Safran vs. Rolls-Royce: motorbouwers voor vliegtuigen doen goede zaken

Zowel het Franse Safran als het Britse Rolls-Royce Holdings doen goede zaken met motoren voor vliegtuigen en defensiesystemen. Rolls-Royce drijft onderzeeërs aan en ontwikkelt zelfs modulaire nucleaire centrales.

Safran is al vele jaren een topbedrijf dat mooie rendementen levert voor de aandeelhouders. Rolls-Royce Holdings, waar de auto-afdeling al in 1980 uit verdween (die zit vandaag bij BMW), bewandelde een veel grilliger pad. Al voor de coronacrisis waren er operationele problemen en tijdens de pandemie belandde de groep diep in het rood. Een herstructureringsplan en het spectaculaire herstel van de vraag naar motoren voor vliegtuigen, net als bij Safran goed voor de helft van de groepsomzet, leverden een sterke turnaround op.

De voorbije twee jaar verviervoudigde de koers van het aandeel Rolls-Royce. Maar op een periode van tien jaar, na 2014, noteert het aandeel nog maar net op winst en is er nog veel in te halen op Safran.

Kan dat lukken? In 2023 boekten beide bedrijven een klim van de omzet van meer dan 20%. De operationele winst van Rolls-Royce schoot 124% hoger. Omdat de marges bij Safran al hoger waren, resulteerde dat in een meer gematigde, maar nog altijd sterke klim van 31%. Het Franse bedrijf realiseerde een winstmarge van 13,6% het Britse 10,3%.

Sinds januari 2023 is er bij Rolls-Royce Holdings een nieuwe ceo. De Turkse Brit Tufan Erginbilgic schudde het management direct wakker toen hij zei dat het bedrijf met de bestaande spirit niet zou overleven. De nieuwe mentaliteit, samen met het sterke herstel van de vraag, leidde ertoe dat Rolls-Royce ondertussen al op 75% van de doelstelling voor 2027 zit: namelijk een operationele winst van 2,8 miljard Britse pond. Bij de opnieuw sterke halfjaarresultaten kon Erginbilgic de hervatting van een dividend aankondigen. De schulden zijn sterk teruggedrongen.

De afdelingen ‘defence’ en ‘power systems’, met ook scheepsmotoren, zijn elk goed voor een vierde van de omzet. De eerste divisie maakt onder meer aandrijvingen voor onderzeeërs. Daar is een flinke impuls te verwachten, nu de VS, het VK en Australië hebben besloten om het oorspronkelijke contract met het Franse Thales te verbreken. Met power systems levert Rolls ook aandrijvingen voor de industrie en data centers.

De vierde divisie levert nog geen omzet, want pas in de jaren 2030 wordt verwacht dat de eerste modulaire nucleaire energiecentrale operationeel zal zijn. Rolls-Royce Holdings investeerde er vorig jaar zowat 90 miljoen Britse pond in, maar is al flink op weg in de certificatierondes voor de Britse overheid.

Safran is met een omzet van 83 miljard euro groter dan de omgerekend 50 miljard euro van Rolls-Royce. Ondanks die omvang werken de Fransen samen in een fiftyfifty joint venture met General Electric voor de motoren die vliegtuigen van Airbus en Boeing aandrijven. Bouwers van vliegtuigmotoren verdienen hun geld vooral met het onderhoud en dus is vooral het aantal vlieguren van belang. Daarnaast maakt Safran, in tegenstelling tot Rolls-Royce, ook motoren voor kleinere vliegtuigen. Die leveren meer winst op.

Naast de vliegtuigmotoren (11,9 miljard euro) is de afdeling ‘uitrusting en defence’ bij Safran goed voor 8,8 miljard euro. Het gaat over kritische systemen zoals landingsgestellen, elektronica voor de bediening van de vliegtuigen en radarsystemen.

De groei van beide groepen wordt voorlopig alleen belemmerd door problemen in de bevoorrading, die trouwens al enkele jaren aanslepen. Tegen 35 keer de winst van vorig jaar voor Safran en 27 keer voor Rolls-Royce lijken deze aandelen duur, maar dit jaar zal de winst fors klimmen en dat kan aanhouden tot er een stevige economische terugval komt.

Dit artikel verscheen eerder in De Standaard

Responses