Beleggen onder de eigen kerktoren is niet noodzakelijk slecht
Pascal schreef vorige week een artikel over veelgemaakte beleggersfouten waarin hij aangaf om ook buiten België te beleggen. In dit stuk geef ik aan waarom het niet noodzakelijk verkeerd is om (ook) te beleggen in aandelen die noteren in Brussel. Alles hangt af van de motivering natuurlijk. We spreken elkaar daarom niet tegen. Het is maar hoe je het bekijkt. Vele wegen leiden naar Rome!
Over Belgen die veel in Belgische aandelen beleggen, wordt al eens meewarig gedaan. Vaak onterecht. Al was het maar omdat de plaats van notering eigenlijk geen belangrijk criterium is in de opmaak van uw portefeuille.
Diversificatie van aandelen is een cruciaal element in uw beleggingsstrategie. Dat doet u bijvoorbeeld door uw portefeuille te spreiden over minstens 10 à 20 aandelen of door aandelen te kiezen van bedrijven met verschillende activiteiten en afzetmarkten. Die criteria zijn in ieder geval van groter belang dan de beurs waar het aandeel genoteerd staat. Hoe komt dat? We overlopen vier vragen die u zich bij de spreiding van uw aandelen moet stellen.
1. Waar komen de inkomsten vandaan?
Beursgenoteerde bedrijven zijn ambitieus en willen groeien. Met hun kleine thuismarkt komt die groei voor Belgische bedrijven vooral uit het buitenland. Voor biotechbedrijf Argenx, biergroep AB InBev of chemiebedrijf Solvay is de omzet uit België op het geheel te verwaarlozen. Ook kleinere bedrijven zoals visualisatiegroep Barco, de bouwer van wasmachines Jensen of de producent van hygiënische producten Ontex halen hun inkomsten grotendeels uit het buitenland.
Die spreiding over diverse afzetmarkten, vaak zelfs over verschillende continenten is belangrijker dan de vraag of de hoofdnotering zich in Brussel, Frankfurt of New York bevindt. De herkomst van de winst bepaalt ook grotendeels de belastingen die het bedrijf moet betalen, niet de plaats van de beursnotering.
Natuurlijk zijn er in Brussel ook Belgische bedrijven genoteerd die wel het gros van hun inkomsten uit eigen land halen. Bekende voorbeelden zijn Colruyt en KBC. Dat zijn dan weer aandelen die zich op een andere manier onderscheiden van buitenlandse sectorgenoten. KBC is een van de rendabelste banken in een van de rijkste regio’s van de wereld en Colruyt werkt heel prijsbewust en eigenzinnig.
2. In welke sectoren of activiteiten is het bedrijf actief?
De beurs van Brussel is rijk aan holdings met een sterk track record (lees: hogere opbrengst). Via holdings kunt u met een kleine investering genieten van de spreiding die de beheerders van de holdingportefeuille hanteren. Vaak is er een (internationale) specialisatie. Sofina belegt vooral in technologie, groeiers en Azië. Ackermans & van Haaren investeert dan weer in een beperkt aantal bedrijven als hoofdaandeelhouder.
Nog goed vertegenwoordigd in Brussel zijn de sectoren vastgoed, financiën en industrie. Informatietechnologie is dan weer zo goed als afwezig.
3. Welke eigenschappen hebben de aandelen?
Vermijd om te veel te focussen op zogenoemde momentumaandelen. Dat zijn de populairste aandelen van het moment, die recent het beste presteren. Wie instapt, geniet vaak nog van een verdere klim. Maar een plotse terugslag kan ook resulteren in grote verliezen.
Kwaliteitsaandelen zijn interessant omdat deze bedrijven een regelmatige groei hebben en een hoog rendement op kapitaal. Melexis en Lotus Bakeries zijn twee eminente Belgische voorbeelden. Nadeel is dat die aandelen, net als groeiers, (soms te) hoog gewaardeerd worden.
Historisch bekeken (en op langere termijn) brengen aandelen met een kleine beurskapitalisatie meer op dan gemiddeld. Maar de voorbije jaren presteerden groeiaandelen en grote beurswaarden zoals Microsoft of Apple het best. Precies het soort aandelen dat Brussel mist. Hier noteren vooral kleine aandelen en lager gewaardeerde aandelen uit de industrie en financiën.
Kleinere beurswaarden vallen vaak uit de boot bij professionele beleggers. Dat biedt kansen. Belgische aandelen zoals EVS of Jensen zijn door hun beperkte omvang internationaal nog niet ontdekt, terwijl het sterke wereldmarktleiders zijn in hun niche.
Wie alleen in Brussel belegt, zal veel buitenlandse steraandelen missen. Maar wie erin slaagt de betere Belgische aandelen te kiezen, kan zeker bovengemiddelde rendementen behalen. Hoewel er niet veel meer dan honderd Belgische aandelen noteren in Brussel, zijn er ook hier altijd aandelen die uitzonderlijk goed presteren. Bovendien betaalt u op dividenden uit ‘Brussel’ maar 30% roerende voorheffing. Op buitenlandse dividenden betaalt u vaak twee keer en bent u tot 50% kwijt.
4. Is er een maatschappelijke meerwaarde?
Hoewel Belgische beursgenoteerde bedrijven vaak een groot deel van hun inkomsten buiten België halen, hebben ze bijna altijd een belangrijke Belgische vestiging met onderzoek & ontwikkeling en veel tewerkstelling. Zo haalt Lotus Bakeries maar 10% van zijn inkomsten uit België, maar de helft van de medewerkers werkt wel hier. Via Belgische aandelen steunt u dus de eigen economie.
Dit artikel verscheen eerder in De Standaard
Interessant artikel Jan !. De opperspaarvarkens (allemaal) vullen elkaar mooi aan.
Ik zie dat de BEL20 op Yahoo! finance op dit moment de grootste stijger van de dag is. Het is maar een momentopname maar het mag ook wel eens.
Yahoo! finance world indices
Niet te vergeten dat de Brussel beurs toch ook interessant is voor wie gediversifieerd in vastgoed wil investeren via de GVV’s. Deze hebben met de voorheffing van 15% bij een dividend ook een interessant statuut, zeker in combinatie met de €800 per persoon vrijstelling in je privé belasting. Op die manier kan je (indien je houdt van dividenden) al een aardige basis in je portefeuille leggen via GVV’s.
Alles wat onder eigen kerktoren belegd wordt gaat de plaatselijke pastoor mee lopen…
Dit artikel weet ik wel te appreciëren. Ik kreeg de indruk dat onze Belgische bedrijven de laatste tijd uit de markt worden geprezen in relatie tot grote buitenlandse groeibedrijven en ermee gerelateerde ETF…
Dankjewel heren voor de waardering en de nuttige aanvullingen! @svanoost : De Belgische gvv’s zijn inderdaad een soort Belgische fiscale snoepjes, onderdeel van het Belgische belastinglabyrinth.
Verschil tussen doolhof en labyrint;
Een doolhof is een gangenstelsel waarin men de keuze heeft uit verschillende paden. Hierdoor is het gemakkelijk om in een doolhof te verdwalen. Een labyrint is daarentegen niet ontworpen om de weg te verliezen, maar om de weg te vinden.