Indextrackers zijn mateloos populair, toch blijft ook de hangmatbelegger best wakker

Child girl falling from hammock, spring garden background

Almaar meer kleine beleggers kiezen voor een indextracker, meestal een ETF, en genieten als vanzelf van hoge rendementen. Toch zijn er aan dat hangmatbeleggen ook nadelen verbonden. Vooral kleinere aandelen betalen de prijs.

Al jaren leveren breed samengestelde indextrackers vaak meer op dan een met zorgvuldige studie samengestelde aandelenportefeuille. Hier is een zelfvoedende kracht aan het werk: hoe meer hangmatbeleggers, hoe meer geld er naar de indices stroomt, hoe meer kans dat de indices blijven uitblinken. Maar critici waarschuwen dat de beleggershangmat door die grote populariteit gaat doorhangen en kan knappen.

De grote geldstroom richting indices helpt te verklaren waarom heel wat kleinere beurswaarden en laag gewaardeerde aandelen zwak presteren, zelfs al lijken ze volgens de klassieke parameters interessant. Sommige beleggers zien in die ‘vergeten’ aandelen de grote winsten van de toekomst. Maar wanneer zal dat zijn?

Na dertig jaar van groei sinds de vermogensbeheerder Vanguard beleggingsfondsen lanceerde die simpelweg de aandelen uit een index in portefeuille nam, luidt de vraag: is het indexbeleggen (te) groot geworden? Bij de beleggingsfondsen is het marktaandeel van passief beleggen in de VS vandaag toegenomen tot meer dan de helft. In Europa is het ongeveer een kwart.

Dat heeft uiteraard gevolgen. Normaal zorgen beleggers ervoor dat aandelen verschillend gewaardeerd worden volgens fundamentele bedrijfsgegevens en waardeverwachtingen. Dat honderd jaar oude mechanisme wordt nu verdrongen door de rangorde van de index. De meeste indices zijn samengesteld volgens de beurswaarde van de aandelen. Hoe groter de waarde, hoe hoger het gewicht in de index en hoe meer geld ernaartoe stroomt. Gevolg: miljarden dollars en euro’s vloeien weg uit actief beheerde fondsen, richting indexfondsen en trackers (vooral naar de vele ETF’s die met een eenvoudige beursorder verhandeld worden).

Pro en contra

Wat staat de belegger nu te doen? Is het beter over te schakelen naar hangmatbeleggen of net te kiezen voor individuele aandelen die niet correct geprijsd zijn?

Toegegeven, indexbeleggen heeft voordelen: met een beperkt bedrag kun je via ­trackers een gespreide portefeuille kopen tegen lage kosten. Bovendien heeft de snelle groei van indexbeleggen de beheerders van actieve beleggingsfondsen wakker gemaakt: hun beheerskosten zijn al fors gezakt. En de slechte beheerders vallen meer en meer uit de boot. Vroeger deden sommige banken weinig inspanningen voor hun fondsen en rekenden ze toch hoge beheerskosten uit. Die praktijk is gedoemd, waardoor beleggers ook meerwaarde kunnen vinden in de betere actief beheerde fondsen.

Maar er zijn ook nadelen aan indexbeleggen: de indices waar je via een tracker een wereldwijd samengestelde portefeuille kan kopen, zijn steeds minder breed gespreid. Wie een tracker koopt op de MSCI-wereldindex, belegt voor meer dan 70 procent in Amerikaanse aandelen. En liefst 21 procent gaat naar de tien grootste aandelen, hoewel deze index in totaal ruim 1.400 bedrijven telt.

Daardoor ontstaat een concentratierisico: het rendement wordt erg afhankelijk van enkele aandelen. Dat brengt op, zolang de grootste aandelen het meeste winnen. Maar als de trend keert, kan de impact erg negatief zijn. Dalingen verlopen meestal sneller en forser, zodat dit op termijn moeilijk te vermijden is: wat als het beleid van president Trump toch niet zo positief blijkt voor de Amerikaanse economie? Of wat als AI pas veel later dan verwacht geld zal opbrengen?

Kleinere aandelen

Meer dan een eeuw lang leverden kleine beurswaarden de hoogste rendementen op. Maar het voorbije decennium presteerden kleine beurskapitalisaties net zwakker. Ze hebben het moeilijk door overdreven regulering, maar zeker ook door het succes van indexbeleggen. Zo neemt indexmaker MSCI de 15 procent kleinste beurswaarden gewoon niet op in de MSCI-wereldindex. Bij indexmaker FSE komen de 10 procent kleinsten er niet in.

Als per saldo al het nieuwe beleggersgeld naar de indexaandelen gaat, is het niet verbazend dat kleine aandelen het moeilijk hebben. Neem als voorbeeld de beurs van Brussel, waar vooral kleine beurswaarden noteren. In de MSCI-wereldindex bengelen zelfs Bel20-aandelen zoals Sofina (beurswaarde van 7,6 miljard euro) en Elia (bijna 5 miljard euro) maar net aan de staart van de wereldindex, met een gewicht van respectievelijk 0,0054 procent en 0,0046 procent. Aandelen van naar Belgische normen uit de kluiten gewassen aandelen zoals Proximus en Bekaert (beurswaarde 1,7 miljard euro) vallen helemaal uit de boot. Laat staan nichespelers zoals EVS of Jensen, zelfs al spelen die als bedrijf de pannen van het dak, ze blijven bijzonder laag gewaardeerd.

Er bestaan nochtans tientallen ETF’s die diverse smallcap-indices volgen. Zo is er een MSCI World Small Cap-index en kunt u inspelen op kleine beurswaarden van bepaalde landen of regio’s, bijvoorbeeld via de (Amerikaanse) Russel 2000 index of de Stoxx Europe Small 200. Het nadeel: met deze ETF’s wordt het complexer om een portefeuille samen te stellen die voor de gewenste spreiding zorgt en die is aangepast aan uw persoonlijke financiële noden en wensen. Het verschil met beleggen in individuele aandelen wordt bij deze aanpak kleiner.

De combinatie van waakzaam hangmatbeleggen en goed gekozen individuele aandelen wordt misschien wel de heilige graal op de beurs.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.

Responses

  1. Heb er een tijdje over gedaan maar ik heb 60% etf’s waaronder vwce, imae en msci large caps China, en emim, aangevuld met 40% holdings en individuele aandelen.

  2. Ik heb zowel trackers (ook thematische), een aantal individuele aandelen waarbij enkele holdings en enkele GVV’s , een aantal fondsen, wat goud en zelfs wat cash op reserve in mijn portefeuille.

      1. Merci Toon, ik probeer alles wat ik hier de laatste 2 jaar geleerd heb in praktijk te brengen.
        Dit wil zeggen dat je regelmatig je emoties opzij moet zetten en dat moet doorbijten tussen al dan beursgewoel.
        Recent voorbeeld: de mediastorm omtrent ‘Deep Seek’ = de zoveelste storm in een glas water.
        ‘Met alle Chinezen maar niet met den deze’ :-)

  3. Ik heb met veel aandacht de cursus voor beginnende beleggers gevolgd van Jim Stukken. Misschien is de tijd rijp om in een nieuwe aflevering terug te komen op zijn vroeger gekozen ETF Small Caps en deze met de analyse van Jan in gedachte te evalueren. Of m.b.t. andere thematische ETF’s… Alvast dank.

    1. Merci voor de waardering! Ben blij dat jullie holdings zien als een goede tussenweg. Allen naar de cursus voor beginners – en de slimste beleggers -van Jim!

  4. Tim Nijsmans (Vermogensgids en schrijver van ‘De hangmatbelegger’)heeft de perfecte verdeling voor ETF’s waarin een bepaald percentage small caps zeker hun plaats hebben

  5. Sinds ik de cursus hier gevolgd heb 3 jaar geleden ben ik begonnen met ETF’s en Holdings. Vooral Jim Stukken en Tim Nijsmans leverden me de inspiratie. Voorheen heb ik me verbrand aan individuele aandelen en fondsen aanbevolen door de bank. Individuele aandelen ben ik nog niet aan toe, alhoewel het soms een beetje kriebelt ;-) . Bedankt voor alle artikelen en inspiratie. Ondertussen zijn mijn vrouw en kinderen ook gaan beleggen. De extra belasting op aandelen die er aan komt strooit wel serieus roet in het eten.

    1. Bedankt Joel voor je verhaal! Tegen het markt risico zoals belastingen 😉 sta je voor een deel machteloos, maar desondanks loont het toch om te beleggen!