen stokken richting goudmijnaandelen te duwen waren. Daardoor zijn goudmijnen lang heel goedkoop gebleven en zagen beleggers niet dat sommige goudmijnen intussen geleerd hadden uit hun fouten.

Goudmijnen zijn een soort van ondergrondse bouwbedrijven. Ze opereren vaak ten dele in politiek labiele regio’s. Voeg daar het hefboomeffect aan toe, dat ook in negatieve richting kan werken, en u begrijpt dat goudmijnaandelen grote risico’s inhouden. Daarom de vraag voor wie het toch wil wagen: kun je het best gespreid beleggen, via een tracker, of eerder via een fonds dat actief eigen keuzes maakt?

We geven twee fondsen als voorbeeld die elk een bijzonder sterke prestatie neerzetten. De tracker van L&G leverde de voorbije vijf jaar een samengestelde jaarreturn op van 18,6 procent. Dat is een van de meest lonende trackers, die bovendien een stuk meer rendement oplevert dan de 16,93 procent voor het actief beheerde fonds van Schroders.

Dat actieve fonds moet natuurlijk zijn jaarlijkse kostenhandicap terugverdienen. De kosten van 1,84 procent per jaar versus de 0,55 procent voor de L&G-tracker bezorgen het fonds van Schroders telkens een handicap van 1,29 procent. Zonder die kosten haalt dit sterke fonds een beter beleggingsresultaat, maar dat is dus onvoldoende om ook meer op te leveren voor de belegger.

Dit jaar knalt het actieve fonds met een winst van liefst 140,4 procent wel als nooit te tevoren. Met een vooruitgang van 115 procent moet de tracker even de rol lossen. Dat is te verklaren door de enge focus. De tracker is voor liefst 79 procent belegd in amper tien goudmijnen. Dan lijkt het actieve fonds met 45 procent voor de top tien beter gespreid.  

De mijnen in portefeuille lijken ook nog altijd heel goedkoop gewaardeerd, tegen amper 13,4 keer de winst en een dividendrendement van 1 procent. De grootste positie van het Schroders-fonds, met 6 procent, is Coeur Mining, dat ook veel zilver produceert als bijproduct. Met Newmont Mining als tweede en Anglogold als vierde positie heeft Schroders ook grote goudmijngroepen, maar de beheerder laat ze veel minder zwaar doorwegen.

De portefeuille van de L&G-indextracker volgt de index, gebaseerd op de beurswaarde. Drie megagrote goudmijnen tellen daardoor voor liefst 37 procent van de hele portefeuille: Newmont Mining (15,8 procent), Agnico Eagle Mines (11,5 procent) en Anglogold Ashanti (10,1 procent). Veel goudmijnen hebben lang zwak gepresteerd. Daardoor noteert de index die L&G volgt, tegen 12,5 keer de winst, nog goedkoper dan het indexfonds.

Besluit: De tracker is minder evenwichtig, maar leverde over langere termijn wel het meeste op. Het fonds van Schroders is een van de betere actieve fondsen, maar niet alle brokers bieden het aan. Wie er toch in wil investeren, vraagt best aan zijn broker om het fonds beschikbaar te stellen.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.

Responses

  1. Half augustus en begin oktober 2024 dit fonds gekocht : Franklin Gold & Precious Metals Fund A(acc)EUR – LU0496367763.
    Als ik het eens ter sprake bracht, kreeg ik hier steevast commentaar op. Het risico was veel te groot, zeker tov de iShares Physical Gold ETF. Met 171 aandelenposities en niet alleen in goud, had ik hier toch een goed gevoel bij. Ook al zijn de kosten heel wat hoger dan bij een ETF, momenteel heb ik meer dan 125% winst. Dus mij hoor je niet klagen.