Kaviaar voor de prijs van een boek

Adidas

Als belegger kom je niet vaak een aandeel van een topbedrijf tegen voor een soldenprijs. ‘Kwaliteit heeft zijn prijs’, legt Luc Kroeze uit in zijn boek De Kaviaarformule. ‘Maar door voor de top te kiezen, kun je heel wat valkuilen vermijden.’

Bij boeken is er nauwelijks of geen verband tussen de kwaliteit en de prijs. Maar De ­Kaviaarformule is een koopje. Auteur Luc Kroeze – door uitgeverij Lannoo omschreven als ‘voltijds belegger, vastgoedinvesteerder en financieel blogger’ – formuleert helder en biedt een leidraad voor (kandidaat-)beleggers om een niveau te halen waar vele beleggers slechts van kunnen dromen.

U belegt zelf sinds 2008. In welke valkuilen bent u getrapt? En wat is uw belangrijkste advies voor wie wil beginnen?

‘Ik heb jarenlang aangemodderd. Ik maakte dure fouten. Veel van die fouten hadden voorkomen kunnen worden als ik me beter had voorbereid. Ik raad daarom iedereen die wil beleggen in individuele aandelen aan om niet overhaast te werk te gaan. Koop niet lukraak iets omdat je achterneef er naar eigen zeggen fortuinen mee verdiend heeft. Volg een cursus, lees je in en neem daarvoor je tijd. Als je in de tussentijd toch al wilt beleggen, richt je dan tot een breed gespreide ETF (indextracker). En als blijkt dat beleggen je toch niet voldoende boeit, maar je wilt er wel de vruchten van wil plukken, houdt het dan bij die ETF.’

Is ‘kwaliteitsaandeel’ geen fout begrip? Men zegt toch ook niet ‘kwaliteitsmens’?

‘Kwaliteit is inderdaad subjectief. Maar mijn interpretatie van kwaliteit is meetbaar, aan de hand van cijfers. Beeld je twee mooi groeiende bedrijven in. Als bedrijf A 5 procent rendement op zijn kapitaal genereert en bedrijf B genereert 25 procent, dan is het duidelijk dat bedrijf B zijn kapitaal efficiënter aanwendt dan bedrijf A. Het houdt immers 25 cent van elke euro over die het investeert, terwijl bedrijf A slechts 5 cent overhoudt van elke euro. Als ­bedrijf A op de koop toe verdrinkt in de schulden, terwijl in bedrijf B het cashgeld tegen de plinten van de balans klotst, dan is het verschil in kwaliteit meteen duidelijk.’

Professor De Bondt, een Vlaamse wereldautoriteit op het vlak van behavioural ­finance zegt dat je het meest kunt verdienen met rommelaandelen. Maar misschien gaat u niet voor het meeste potentieel?

‘Geld verdienen met rommel is in de praktijk niet eenvoudig. Het is niet altijd goed in te schatten of een bedrijf met tijdelijke tegenslagen te maken heeft of dat er sprake is van structurele problemen. Ik ben de tel kwijtgeraakt van hoeveel beleggers hun broek hebben gescheurd aan “spotgoed­kope” aandelen, mezelf inclusief. Aandelen kunnen spotgoedkoop lijken en toch verder decimeren. Je kunt er misschien potentieel het meest mee verdienen, maar je kunt er evengoed veel mee verliezen. Als iets spotgoedkoop is, heeft dat meestal een reden.’

U maakt een onderscheid in aandelen ­volgens kwaliteit, groei en waarde. Kunt u die begrippen verduidelijken?

‘Ik duw die stijlen bewust in hokjes, om de verschillen duidelijk te maken. Maar er zijn ook veel raakpunten. Warren Buffett zei ooit dat er helemaal niet zoiets bestaat als groeiaandelen en waarde-aandelen. Groei is namelijk een belangrijke component bij het berekenen van waarde.’

‘Eenvoudig gesteld, zoekt een waarde­belegger naar aandelen van bedrijven ­tegen wat hij een uitstekende prijs vindt. Een kwaliteitsbelegger zoekt uitstekende bedrijven tegen liefst een goede prijs. Een groeibelegger daarentegen probeert de winnaars van morgen in een vroege fase te verwerven, terwijl een kwaliteitsbelegger zich richt op organisaties die al gewonnen hebben.’

Warren Buffett wordt gezien als een waardebelegger, maar hij is vooral een belegger in kwaliteit?

‘De jonge Buffett was een notoire waardebelegger. Hij kocht bedrijven tegen een ­lagere prijs dan wat de onderliggende ­activa zouden opbrengen bij een verkoop.’

‘Charlie Munger, sinds lang de zakenpartner van Buffett, deed hem de waarde van kwaliteit inzien. Sinds hun aankoop in 1972 van See’s Candies, een chocolade­fabrikant die het vooral moest hebben van zijn merknaam, is Buffett een echte kwaliteitsbelegger. Wel eentje die de prijs niet uit het oog verliest.’

Wat is voor u een kwaliteitsbedrijf? En ­hoeveel zijn er zo?

‘Een kwaliteitsbedrijf is voor mij een ­bedrijf met een geschiedenis van groei en hoge rendementen op het geïnvesteerde kapitaal. Ook een gezonde balans wijst op kwaliteit. Daarnaast moeten er aanwijzingen zijn dat de groei kan worden volgehouden en dat de organisatie een slotgracht rond haar activiteiten heeft gebouwd. Ook dat is iets van Buffett: een slotgracht staat voor een competitief voordeel dat de concurrenten lang op afstand kan houden. Voorts zie ik graag marktleiders en een sterk managementteam, met oog voor de lange termijn.’

‘Ik heb een lijst van een honderdtal ­aandelen, die allemaal in Europa en de VS noteren. Er zullen er ongetwijfeld nog een stuk meer zijn.’

Hoe bent u tot de keuze gekomen om alleen in kwaliteit te beleggen?

‘Ik heb enkele jaren geleden de Britse ­belegger Terry Smith ontdekt. Sindsdien heb ik niet meer omgekeken. Het idee is zo eenvoudig: beleg in het beste wat de beurs te bieden heeft. Dat is, zoals gezegd, meetbaar. Als je eenmaal geschikte bedrijven gevonden hebt, doe je jarenlang niets en laat de tijd – volgens Buffett de beste vriend van een sterk bedrijf – zijn werk doen. Buy and hold. Meer is het niet. ­Kwaliteitsbeleggen is mijn basisidee, maar ik kruid het af met een snuifje waarde­beleggen. Kwaliteit voor een eerlijke prijs is dus mijn uitgangspunt.’

Zullen kwaliteitsaandelen niet minder presteren als de rente verder oploopt? Ze zijn duurder gewaardeerd en verrekenen meer winst van de toekomst?

‘Dat is een gevaar. Als de renteklim nog niet ten einde is, zullen vooral groei­aandelen, maar ook kwaliteitsaandelen ­tegenwind ondervinden. De rente is een belangrijke component waarmee toekomstige kasstromen worden teruggerekend naar de waarde van vandaag. Maar op de rente heb ik als belegger geen invloed. Ik probeer me te richten op waar ik wel het verschil kan maken: in het selecteren van ­uitstekende bedrijven. Ik hou daarbij de lange termijn voor ogen. Als je constant op alle economische omstandigheden wilt ­anticiperen, zul je voortdurend de markt moeten “timen” (kopen en verkopen, red). Dat kan een keer lukken, maar niet keer op keer.’

Zijn er nu kwaliteitsbedrijven die fors ­gezakt zijn, of ondergewaardeerd? Wat is een richtlijn voor een redelijke waardering?

‘Dat hangt van de onderneming af. Het ene bedrijf kan duur zijn tegen twintig keer de winst, terwijl een ander bedrijf een koopje is tegen diezelfde ratio. Je hebt meer informatie nodig om die inschatting te kunnen maken. Dat leg ik uit in mijn boek.’

‘Er zijn nu kwaliteitsbedrijven met ­waarderingen die we al een tijd niet meer gezien hebben. Maar vergeet niet dat de beurzen voordien jarenlang hard van ­stapel zijn gelopen. Zie het niet als een aanbeveling, maar bedrijven als Adidas, Alphabet en Adobe, toevallig alle drie met een A, zijn volgens mij nu wel het onderzoeken waard.’

Responses