11 tips voor wie aan pensioensparen wil doen
Moet jij deze maand nog snel 990 of 1.270 euro storten voor je pensioensparen om volgend jaar minder belastingen te betalen? Dan loop je elk jaar geld mis, waarschuwt Pascal Paepen. “En er zijn nog dure vergissingen die je moet vermijden.” Met zijn 11 concrete tips win je minstens 1.675 euro bij het pensioensparen.
1. Doe alleen aan pensioensparen als je belastingen betaalt
Wie aan pensioensparen doet, krijgt een fiscaal voordeel. Maar wel enkel indien je belastingen moet betalen natuurlijk. Wie niet meer verdient dan de zogenaamde belastingvrije som – in 2023 bedraagt die 9.270 euro –, zal dus geen belastingvermindering krijgen voor pensioensparen. Dan kan je beter niet aan pensioensparen doen en op een andere, goedkopere manier beleggen. Beleg je 990 euro in een indexfonds in plaats van in een pensioenspaarfonds, dan bespaar je op dat bedrag op een jaar al gauw 18 euro dankzij lagere toetredingskosten en beheersvergoedingen.
2. Besteed jaarlijks ofwel 990 euro, ofwel 1.270 euro aan pensioensparen
Wie dit jaar tot 990 euro stort voor pensioensparen, geniet een belastingvermindering van 30 procent op het gespaarde bedrag. Wie meer spaart (tot maximaal 1.270 euro) krijgt op het totale bedrag 25 procent belastingvermindering. Een pensioenspaarbedrag van 990 euro levert dus een belastingvoordeel op van 297 euro, terwijl een inspanning van 1.270 euro je belastingfactuur 317,50 euro lichter maakt. Om de belastingvermindering te maximaliseren spaar je dus best ofwel 990 euro, ofwel 1.270 euro, maar niet daartussenin.
Heel wat mensen maken de fout door net iets meer dan 990 euro te storten voor het pensioensparen. Dat is een dure vergissing, want dan verlaag je meteen het belastingvoordeel van 30 tot 25 procent op het hele bedrag. Vorig jaar liepen maar liefst 1.941 landgenoten in die val. Iemand die bijvoorbeeld 1.000 euro stort aan pensioensparen krijgt slechts 250 euro terug van de fiscus, terwijl wie ‘slechts’ 990 euro spaart een fiscaal cadeau krijgt van 297 euro: een voordeel van 47 euro.
3. Begin zo vroeg mogelijk met pensioensparen
Wil je tijdens je actieve loopbaan zoveel mogelijk belastingverminderingen, dan begin je best ook vroeg met pensioensparen, dus liefst zodra je begint te werken. Momenteel bedraagt het fiscale voordeel ongeveer 300 euro per jaar, dus hoe meer jaren je aan pensioensparen doet, hoe vaker je die belastingvermindering kan boeken. Het jaarlijkse fiscale voordeel zal allicht nog oplopen omdat het maximale pensioenspaarbedrag wellicht nog zal stijgen.
4. Stort in januari al voor pensioensparen
Nogal wat landgenoten doen nu, in december, nog gauw-gauw aan pensioensparen. Dat is fout. Over 25 jaar bracht een pensioenspaarfonds jaarlijks gemiddeld 6,2 procent op. Op een bedrag van 990 euro is dat 61 euro per jaar. Spaar je 1.270 euro, dan is dat zelfs bijna 79 euro. Maar dat rendement op een nieuwe storting loop je elk jaar mis als je je jaarlijkse bijdrage pas stort in december en niet in januari.
Wie al in januari stort, zou dus per jaar gemiddeld 61 tot 79 euro meer verdienen dan wie pas op het einde van het jaar stort. Lukt het je niet om al in het begin van het jaar het hele pensioenspaarbedrag te storten? Geef dan je bank opdracht om elke maand een twaalfde van het pensioenspaarbedrag van je rekening te halen. Ook dan boek je ieder jaar een winst van enkele tientallen euro’s.
5. In het jaar waarin je 60 wordt, stort je je bijdrage best pas na je verjaardag
Op de regel dat je best zo vroeg mogelijk in het jaar je bijdrage stort voor pensioensparen bestaat één uitzondering: het jaar waarin je 60 wordt. Tenzij je pas op 31 december verjaart, stort je je bijdrage van dat jaar best pas ná je verjaardag. Op je 60ste verjaardag word je namelijk belast op je pensioenspaarpot. Je betaalt dan 8 procent op je hele kapitaal en een fictief rendement van 4,75 euro op jaarbasis op de stortingen die je deed, na afhouding van de toetredingskosten. Stort je dat jaar pas na je verjaardag, dan bespaar je 80,48 euro aan belastingen.
6. Neem risico
Wie aan pensioensparen doet, kan kiezen voor de relatief veilige formule van een pensioenspaarverzekering. Je kapitaal is dan gegarandeerd, net als een minimumrente. Maar je betaalt fors voor die gemoedsrust. De minimumrente bedraagt vaak amper 0,50 procent en het uiteindelijke rendement kan je situeren tussen de 1,50 en 2,00 procent. Dat is een heel pak minder dan de pensioenspaarfondsen die je kapitaal niet garanderen maar wel over 25 jaar een gemiddeld rendement van 6,2 procent opleverden. Laat je risicoprofiel het toe, kies dan voor een pensioenspaarfonds in plaats van een pensioenspaarverzekering. Wie dichtbij zijn pensioen staat, kan dan eventueel switchen van een dynamisch pensioenspaarfonds, met veel aandelen, naar een defensief fonds dat minder belegt in aandelen.
7. Betaal weinig of geen toetredingskosten
KBC rekent klanten 2 procent toetredingskosten aan bij een storting in een pensioenspaarfonds. Bij BNP Paribas Fortis loopt dat zelfs op tot 3 procent. Argenta rekent daarentegen niks aan. Wie bij Argenta aan pensioensparen doet, bespaart dus jaarlijks 29,7 tot 38,10 euro op zijn nieuwe bijdrages. Na verloop van tijd loopt die rekening bovendien nog op, ook al omdat de kosten die ingehouden worden niet worden belegd. Ter illustratie: de afgelopen tien jaar bracht het pensioenspaarfonds van Argenta de belegger 5,12 procent per jaar op. Bij KBC is dat amper 4,11 procent.
8. Blijf pensioensparen na je 60ste
De eindbelasting van 8 procent op pensioensparen wordt al op je 60ste ingehouden. Tot 31 december van het jaar waarin je 64 wordt, kan je wel verder pensioensparen met fiscaal voordeel. Doe dat dan ook. Op die jaren word je immers niet meer belast, maar geniet je toch nog een fiscaal voordeel. Beschouw het als een extra fiscaal voordeel van vier keer 297 tot 317,50 euro of 1.188 tot 1.270 euro. Wie pas na zijn 55ste start met pensioensparen, krijgt dat voordeel niet.
9. Stop met pensioensparen op je 65ste
Wie dat wil, kan zelfs na zijn 64ste aan pensioensparen blijven doen. Maar daarvoor krijg je geen extra fiscaal voordeel. Ik raad je dan ook af om na je 65ste door te gaan met pensioensparen, tenzij je pas na je 55ste ermee begonnen bent. Er zijn namelijk betere en meer rendabele alternatieven, zodra het fiscale voordeel wegvalt.
Als je er tijdens je pensioen nog steeds in zou slagen om 990 euro per jaar te sparen, dan doe je dat beter in een indexfonds (tracker, ETF) dan in een pensioenspaarfonds. Op een storting van 990 euro betaal je immers algauw 2 procent toetredingskosten (19,80 euro), terwijl je amper 7,5 euro brokerkosten betaalt en 1,19 euro beurstaks als je datzelfde bedrag in een tracker stopt. Als beheersvergoeding betaal je op een tracker slechts 0,50 procent terwijl de bank 1,2 procent aanrekent op een pensioenspaarfonds. Daardoor betaal je slechts 4,95 euro in plaats van 11,88 euro. Per jaar levert je dat een besparing op van 18 euro.
10. Vraag je pensioenpot niet vervroegd op
Pensioensparen doe je om een reserve bij elkaar te sparen voor pensioen. De pensioenpot kan dan vervolgens dienen om je relatief lage maandelijkse pensioen aan te vullen. Op die manier kan je het verschil tussen het loon dat je verdiende en het pensioen dat je krijgt wat compenseren. Het is dan ook niet de bedoeling dat je je pensioenpot plundert vooraleer je met pensioen gaat. Doe je dat toch, dan mag je een fikse factuur van de fiscus verwachten. Wie voor zijn 60ste geld opvraagt uit zijn pensioenpot, betaalt daarop een belasting van maar liefst 33,31 procent! Die belasting moet je mijden.
11. Cash je pensioenspaarfonds niet als de beurs net fors is gedaald
Wil je tussen je 60ste en je 65ste je deelbewijzen in een pensioenspaarfonds verkopen? Dan kan dat, tenzij je pas na je 55ste begonnen bent met pensioensparen. Let er dan wel op dat de waarde van die deelbewijzen niet te laag staat. Als je nog in een dynamisch pensioenspaarfonds zat dat veel belegt in aandelen en de beurs kreeg net een klap, dan is het onverstandig om je belegging net dan te cashen. Als je het geld niet meteen nodig hebt, kan je beter wachten tot de waarde van de deelbewijzen van het fonds weer wat hoger staat. Of je stapt over naar een goedkoper aandelenfonds dat ook zal stijgen als de beurs weer herstelt.
Zoveel kan je besparen met de tips van Pascal
1. Doe alleen aan pensioensparen als je belastingen betaalt: ofwel krijg je fiscaal voordeel ofwel bespaar je, net als in punt 9, 18 euro
2. Spaar ofwel 990 euro, ofwel 1.270 euro per jaar: 297 tot 317,50 euro
3. Begin zo vroeg mogelijk met pensioensparen: 300 euro per jaar dat je vroeger begint te sparen
4. Stort in januari al voor pensioensparen: 61 tot 79 euro
5. Stort je jaarlijkse bijdrage pas na de dag waarop je 60 wordt: 80,48 euro
6. Neem risico: moeilijk te schatten
7. Betaal weinig of geen toetredingskosten: 29,7 tot 38,10 euro
8. Blijf pensioensparen na je 60ste: 1.188 tot 1.270 euro
9. Stop met pensioensparen op je 65ste: 18 euro
10. Vraag je pensioenpot niet vervroegd op en vermijd zo de belasting van 33,31 procent
11. Cash je pensioenspaarfonds niet als de beurs net fors is gedaald: moeilijk te schatten
TOTAAL: 1.674,54 tot 1.803,44 euro, met daarnaast nog heel wat voordeel dat niet vooraf te berekenen valt.
Doe-het-zelvers kunnen nog veel meer besparen
Ben je niet enthousiast over pensioensparen door de voortdurende dreiging van hogere belastingen en vind je de kosten die sommige banken aanrekenen op pensioensparen – terecht – te hoog? Dan kan je ook een reserve voor je pensioen aanleggen door de touwtjes in handen te houden en je centen te beleggen in activa en regio’s waar je zelf voor kiest. Als je 40 jaar belegt, loop je wel een fiscaal voordeel van 11.880 euro mis (40 keer 297 euro), maar door het beleggen goed aan te pakken kan je veel meer besparen.
De kosten en taksen die bij pensioensparen komen kijken, drukken inderdaad het rendement. Aan 2 procent toetredingskosten en een gemiddeld jaarlijks rendement van 6,2 procent na lopende kosten bouw je met een jaarlijkse bijdrage van 990 euro een pensioenpot van 168.000 euro op. Maar als je door zelf te beleggen de aankoopkosten kan beperken tot 1 procent en ook de lopende kosten aanzienlijk kan beperken zodat je gemiddelde jaarlijkse rendement stijgt tot 7 procent, dan spaar je na veertig jaar een pensioenpot van 209.000 euro bij elkaar. De totale besparing bedraagt dan dus 41.000 euro. En dan hebben we het nog niet gehad over de eindbelasting of anticipatieve heffing van 8 procent!
Niet iedereen heeft voldoende kennis en discipline om zelf zijn pensioenpot bij elkaar te sparen. Bovendien is het heel moeilijk om de toekomstige fiscaliteit in te schatten. Misschien worden doe-het-zelvers in de toekomst meer belast op hun rendement en krijgen beleggers in pensioenspaarfondsen geen hogere belasting voorgeschoteld? Dan daalt het voordeel van de doe-het-zelvers.
Dat neemt niet weg dat er minstens twee systeemfouten zitten in pensioensparen: de kosten die banken aanrekenen zijn te hoog en het fiscale voordeel gaat grotendeels verloren door de eindbelasting. Ik wil dan ook een oproep doen: durft iemand het systeem van pensioensparen te herzien? Een eerste aanzet zou kunnen zijn dat de overheid een veiling organiseert voor fondsbeheerders, zodat de pensioenspaarder uiteindelijk veel meer zal overhouden.
Leestip: Interview: de toekomst van het Belgisch pensioen – Spaarvarkens.be
Een gouden TIP
Wat PUNT 10 betreft: “Vraag je pensioenpot niet vervroegd op”…
Wie geld nodig heeft om bijvoorbeeld vastgoed te kopen (en dat geldt voor elk vastgoed binnen Europa, dus ook voor een huisje in Italië, een appartement aan de Spaanse kust enz.) kan met zijn bankier een “bulletkrediet” bespreken. Een bulletkrediet is een onderpand voor een kapitaalgedeelte van jouw hypotheeklening.
Voorbeeld: Op mijn pensioenspaarrekening staat 100.000 euro aan kapitaal.
Dit kapitaal kan ik met een onderlinge overeenkomst aan de bank beloven op eindvervaldag. Dat betekent concreet dat mijn bank deze 100.000 euro zal ontvangen van mijn pensioenfonds als kapitaal op mijn lening. Gedurende de hele looptijd van het bullet-krediet moet ik dus enkel een vaste (tussen 2.5 en 3%) intrest betalen op de ontleende 100.000 euro die ik van de bank ontvang als voorschot op de 100.000 euro die mijn bank zal krijgen (van mijn pensioenspaarfonds) nadat ik 65 jaar geworden ben .
Hartelijk dank Pascal!
P.S.: Vervolg op mijn vorige comment…
Ook de extralegale pensioenpot die via de groepsverzekering van de werkgever tot stand kwam, komt voor een ‘bullet-krediet’ in aanmerking. M.a.w. je kan op deze wijze jouw ‘geblokkeerde’ spaargeld verder laten renderen terwijl je het vandaag al kan spenderen aan jouw droomproject. Dus, op eindvervaldaag krijgt jouw bank 100.000 euro en het resterende gedeelte (kapitaal en intresten van je pensioenspaarpot) zijn voor jou. SUC6!
TER AANVULLING AAN PASCAL’s ARTIKEL: (Pensioensparen via bank of verzekering + tips …)
Hoe deze pensioenspaarder 17.000 euro is misgelopen
door Jef Poortmans in TRENDS 05-10-2023
België is een land van spaarders en pensioensparen is een van de populairste formules. Maar dat er een heel ruim aanbod van pensioenspaarproducten bestaat, naast de pensioenspaarfondsen bij de bank, is nauwelijks bekend. Een verkeerde keuze kan spaarders honderdduizenden euro’s aan rendement kosten.
Ondergetekende voelt zich bekocht. Ik ben onlangs te weten gekomen dat ik in de vijftien jaar dat ik aan individueel pensioensparen doe – ook wel bekend als de derde pensioenpijler – 17.000 euro aan rendement ben misgelopen. Er zijn twee formules om aan pensioensparen te doen: via een bank of via een verzekering. In het eerste geval belanden de maandelijkse of jaarlijkse bijdragen in een pensioenspaarfonds dat beheerd wordt door een bank. In het tweede geval stort je een premie in een verzekeringscontract.
Ik heb indertijd, zoals veel Belgen, gekozen voor een pensioenspaarfonds bij de bank. Volgens de cijfers van Assuralia en Beama, de koepelverenigingen van de Belgische verzekerings- en fondsensector, zat eind 2021 in ons land voor 25,5 miljard euro in pensioenspaarfondsen en voor 17 miljard euro in pensioenspaarverzekeringen. Elk jaar stortten de Belgen tussen 1,1 en 1,3 miljard euro in beide formules.
Ik heb nog het geluk dat ik in een van de beter presterende pensioenfondsen ben gestapt, het ARPE-fonds van Argenta. Dat zette de afgelopen tien jaar een gemiddeld jaarlijks rendement van 5,1 procent neer. Er zijn ook pensioenspaarfondsen die over dezelfde periode minder dan 2 procent per jaar hebben gehaald. Dan is 5,1 procent lang niet slecht.
Maar ik had mijn kapitaal ook via een pensioenspaarverzekering kunnen beleggen in een fonds en de afgelopen tien jaar een rendement van gemiddeld 12 procent per jaar kunnen halen. Zo biedt Athora met Profilife Pensioensparen tientallen fondsen aan, waarvan er enkele de afgelopen tien jaar meer dan 10 procent per jaar hebben opgeleverd. Als ik het verschil bereken tussen de 5 procent die ik heb gekregen, en de 12 procent die ik had kúnnen hebben, heb ik over de totale periode dat ik aan pensioensparen doe, zo’n 17.000 euro aan extra rendement misgelopen.
Te weinig bekend
“Mensen gaan zelden na of de rendementen op hun pensioensparen oké zijn in vergelijking met andere producten op de markt”, zegt John Romain, de oprichter van het financieeladvieskantoor Immotheker-Finotheker. Dat aanbod aan pensioenspaarproducten blijkt ook veel ruimer dan het twintigtal bankfondsen waar de meeste pensioenspaarders hun toevlucht toe nemen. “Er zijn 96 pensioenspaarproducten met een geschiedenis van minstens tien jaar op de markt”, zegt John Romain. “Het is nog te weinig bekend bij het grote publiek dat zo’n breed gamma bestaat. Dat moet meer bekendheid krijgen”, bevestigt Erik Weekers, de CEO van de Federatie voor Verzekeringsmakelaars (FVF).
De beleggingsstrategieën en dus de prestaties van die 96 producten lopen enorm uiteen (over de verschillen tussen pensioenspaarproducten via een bank of via een verzekering gaat het volgende artikel). “Afhankelijk van het risico dat je bereid bent te nemen, lopen de jaarlijkse rendementen over de jongste tien jaar uiteen van -3,4 tot +12,8 procent per jaar”, zegt Romain. “Slechts 34 pensioenspaarproducten scoren beter dan het gemiddelde rendement van die groep, zo’n 60 zitten daaronder. Daarom is het zaak het rendement van je pensioensparen en je langetermijnsparen goed in de gaten te houden.”
17 miljard euro zat eind 2021 in Belgische pensioenspaarverzekeringen.
25,5 miljard euro zat eind 2021 in Belgische pensioenspaarfondsen.
Bereken je het verschil tussen een jaarlijks rendement van 5 en 12 procent over een periode van veertig jaar – de termijn waarover een doorsneepensioenspaarplan loopt – dan wordt de kloof nog groter. Iemand die op 25 jaar met pensioensparen begint en maandelijks 80 euro netto stort in een product dat gemiddeld 5 procent per jaar oplevert, zal op 65 jaar net geen 119.000 euro hebben vergaard. Met een gemiddeld jaarlijks rendement van 12 procent zou die eindsom na veertig jaar afklokken op 783.000 euro, of 664.000 euro meer.
“Over zulke lange looptijden wegen vooral hogere beginrendementen sterk. Dan kan 5 of 10 procent rendement een enorm verschil betekenen. Die kracht van de samengestelde intrest moet je absoluut zien te bewaken in je pensioensparen, om je geld voor jou te laten werken”, benadrukt John Romain.
Pensioensparen volgens de levenscyclus
Pensioensparen hoeft niet statisch te zijn. Spaarders hangen niet vast aan de formule waarvoor ze het eerst hebben gekozen. “Je pensioenspaarkapitaal zit vast tot je 60ste. Als je jong bent, moet je dus 100 procent in aandelen zitten. Over zo’n lange looptijd riskeer je daar niks mee”, stelt John Romain. Naarmate de pensioenleeftijd nadert, verandert het risico. “Als je 55 bent en je hebt je opgespaarde kapitaal binnenkort nodig, dan moet je je risico afbouwen en je kapitaal veiligstellen”, aldus Romain.
Verzekeringsformules zijn daarvoor beter geschikt dan bancaire pensioenfondsen. Iemand die dertig jaar via een tak 23-contract in een dynamisch aandelenfonds heeft belegd, kan dat bijvoorbeeld vanaf zijn 55ste omzetten in een tak21-contract met kapitaalbescherming en een minimale rendementsgarantie. Mensen die hun derde pijler via een pensioenfonds van een bank opbouwen, kunnen hun kapitaal hooguit overzetten naar een defensiever fonds, maar ze hebben geen enkele garantie dat dat niet in waarde kan afnemen. Je moet er wel aan denken, of het advies krijgen die overstap naar een veiligere formule op een bepaalde leeftijd te maken, benadrukt zowel John Romain als Erik Weekers.
Van product wisselen
Spaarders kunnen van pensioenfonds wisselen en binnen de verzekeringsformule eenmaal per jaar overstappen van een tak21- naar een tak23-fonds of omgekeerd. Het is echter niet mogelijk over te schakelen van een bankfonds naar een verzekeringsformule of omgekeerd. “Wie een bankfonds heeft, kan de stortingen stopzetten, het fonds gewoon laten voortlopen en een nieuw plan bij een verzekeraar afsluiten”, stelt Erik Weekers. “Die wissel doe je het best aan het begin van een nieuw jaar, want je krijgt de fiscale aftrek slechts voor één contract per jaar.”
“Begin zo vroeg mogelijk met pensioensparen”, raadt Erik Weekers nog aan. “Het kapitalisatie-effect van de eerste stortingen is dan het grootst. En om zeker te zijn dat je het maximaal aftrekbare bedrag elk jaar haalt, kun je beter elke maand een klein bedrag storten dan te wachten tot het einde van het jaar, om het al dan niet in één keer te betalen. Dat heeft als bijkomend voordeel dat je eventuele koersschommelingen van je pensioenfonds of tak 23-fonds uitvlakt.”
Als je 55 werd in april en gestart met pensioensparen in december, ben je dan gestart na je 55ste? M.a.w. heb je dan wel of geen fiscaal voordeel vanaf het jaar waarin je 61 wordt?