Moet Meta Instagram en WhatsApp verkopen?

Apps gsm

Mark Zuckerberg, de oprichter van Facebook, verdedigt zich deze week in een antitrustzaak tegenover de Federal Trade Commission (FTC). Dat is de overheidsinstantie die waakt over de mededinging. Als er te weinig concurrentie is, zo redeneert het, dan beperkt dat de keuze voor de consument. Zuckerberg staat aan het hoofd van een mastodont. Zijn bedrijf, dat in 2021 zijn naam veranderde van Facebook in Meta Platforms, of kortweg ‘Meta’, telt wereldwijd 3,35 miljard klanten die dagelijks actief zijn in een product van Meta. Kijken we naar wie niet iedere dag, maar wel minstens een keer per maand iets van Meta gebruikt, dan komen we zelfs aan 4 miljard actieve klanten. Niet slecht als je weet dat er 8 miljard mensen zijn op aarde en dat 1,4 miljard Chinezen sowieso geen toegang hebben tot Facebook, Messenger, WhatsApp en Instagram, de bekendste producten die schuilen onder de paraplu die Meta heet. Ruim 60% van de aardbewoners die wel op Facebook of Instagram kan, heeft er dus een account.

Dat is te veel, oordeelt de FTC. Die zou liever hebben dat Meta afstand neemt van WhatsApp en Instagram. Een verkoop van die twee zou de sector van sociale media competitiever maken, zo redeneert de instantie. Maar Zuckerberg wil er niet van weten. Logisch. Door een groot deel van de markt voor zich te houden, rekent de man zich rijk. U en ik en miljarden anderen die een account hebben bij Facebook en Instagram moeten daar weliswaar niet voor betalen, maar de data die Meta zo over ons kan verzamelen zijn goud waard. Die gegevens verkoopt Meta voor veel geld aan adverteerders die heel selectief hun doelpubliek voor advertenties kunnen bepalen. Zo heeft hun reclame het grootste effect. Des te meer klanten, des te meer data, macht en dus ook geld, zo redeneert Zuckerberg. Hij beweert dat er nog concurrentie genoeg is in de sector en verwijst daarbij naar X, Snapchat, TikTok en YouTube.

Niet alleen de toekomst van Meta staat op het spel in deze zaak. Ook andere grote Amerikaanse technologiebedrijven, zoals Alphabet (Google), Amazon en Microsoft mogen vrezen vroeg of laat opgeknipt te worden omdat ze te groot zijn geworden. Je zou denken dat een Trump er geen bezwaar tegen heeft dat Amerikaanse bedrijven hard groeien. Het is ook geen toeval dat Mark Zuckerberg in januari aanwezig was op de inauguratie van Trump. Maar wellicht vindt zelfs de Amerikaanse president het niet fantastisch dat sommige ondernemers en bedrijven veel machtiger worden dan hijzelf.

Dit artikel verscheen eerder in HBVL.

Responses