Megabedrijven stuwen de S&P 500 index voor het eerst boven 5.000 punten
Donderdagavond, een minuut voor het sluiten, tikte de aandelenindex S&P 500, die de beurswereld leidt, eventjes boven de ‘magische’ 5.000 punten. Maar als slot kwamen er 4.997,91 punten op de borden. Zogenaamde intraday-koersen zijn zo mogelijk nog tijdelijker dan een niveau dat een hele avond en nacht meegaat.
Maar de kans dat de S&P 500 meteen een heel weekend boven de 5.000 punten zou vertoeven, werden bij de opening gisteren op Wall Street groter. Het eerder ingeschatte inflatiecijfer voor december werd lichtjes neerwaarts bijgesteld. Eigenlijk heeft dat niets om het lijf, maar elke nieuwtje over inflatie blijft een alibi om de beurs, al is het maar een beetje, hoger te duwen. Na de eerste uren handel had de index ruim 13 punten of zowat 0,3 procent afstand genomen boven de kaap van 5.000 punten.

Op zich lijkt zo’n rond getal alleen psychologisch belangrijk, maar het is relevant om stil te staan bij de drijvende krachten achter deze recordkoers. Ze is het resultaat van het groeiende belang van de Amerikaanse beurzen tegenover de rest van de wereld.

Nvidia, een kolos die nog altijd groeit. — © reuters
Megabedrijven zoals Microsoft, Apple, Alphabet, Amazon, Meta en Nvidia worden groter en groter. Tesla heeft moeite om te volgen met zijn beurswaarde van ‘maar’ 600 miljard dollar. De Magnificent Six hebben gemeen dat ze Amerikaans zijn, de westerse wereld domineren en hun rijk almaar verder uitbouwen via het internet. Deze kolossen met beurskapitalisaties van elk meer dan 1.000 tot 3.000 miljard dollar, genieten van enorme schaalvoordelen en sommige worden slapend rijk door netwerkvoordelen. Hoe meer deelnemers, hoe meer het netwerk en hun aanbod waard wordt.
Nooit tevoren was de top zo zwaar. De zes grootste beurswaarden hebben een gewicht van bijna 30% van alle S&P 500 indexleden samen. Dat is te danken aan de combinatie van toenemende inkomsten en winsten, waar de groeiende waardering nog een hefboom op zet.
Toch overbrugde de S&P 500 de afstand van 4.000 naar 5.000 punten niet echt met een rotvaart. Het gebeurde in 719 handelsdagen of ruim 2,5 jaar. Tijdens de correctie van 2022 viel de index eerst nog eens onder de 4.000 punten. In het verleden was het bereiken van zo’n rond getal soms de start van een verdere hausse.
Maar niet altijd. In 1966, toen de Dow Jones nog de leidende index was en 1.000 punten bereikte, duurde het tot begin de jaren tachtig voor de aandelenkoersen echt afstand namen van dat niveau.
Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.
Responses