Buitenlandse alternatieven voor de staatsbon
De nieuwe staatsbon wordt wellicht de populairste in zijn soort. Tienduizenden beleggers gaan ervoor. Niet alleen Belgen, trouwens. In een interview voor de Nederlandse radio roept Minister Van Peteghem ook Nederlandse spaarders op om ‘onze’ staatsbon aan te schaffen. Kan dat zomaar, een buitenlandse staatsbon kopen? En kunnen wij dan ook intekenen op een Nederlandse of een Duitse staatsobligatie?
De nieuwe staatsbon is er in principe voor de kleine Belgische spaarder. Die krijgt zo vier keer per jaar de mogelijkheid geld te lenen aan de federale overheid. Daarnaast leent onze overheid ook van banken en pensioen- en andere fondsen. Op die uitgiftes kunnen we in principe niet intekenen als kleine spaarder. Maar we kunnen de producten in principe wel aankopen op de secundaire markt. Dat is de kapitaalmarkt waar obligaties worden verhandeld tot ze weer op eindvervaldatum komen.
In het buitenland is dat net zo. Bijna iedere overheid komt geld tekort en moet dat geld lenen. Er zijn dus ook Duitse, Nederlandse, Franse, Italiaanse… staatsobligaties. Je zal daar weinig reclame voor zien omdat ze elk een specifiek beleggerspubliek aanspreken. Door de ‘gewone’ roerende voorheffing van 30 procent is het uiteindelijke rendement op nieuwe, buitenlandse staatsobligaties vaak ook niet zo interessant voor de Belgische spaarder. Maar in principe kan je dus ook obligaties kopen op de secundaire markt en daar zijn wel nog koopjes te vinden.
Let op de belastingen
Wil je een buitenlandse obligatie kopen, dan start je met de zoektocht naar een bank of broker waar je dat kan doen. Argenta, bijvoorbeeld, doet niet mee met de staatsbon, maar ook niet met de handel in buitenlandse (staats)obligaties. Bij de meeste andere banken en brokers kan je wel terecht. Hou rekening met de kosten die ze aanrekenen. Meestal is dat een percentage op de nominale waarde (0,5 procent bij Deutsche Bank, Keytrade Bank, BNP Paribas en ING), vaak met een minimumbedrag van bijvoorbeeld 50 euro. Dat is belangrijk omdat dat al meteen kleine beleggingen van amper 100 of 1.000 euro uitsluit.
Je betaalt ook op elke transactie 0,12 procent beurstaks. Dat lijkt weinig, maar vooral voor kortlopende obligaties vermindert dat het rendement aanzienlijk. Tot slot moet je ook rekening houden met het nettorendement. Dat is het brutorendement min de belastingen. Soms geldt er een bronheffing in het land waar de obligatie werd uitgegeven en vaak geldt er ook een Belgische roerende voorheffing.
Die som van kosten en belastingen maakt het vaak al een pak minder interessant om buitenlandse obligaties op de kop te pikken. Wie toch nog iets interessants vindt, houdt er best ook rekening mee dat de fiscaliteit altijd kan veranderen. Lees: de belastingen op intresten en eventuele meerwaardes van obligaties kunnen altijd stijgen.
Duitse kwaliteit
Duitse staatsobligaties noemt men ‘Bunds’. Ook al staan de Duitsers gekend om hun efficiëntie, toch moet de Duitse overheid ook herhaaldelijk tekorten financieren op de obligatiemarkt. Een obligatie die enigszins vergelijkbaar is met de nieuwe Belgische staatsbon is de Bund die loopt tot 18 oktober 2024. De isin-code is DE0001141802. Het is een zogenaamde nulcoupon. Je zal dus geen intrest uitbetaald krijgen. Maar je kan de obligatie wel kopen ‘onder pari’. De prijs bedraagt momenteel 96,4 procent en op 18 oktober 2024 krijg je 100 procent terug. Het verschil, 3,6 procent, is je winst of rente.
Omdat de looptijd wat langer is dan een jaar, bedraagt het uiteindelijke rendement 3,28 procent. Maar dan hebben we de kosten van de bank of de broker nog niet meegerekend. Stel dat die 0,5 procent bedragen, dan betaal je 96,9 procent voor deze Bund waardoor het rendement daalt tot 2,81 procent. Dat is exact hetzelfde als wat de staatsbon je nu biedt. Op de handel in obligaties geldt echter ook nog eens een beurstaks van 0,12 procent. Daardoor daalt het rendement tot 2,7 procent. De Duitse kredietwaardigheid is weliswaar iets hoger dan de Belgische, maar we gaan ervan uit dat België de staatsbon over een jaar zonder probleem zal terugbetalen. Daardoor lijkt de Bund niet interessant. Goldwasser Exchange heeft momenteel wel een actie lopen waarbij je geen commissie betaalt op de obligatie, maar enkel als je voor minstens 50.000 euro nominaal koopt.
En er is nog een fiscaal risico. Omdat deze Duitse obligatie oorspronkelijk boven pari (boven 100%) werd uitgegeven en geen coupon betaalt, is er geen Belgische roerende voorheffing van toepassing. Bruto is gelijk aan netto. Maar wanneer onze overheid zal beseffen dat het ontwijken van enige belasting eigenlijk niet fair is, zou dit achterpoortje wel eens gesloten kunnen worden. Misschien zal de Belgische koper van deze obligatie dan wel 30 procent belasting betalen op zijn rendement. Dan zou de netto-opbrengst uiteraard aanzienlijk dalen.
Frankrijk
Laten we eens bij onze zuiderburen kijken. De financiële situatie van Frankrijk is vergelijkbaar met die van België. Het land heeft een grote schuld, maar ondanks dat neemt de markt aan dat Frankrijk zijn schuld wel zal kunnen terugbetalen. Een Franse staatsobligatie noem je een ‘Obligation Assimilables du Trésor’ of kortweg OAT.
De nulcoupon met eindvervaldag op 25 maart 2025 lijkt ons wel wat. De isin-code is FR0013415627. De prijs bedraagt 95,3 procent en daarmee zou je een rendement van 3,32 procent hebben, maar na een commissie van 0,5 procent en een beurstaks van 0,12 procent daalt dat rendement tot 2,69 procent. Ondanks de langere looptijd is het geen concurrentie voor onze staatsbon. Bovendien geldt hetzelfde risico op een eventuele hogere belasting op deze obligatie.
Italië
Met een staatsschuld van zowat 3.000 miljard euro zit Italië nog dieper in de schulden dan ons land. Vroeger kon je investeren in hoogrentende obligaties in Italiaanse lire en liep je een ‘muntrisico’. Maar omdat Italië sinds de creatie van de eurozone lid is van de muntunie, zijn de staatsobligaties er ook in euro. We spreken over BTP’s, ofwel ‘Buoni del Tesoro Poliennali’.
De nulcoupon met isin-code IT0005474330 loopt tot 15 december 2024 en kost momenteel 95,42 procent. Het rendement bedraagt 3,68 procent. Zelfs na 0,5 procent brokerkost en 0,12 procent beurstaks is het rendement met 3,17 procent nog steeds hoger dan dat van onze staatsbon, als we rekening houden met het uitblijven van verdere belastingen. Die Italiaanse obligatie biedt dus nog wat meer rendement dan de Belgische staatsobligatie, wat logisch is, gezien de lagere kredietwaardigheid van Italië.
Turkije
En nu we toch de lire ter sprake hebben gebracht: wat te denken van een belegging in Turkse lira? Niets voor mij, vanwege het hoge politieke en muntrisico, maar misschien zijn er toch liefhebbers die een beperkte speculatie aankunnen? De hoge inflatie in Turkije heeft ertoe geleid dat het optisch rendement hoog is. Deze week nog verhoogde de Turkse centrale bank van 17,5 tot wel 25 procent! Die onverwachte, sterke stijging ondersteunde de munt die niet bepaald van de sterksten is.
De eenjaarsrente in Turkse lira zit momenteel op zowat 20 procent, waardoor je de staatsobligatie met isin-code TRD210824T15 zou moeten kunnen kopen rond de 94,67 procent. Na de gekende commissie voor de broker, de beurstaks en de Belgische roerende voorheffing van 30 procent op de coupon van 13,6 procent, geeft dat een nettorendement van 15,14 procent. Interessant? Enkel voor de speculant die een bank of broker vindt die wil handelen in Turkse staatsobligaties.
Wie het muntrisico te hoog vindt, maar toch van mening is dat Turkije niet bankroet zal gaan, kan opteren voor de obligatie van Turkije die afloopt op 5 februari 2025. De isin-code is US900123AW05 en de prijs bedraagt 100,59 procent. De bruto-coupon is 7,375 procent, maar hier maait onze Belgische overheid dus 30 procent van weg, zodat van die coupon amper 5,16 procent overblijft. Aan een prijs van 100,59% + 0,50% commissie + 0,12% beurstaks is het nettorendement daardoor amper 4,22 procent. Hoger dan de 2,81 procent van onze staatsbon? Jawel. Maar zelfs al ben je ervan overtuigd dat Turkije de lening probleemloos zal terugbetalen in februari 2025, dan nog loop je een muntrisico, weliswaar niet in Turkse lira, maar wel in Amerikaanse dollar.
Conclusie
Het is bij ons nog zo slecht niet. Op een moment dat de overheid een financieel en fiscaal cadeau geeft, kunnen we daar maar blij om zijn. De 2,81 procent rendement van onze staatsbon is best oké. Een Italiaanse obligatie biedt netto mooi meer. Maar vergeet het fiscale risico niet.
Duidelijke vergelijkingen.Bedankt Pascal
Kan ik beamen. Opvallend hoe weinig verschil er eigenlijk is. Zelfs met Turkije in dollar, wat voor mijn part het risico niet waard is.
Volledig mee akkoord.
Thx vr de eenvoudige/duidelijke vergelijking.
Alhoewel ik die Turkse oblig. niet veilig vind, toch even een vraagje om te weten of ik iets mis…
In uw berekening staat :
… amper 5,16 procent overblijft. Aan een prijs van 100,59% + 0,50% commissie + 0,12% beurstaks is het nettorendement daardoor amper 4,22 procent….
Ik dacht : 5,16 – 0,50 – 0,12 – (100,59 – 100) = 3,95% –> ipv. 4,22% ???
Kun je mijn redenering of fout evalueren ?
Thx, Yves
Hoi Yves, als de looptijd exact 1 jaar is zou je uitkomst bijna juist zijn. Maar da’s niet het geval. De looptijd is langer dan 1 jaar. Je mag de kosten niet van het rendement aftrekken. Je voegt de kosten toe aan de aankoopprijs van de obligatie. Vervolgens bereken je de yield to maturity.
Mooi artikel, waarvoor dank!
Erg interessant. Op iets langere looptijden dan 1 jaar ga ik voor buitenlands staatspapier secundair op beurs met koers beneden pari, dus met lage coupon. Meerwaarden op obligaties zijn onbelast zoals bij aandelen. Maar wel steeds kijken naar de uitgifteprijs want een positief verschil tussen terugbetalingsprijs en uitgifteprijs is onderworpen aan RV op vervaldag ( WIB art 19). Bij veel brokers vallen de makelaarslonen erg mee, zie bv. Bolero Duitsland beurs max 60 eur tot 70k
Hoi Geert,
Ik ben vooral bang dat de banken nu, na de mega-reclame voor nulcoupons waarop geen belasting geldt, gaan lobbyen bij de overheid: “wij moeten Reynderstaks aanrekenen, dus ligt ons rendement bijna 30% lager dan wat de kleine belegger kan fixen op de secundaire markt. Da’s niet eerlijk.” Waarna de overheid misschien toch een andere, hogere belasting zal aanrekenen op obligaties die onder pari kunnen gekocht worden zodat de roerende voorheffing kan ontweken worden… E-depo werd ook al snel aangepast na de reclame… Als het opbrengt voor de overheid gaat het vaak nogal snel.
ps: ik ben precies de enige die er zo over denkt
ps2: ik hoop van ganser harte dat ik ongelijk heb, nodeloos bang ben en dat die hogere taks er niet zal komen
Voor de verkiezingen van 2024 gaat er waarschijnlijk niets veranderen.
-De Vlaamse partijen zitten in overlevingsmodus.
-De MR wil geen extra belasting maar een taxcut
-Cd&V zit niet te wachten op een belasting die de ”Van Peteghem tax” gaat noemen.
-Gaat cd&v een 2de keer (na de mislukte speculatietax) zijn vingers willen verbranden?
-Mocht de meerwaardebelasting op obligaties er toch komen zou het maar eerlijk zijn dat ook minwaarden in rekening kunnen worden gebracht.
Dag Pascal, interessant punt en discussie. 1) de reynderstaks op beleggingsfondsen verhindert de banken blijkbaar niet om die fondsen aan de man te kunnen brengen 2) het ontbreken van een meerwaardebelasting op obligaties creert in de primaire fundingmarkt ( obligaties, termijnrekeningen, kasbons) inderdaad nu wel een concurrentieprobleem omdat er zoveel kwaliteitspapier circuleert beneden pari met een fiscaal voordeel voor de pariculiere belegger. Maar dat belet niet de de staatsbon enorm loopt met een effectieve RV die hoger is dan die op veel van die secundaire bonds. En de banken moeten hun rente op termijnrekeningen en obligaties blijkbaar niet erg optrekken om concurrentieel te blijven. KBC ifima bv gaf deze week een obligatie uit op 3 jaar aan slechts 2 % netto. 3)Dat fiscaal voordeel op koerswinst obligaties ( vergelijkbaar met aandelen die weinig dividend uitkeren maar winst kapitaliseren) is er al lang maar zoveel vastrentende beleggers zijn daar m.i. niet mee bezig dat dit ontwrichtend zou werken 4) wat wel te vrezen valt is de fiscale hervorming en een algemene meerwaardebelasting 5) bottom line: het fiscaal risico dat je ziet zal ik niet ontkennen maar een specifieke meerwaardebelasting op obligaties is voor mij toch geen grote zorg. Dus ik persoonlijk blijf de mooie opportuniteit om laagrentend secundair staatspapier te kopen benutten en ook signaleren aan onze lezers ; groet
Heel goed artikel! Dank Pascal
Bij bolero is commissie gelukkig iets lager 0.3% en dat maakt nog net het ‘verschil’
Iedereen focust nu op een belegging op 1 jaar, zijn er nog geen inzichten voor beleggingen op iets langere termijn? én wat denken jullie bijvoorbeeld van NO0010757925 Noorwegen
Waar is de tijd dat ik als front office trader bij De Buck (Gent) nog convertibles kocht bij jou ;-)