Kasbons

A sad piggy bank behind stacks of euro coins

Belfius haalde woensdag een klassieker weer van onder het stof: de kasbon. De lancering kreeg heel wat media-aandacht. Goed voor Belfius en ook goed voor de wat oudere en heel defensieve spaarder die op zoek was naar een dergelijk product. Maar rijk zal je er niet van worden. Dat merk je wanneer je naar de intrest kijkt die je op die kasbons krijgt. Zet je je geld 1 jaar vast, dan krijg je nog 3% bruto. Kan je je geld 2 jaar missen? Dan zakt het jaarlijks rendement al naar 2,6%. Op drie jaar is dat 2,5%, op 4, 5 en 6 jaar nog 2,4% en beleg je langer dan 7 jaar, dan krijg je 2,3%. Pardon. Je krijgt dat niet, want 30% van de opbrengst gaat naar de fiscus. Ook al zijn er politici die menen dat je geen of nauwelijks belasting betaalt op je vermogen. Netto geeft dat dus 2,1% als je op een jaar belegt en amper 1,61% per jaar voor wie tien jaar lang zijn geld vastzet. Het risico bestaat dat als politici op zoek gaan naar meer geld, die belasting – de roerende voorheffing – nog hoger kan uitvallen.

Zijn we daarmee tevreden? Amper 1,61% per jaar en dat tien jaar lang? Dat is niet de fout van Belfius. Het is een feit dat de marktrente, ondanks de recente stijging, nog altijd relatief laag is. Tenminste, voor wie weinig of geen risico wil lopen. Gelukkig is er nog een andere optie. Die heet beleggen. Met risico. En ook al halen velen er hun neus voor op, het loont de moeite. Ik denk dat we naar een ‘duurzame’ inflatie gaan van 3% per jaar. Dan zou ons (spaar)geld ieder jaar 3% minder waard worden. Wie spaart, ontzegt zich iets en moet daarvoor beloond worden. Als je dan minder dan 3% per jaar verdient op je spaargeld, dan doe je geen goede zaak. Je bolt dan achteruit, ook al heb je gespaard.

Om meer te verdienen, moet je wat risico willen lopen. Maar dat lijkt in ons land wel vloeken in de kerk. Een Amerikaan en een Brit beleggen graag in aandelen. Ze weten dat daar iets tegenover staat. Ze gaan er ook vanuit dat beleggen een noodzaak is, omdat de overheid niet erg gul is met pensioenen. In onze contreien is dat besef nog te klein. Wij zien de belegger nog te vaak als een ‘rijke’ die dringend meer belast moet worden. Maar wie spaart en belegt is net verstandig en solidair. Hij zorgt voor een appeltje voor de dorst dat zo lang mogelijk moet gekoesterd worden. Als we niet met meer beleggen, dan wordt de financiering van de vergrijzing pas echt een probleem. Koester dus die beleggers. Beter nog: word zelf belegger! Des te meer beleggers, des te meer de vergrijzing een feest wordt.

Responses

  1. De politici zouden blij moeten zijn dat er mensen zijn de willen (en kunnen) sparen.
    Op het einde van de rit wordt dit spaargeld nog eens extra ingekort door de successierechten.
    Eigenlijk is dit niet te begrijpen dat dit door onze overheden wordt verdedigd.
    Spaargeld dat al (progressief) belast is, waarvan ook de inkomsten op dat spaargeld wordt belast met roerende voorheffing dat dit aan de eindmeet nog maar eens een fiscale behandeling krijgt.
    Dit met tarieven, wanneer de overledene aan de Waalse kant van de taalgrens woont, die kunnen oplopen tot 80%.