Amerikaanse stagflatie op komst: waar kan de belegger schuilen?
De combinatie van hoge inflatie en een vertragende economie (stagflatie) is de grootste vijand voor beleggers op de beurs. Toch zijn er regio’s en sectoren die ook in zo’n situatie floreren.
Volgens de meeste economen zal de invoering van hoge handelstarieven door de VS de Amerikaanse inflatie fors doen toenemen en de economische groei doen afnemen. Deze week bleek al dat de kerninflatie in de VS is gestegen tot 3,1 procent. In Europa en China is er een trend van lage inflatie, die mogelijk zal aanhouden, omdat bedrijven de importheffingen in de VS willen ontlopen en hun producten elders goedkoper slijten. Maar globaal is de verwachting dat al die handelsbarrières negatief zijn voor de wereldconjunctuur.
Toch is het niet wijs om dan maar je hooggeprijsde aandelen te verkopen, blijkt uit een studie van Duncan Lamon van fondsbeheerder Shroders. Je portefeuille aanpassen, lijkt wel een verstandige zet. Duncan onderzocht hoe Amerikaanse aandelen presteerden in vier specifieke economische omstandigheden (met verschillen in groei en inflatie). Daaruit blijkt dat vooral inflatie een beslissende factor is in het rendement van aandelen. Als de inflatie laag is, doen de beurzen het gemiddeld het best. Als de consumptieprijzen fors stijgen, presteren de beurzen het zwakst. De economische groei is ook niet onbelangrijk, maar minder belangrijk dan de inflatie.
Laten we die vier situaties even bekijken.
Hoge inflatie en lage groei (= stagflatie). Dat is de minst gunstige omgeving voor aandelen, waarbij Wall Street in iets meer dan de helft van de beursjaren in het rood gaat. Het reële mediaan rendement (dus na aftrek van de hoge inflatie) ligt net onder 0 procent. Dat is nog een relatief succes, want beter dan wanneer uw geld op een spaarrekening staat die de hoge inflatie nauwelijks compenseert. In deze omgeving komen de meeste beursjaren met verlies voor.
Lage inflatie en lage groei. Die economische omgeving hebben we bijvoorbeeld gezien tijdens de coronacrisis, tot het economische herstel na corona vanaf 2022 tot een inflatiegolf leidde. Hoewel de groei laag was, was dit de best mogelijke toestand voor hoge beurswinsten. Het mediaan jaarrendement liep op tot een hoge 18 procent. De kans op beursjaren met verlies is klein.
Lage inflatie en hoge groei. Als argeloze belegger zou je denken dat lage inflatie gecombineerd met een hoge groei de beste der werelden is. Maar in de 23 jaar dat deze combinatie is voorgekomen, kwam het mediaan rendement op Amerikaanse aandelen uit op ongeveer 15 procent, na inflatie. Dit is een heel royale opbrengst, maar toch minder dan de 18 procent rendement bij lage inflatie en lage groei. Verklaring? Hogere economische groei leidt tot een hogere inflatieverwachting en dus ook een hogere rente, wat meestal weegt op de waardering van aandelen.
Hoge inflatie en hoge groei. Dat is een eerder zeldzame combinatie. Zeker recent. Een hoge inflatie leidt meestal snel tot een hogere rente en dat weegt op de groei. In de periode na de Tweede Wereldoorlog waren zowel inflatie als groei hoog, maar bleef het reële rendement op de beurs eerder laag met een mediaan van 6 procent.
Portefeuille aanpassen
De kans is reëel dat de VS snel terechtkomen in een periode van stagflatie, de minst gunstige omgeving voor aandelen. Minder beleggen in Amerikaanse aandelen is daarbij een logische conclusie. Maar welke situatie zal overheersen in de andere regio’s? Zuiver economisch evolueert de wereld naar een periode van lage inflatie en lage(re) economische groei. We zouden dan in Europa en China het best mogelijke scenario krijgen voor aandelen. Vraagteken blijft wat de impact zal zijn van een haperend Wall Street op de beurzen elders? Wellicht is het voorzichtiger om ervan uit te gaan dat we ook buiten de VS een wat minder gunstige beursomgeving zullen krijgen.
Volgens de studie van Shroders zijn er een aantal sectoren die goed scoren bij stagflatie, maar ook kunnen renderen bij een omgeving van lage inflatie met lage groei. Wie in de VS wil beleggen, moet volgens data uit het verleden zeker focussen op vastgoed, de nutssector en producenten van verbruiksgoederen. Maar wat als we op zoek zijn naar bedrijven met weinig activiteiten in de VS? Gelukkig kunnen die drie defensieve sectoren ook buiten de VS scoren. Wat geeft dat voor een belegger met Belgisch perspectief?
Vastgoed. De Brusselse beurs is klein, maar groot in vastgoed met een twintigtal aandelen. Zeker bij de gvv’s (gereglementeerde vastgoedvennootschappen) noteren groepen die interessant zijn voor voorzichtige beleggers. Temeer omdat ze vandaag goedkoop lijken, tegen koersen die 15 tot zelfs 40 procent onder de waarde van het vastgoed zelf liggen. Aedifica (zorgvastgoed), Montea (logistiek) en Xior (studenten) zijn drie ambitieuze toppers. Het nettodividendrendement bedraagt tussen 5,2 en 4 procent.
Nutsbedrijven. Bedrijven die water of energie leveren, afval verwerken of actief zijn in infrastructuur. Typevoorbeeld is Elia, dat het Belgische en een deel van het Duitse hoogspanningsnetwerk beheert. Elia heeft wel enkele kleinere investeringen in de VS, maar twee derde van de winst komt uit Duitsland, waar Elia kan profiteren van de aangekondigde overheidsinvesteringen.
Verbruiksgoederen. Goederen die mensen dagelijks nodig hebben zijn minder onderhevig aan de conjunctuur dan luxegoederen zoals auto’s. Voorbeelden van bedrijven met relatief stabiele resultaten zijn Coca-Cola of Procter & Gamble (in de VS), of in Europa Danone, Unilever en Henkel. België telt weinig consumentenbedrijven, maar bierbrouwer AB InBev is wel een kanjer. Na tien moeilijke jaren recht de groep zijn rug.
Responses