De correctie op de beurs is een streep door de rekening van de pensioenspaarder. Wat doe je nu best?
De capriolen van Donald Trump en de dalingen op de beurs maken heel wat pensioenspaarders bezorgd. Velen die aan pensioensparen doen, verliezen immers geld door de correctie op de beurs. Al zijn er ook pensioenspaarders die helemaal niet getroffen worden. Hoe zit dat? Moeten we bezorgd zijn? Stel je je extraatje best veilig? En hoe doe je dat dan?
Eerst het goede nieuws. De vergrijzing is een zegen. Die trend houdt in dat we gemiddeld veel langer leven dan vroeger. Werden we 30 jaar geleden gemiddeld niet eens 77 jaar oud, dan sterven we nu gemiddeld op 82. In principe kunnen we ook veel meer genieten van onze oude dag. Want terwijl men vroeger vaak helemaal afgeleefd was, is men nu meestal nog lang niet ‘versleten’ wanneer men met pensioen gaat. Het voordeel heeft echter ook een nadeel. De kost van de vergrijzing stijgt. En omdat de overheden helaas geen pensioenreserve hebben opgebouwd – door het repartitiestelsel gaan onze bijdrages meteen op aan wie vandaag al met pensioen is – ziet de financiële toekomst er somber uit.
1987: lancering van pensioensparen
Die wiskundige logica is gelukkig niet nieuw. Vandaar dat in 1987 het pensioensparen werd gelanceerd. Met een fiscaal voordeel werd de Belg aangespoord om ook zelf een pensioenpotje opzij te zetten. Die nieuwe formule, ook wel de derde pijler van ons pensioensysteem genoemd, werd gebouwd op de fundering van een eerder initiatief, uit 1982, om de Belg aan het beleggen te krijgen: de wet Cooreman-De Clercq. Bij het pensioensparen kon je kiezen uit twee formules die je – met fiscaal voordeel – op weg hielpen naar de opbouw van je eigen pensioenpotje.
Pensioensparen met kapitaalbescherming
Je kan aan pensioensparen doen via een verzekeringsformule. Een Tak 21-verzekering biedt de spaarder het voordeel dat hij een, weliswaar beperkt, gegarandeerd rendement krijgt, aangevuld met een potentiële winstdeelname. Zelfs met die winstdeelname blijft het rendement uiteindelijk beperkt. Maar de combinatie van kapitaalbescherming en het fiscale voordeel doet heel wat Belgen toch kiezen voor deze formule. Net omdat deze variant een vrij voorspelbaar rendement biedt, is het helemaal niet nodig om je zorgen te maken bij beursschommelingen. De waarde van je pensioenspaarverzekering zal immers niet dalen.
Pensioenspaarfonds bij de bank
Wie wat meer risico aandurft, kiest niet voor een pensioenspaarverzekering Tak 21, maar wel voor een pensioenspaarfonds. Een fonds is een beleggingsvennootschap. De pensioenspaarder koopt er deelbewijzen van en deelt op die manier mee in de opbrengsten van die vennootschap. Je kan intekenen bij je bank. Zo verkoopt KBC de deelbewijzen van het Pricos pensioenspaarfonds en kan je bij ING terecht voor het Star Fund. Net als bij de verzekeringsformule krijg je een fiscaal voordeel van 30% of maximaal 315 euro als je tot 1050 euro aan pensioensparen doet op een jaar. Spaar je meer (tot 1350 euro), dan krijg je op je hele jaarbijdrage een fiscaal cadeau van slechts 25% of maximaal 337,5 euro. Nog interessanter zou het jaarlijkse rendement moeten zijn dat het fonds je biedt. Vorig jaar bedroeg het gemiddelde rendement op pensioenspaarfondsen 5,3%. Dat rendement hebben pensioenspaarders vooral te danken aan het aandelenluik van hun fonds. Op de obligaties verdient een fonds immers minder.
Verlies op de beurs = verlies voor het pensioenspaarfonds
De keerzijde van de medaille is dat, wanneer de beurzen dalen, het hogere risico van een pensioenspaarfonds kan leiden tot verlies in plaats van winst. Zo kostte een deelbewijs van Pricos SRI (Social Responsible Investing) begin dit jaar net geen 540 euro. Vrijdag was dat nog maar 518,38 euro. Eind mei noteerde datzelfde fonds nog aan een koers van 565,50 euro. In iets meer dan een maand ging er dus al 8,3% van de waarde af. Bij andere soortgelijke pensioenfondsen is er een vergelijkbare daling. Is dat iets om je zorgen over te maken? Niet als je nog vijf jaar of langer van je pensioen staat. De lagere tussentijdse koersen leveren dan zelfs een voordeel op. De pensioenspaarder die bijvoorbeeld maandelijks belegt kan dan immers aan lagere koersen instappen en krijgt dan meer pensioenfonds voor zijn geld. Op lange termijn zorgt dat zelfs voor een hoger rendement. Stoppen met pensioensparen als de beurs zakt is dan ook geen goede strategie. Nog erger is het wanneer je je pensioenspaarfonds voor je 60ste wil opnemen. Dan betaal je immers een forfaitair belastingtarief van 33%, verhoogd met gemeentelijke opcentiemen. Dat is dus ook geen optie.
Defensief pensioenspaarfonds
Wat je wel zou kunnen overwegen als je nog maar een aantal jaren voor je pensioendatum staat is switchen naar een defensiever pensioenspaarfonds. Het fonds belegt dan minder in aandelen en meer in obligaties, zodat je minder afhankelijk bent van de schommelingen op de beurs. De bank kan je daarbij helpen. Zo heeft Argenta een “Low Equities” pensioenfonds en kan je bij BNP Paribas Fortis gaan voor het “Stability” fonds. Van het Star Fund (ING) is er een “Moderate” variant en KBC heeft een “Defensive” pensioenspaarfonds. De overstap doe je best niet op een moment dat de beurs laag staat, want dan zou je verlies nemen.
Stoppen met pensioensparen?
Als je gewoon zou stoppen met het kopen van deelbewijzen voor je pensioenspaarfonds, word je niet ‘gestraft’, maar kan je ook niet meer genieten van het fiscale voordeel dat pensioensparen biedt. Dat zou jammer zijn. Idealiter blijf je aan pensioensparen doen. Meer nog: op latere leeftijd is het voordeel groter. Op je 60ste betaal je immers een forfaitaire belasting van 8%. Maar na je 60ste verjaardag en tot in het jaar waarin je 64 wordt, kan je aan pensioensparen blijven doen en genieten van het fiscale voordeel zonder dat je belast wordt. Om dezelfde reden kan je je bijdrage in het jaar dat je 60 wordt best pas na je verjaardag doen. Je vermijdt dan de eindbelasting op je bijdrage.
Moet je je pensioenspaarfonds verkopen op je 65ste?
Je bent niet verplicht om je deelbewijzen in je pensioenspaarfonds te verkopen op je 65ste of wanneer je met pensioen gaat. Toch kan dat voordelig zijn, zelfs als de beurs op dat moment laag staat. Maar als de beurs dan laag zou staan en/of als je je pensioenspaarpot niet meteen nodig hebt, dan kan je de opbrengst herbeleggen in een fonds dat goedkoper beheerd wordt. Een pensioenspaarfonds kost immers al gauw 1% of meer per jaar aan beheerskosten. Wie zijn centen (her)belegt in een tracker als de Vanguard FTSE All-World UCITS ETF USD Acc (isin-code IE00BK5BQT80) betaalt daarentegen maar 0,22% kosten per jaar. Dat scheelt. Opgepast: die tracker belegt alleen in wereldwijde aandelen. De schommelingen van de beurs zullen bijgevolg nog een groter effect hebben op de portefeuille dan bij een pensioenspaarfonds en al zeker bij de defensieve versies van de pensioenspaarfondsen. Maar je kan bijvoorbeeld ook een deel van de opbrengst van de opname van je pensioenspaarfonds veilig stellen op termijnrekeningen en een kleiner deel van de spaarsom in een aandelentracker stoppen. Iedereen belegt volgens zijn eigen risicoprofiel, afhankelijk van zijn bereidheid om risico te nemen, zijn pensioen en zijn financiële behoeften.
Dit artikel verscheen op 10 april 2025 op HLN.be.
Pascal,
De mogelijkheid bestaat om je opgebouwde pensioenspaarkapitaal al op te vragen na je 60ste verjaardag .
Dit kan omdat de belastingen worden ingehouden op je 60 ste verjaardag.
Dan kun je nog altijd verder sparen met fiscaal voordeel t.e.m.
Je 64 op voorwaarde dat je op je 60 jouw kapitaal niet voor 100% opvraagt.Het opgevraagde kapitaal kan je eventueel gebruiken om te herbeleggen en/of“langetermijnsparen” op te starten.
Freddy
Bedankt voor je reactie, Freddy! Ik heb alweer wat bijgeleerd. Fantastisch. Lijkt me ook een goeie zet, als je dat zo doet!! En shame on me dat ik dat niet wist. Maar blij dat ik het nu weet.
Bedankt Pascal om de wet Cooreman-De Clercq in herinnering te brengen. Dat was nog goed nieuws voor de beleggers. Heimwee naar dergelijke tij́den…
Dat klopt, @hubert. Etienne Cooreman is nog een echt staatsman.