Draait de wind nu weer gunstig voor windenergie? En welke aandelen zijn interessant?

Wind energy stations in green field.

Windenergie speelt al jaren een grote rol in de energietransitie. Toch hebben veel beleggers er al hun broek aan gescheurd. Zijn de hinderpalen intussen uit de weg geruimd? En welke aandelen zijn interessant?

“Beleggers zijn groene fondsen beu”, kon u in de krant lezen. De rendementen in hernieuwbare energie stelden vaak teleur. Met name windenergie kreeg het hard te verduren. De groene transformatie blijft echter noodzakelijk.

Hernieuwbare energie zoals zon, wind, waterkracht en bio-energie was in 2023 goed voor 13 procent van de wereldwijde energieconsumptie. Volgens het Internationaal Energieagentschap zal dat toenemen tot 20 procent in 2030. Vooral wind is belangrijk voor de productie van elektriciteit. In 2023 waren windmolens goed voor 8 procent van de productie, tegen 2030 zou dat al 14 procent zijn.

Volgens het groeipotentieel van windenergie liggen de kaarten voor de sector goed. Maar ook voor beleggers? Het potentieel was er de voorbije jaren ook en toch hebben vele beleggers er zich aan mispakt. Wat waren de hinderpalen en zijn die vandaag uit de weg geruimd?

1. Nood aan duidelijk kader

Er waren lange tijd subsidies nodig om via wind concurrentieel energie te produceren. Vandaag kan windenergie zonder die steun. Het gaat echter om grote investeringen op lange termijn waarvoor een stabiel en duidelijk regelgevend kader nodig is. Er moet ook veel geïnvesteerd worden in het hoogspanningsnet. En dan zijn er nog de vergunningsprocedures die vaak jaren aanslepen.

Vandaag erkennen politici die pijnpunten en beloven oplossingen. Zo wacht de sector ongeduldig op de Europese ‘Clean Industrial Deal’. Een heel pak vertragende regels moet verdwijnen en de steun moet worden opgevoerd.

2. Kosten rijzen uit de pan

De voorbije jaren kreeg de sector een dubbele schok. De prijzen voor grondstoffen zoals staal stegen, maar ook de erg lage rente klom plots snel naar normale niveaus. Doordat deze investeringsprojecten op lange termijn worden gepland met vaak weinig flexibele contracten, kwamen veel spelers in de problemen.

Vandaag zijn veel kosten en de rente gestabiliseerd. Bovendien heeft de sector contracten flexibeler kunnen maken. Sommige componenten, zoals hoogspanningskabels, zijn recent wel fors in prijs gestegen. De netten moeten aangepast worden om alle nieuwe hernieuwbare energieproductie erop te kunnen aansluiten, zegt Anthony Sandra, fondsbeheerder van het KBC Eco Fund Alternative Energy. De sterke groeinoden blijven dus ook negatieve effecten hebben.

De overheden creëerden intussen wel betere prijsmechanismen met steun als de prijzen laag zijn en heffingen als ze hoog zijn. Als investeerders zo minder risico lopen, komt dat de hele keten ten goede.

3. Keiharde concurrentie

De technologie voor windenergie evolueert snel en er komen almaar grotere turbines. Dat boost de productie van energie, maar de leveranciers van turbines leden vaak verlies. Nog voor ze de investeringen hadden terugverdiend, moesten ze alweer investeren in nieuwe, nog grotere systemen. Bovendien kwam er almaar meer concurrentie uit China.

Vandaag beseffen de Europese producenten dat de race naar groot, groter, grootst niet vol te houden is. De vraag is of de Chinezen zich daar veel van aantrekken. Mogelijk zal de EU daar in de nieuwe regelgeving rekening mee houden. Ook zouden er invoerheffingen kunnen komen, al wijzen anderen erop dat ook de betaalbaarheid voor de consument belangrijk is.

4. Trump doet niet mee met “the wind thing”

Is de Amerikaanse president Donald Trump geen nieuwe stoorzender? “De VS zal niet meedoen met windenergie”, zei hij. Het lijkt een nieuwe tegenvaller voor de sector.

Vandaag zijn er al heel wat projecten vergund en gefinancierd, legt Sandra uit. “Die kan Trump niet zomaar verbreken.” Bovendien blijft de groei in Europa en Azië aanhouden. Beide continenten hebben weinig fossiele energie en hebben er alle belang bij meer zelfvoorzienend te worden. Europa wil klimaatneutraal zijn tegen 2050.

Vijf aandelen voor wie op wind wil inspelen

Je kan beleggen in verschillende soorten bedrijven: bouwers van windmolenparken, uitbaters (vaak oliebedrijven), maar ook spelers die een deel van de installatie verzorgen.

Ørsted (beurskapitalisatie: 15,3 miljard euro)

Deze Deense groep werkt als een soort hoofdaannemer bij de aanleg van windmolenparken. Ze is wereldwijd actief zowel offshore als onshore. Ørsted werd al een paar keer midscheeps getroffen door de klimmende prijzen, waardoor het zich niet kon houden aan zijn contractuele verplichtingen. Het aandeel noteert 63 procent lager dan vijf jaar geleden. Tegen tien keer de verwachte winst lijkt het wel heel goedkoop. Maar het risico is navenant. 

Vestas Wind Systems (beurskapitalisatie: 13 miljard euro)

Nog een leidende Deense groep. Vestas ontwikkelt windturbines. De fors gestegen kosten, maar ook de Chinese concurrentie leidde tot miljardenverliezen. Het aandeel noteert de helft lager dan een jaar geleden. Het lijkt ondertussen wel goedkoop tegen twaalf keer de verwachte winst. Het potentieel is groot, maar ook het risico. 

Siemens Energy (beurskapitalisatie: 41 miljard euro)

Dit Duitse energiebedrijf is actief in uitrusting voor de hele energieketen met onder meer gasturbines, elektriciteitsnetwerken en installaties voor bedrijven. Nadat de problemen rond dochter Siemens Gamesa opgelost leken, verviervoudigde de koers tegenover een jaar geleden. Een illustratie dat de beleggerswinst ook groot kan zijn.

Deme (beurskapitalisatie: 4,1 miljard euro)

Deze Belgische groep was vroeger bekend als baggeraar, maar profileert zich nu als een bouwer op water. 45 procent van de omzet komt van de installatie van offshore windparken, waarin het een van de wereldleiders is inzake het installeren van de funderingen, de turbines en het leggen van de (elektriciteits)kabels. Over 2024 zal de omzet meer dan 20 procent klimmen. Deme investeert verstandig (en als eerste) in de nieuwste aangepaste schepen. Het heeft een van de betere risico/returnverhoudingen in de sector. De voorbije vijf jaar bedroeg het rendement op het aandeel zo’n 30 procent. 

Sif Group (beurskapitalisatie: 351 miljoen euro)

Dit kleine Nederlandse bedrijf is een specialist in paalfunderingen waarop windturbines op het water gebouwd worden. Sif bouwde voorbije jaren nieuwe productiefaciliteiten, waardoor naast de rentabiliteit ook de capaciteit fors zou moeten toenemen. Vanaf dit jaar zou dat tot goede resultaten moeten leiden. 

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.

Responses

  1. Zoals je schrijft, Jan. Nog heel wat zorgen… Ondertussen investeert Zuckerbergs Meta in centrales die elektriciteit opwekken uit zonne-energie en geothermie en koopt Microsoft een oude kerncentrale. Trump kan bestaande projecten in uitvoering misschien niet stilleggen, maar de man wil geen enkele nieuwe windmolen. En in ons land is er kritiek op de kost van projecten. Ørsted boekt afschrijvingen vanwege vertragingen en oplopende kosten. Veel wind, weinig winst, dus ikzelf hou het bij dat ene aandeel van Ecopower.

  2. Wist je dat je de bakermat in Limburg moet zoeken van een stuk technologie dat in vrijwel elke moderne windmolen ter wereld wordt gebruikt?
    Meer bepaald bij Hayen in Zepperen bij Sint-Truiden. Eind jaren 70 begin jaren 80 hadden zij de technologie op punt gesteld om windmolens met variabele vaanstand te bouwen. In de vliegwereld gekend als een variable pitch. Je kan dan de hoek waarmee de bladen in de wind staan instellen om het vermogen en de draaisnelheid te regelen.
    Uiteindelijk wilden ze grotere molens beginnen bouwen maar daar was in België totaal geen interesse voor in die tijd. Ook niet bij het toenmalige Elecrabel! Ze waren hun tijd te ver vooruit.
    Dus hebben ze het patent op dat systeem verkocht en hebben daar een flinke cent voor gekregen.
    Een deel van dat geld zit in HLT Hayen Laser Technology (metaalsnijderij, plooien en lakken) in Zepperen, het bedrijf van de zoon van de windmolen-papa-Hayen.