Beleggingsanalyse: Stop een Aziatische tijger in uw portefeuille

Drie vierde van de wereldbevolking leeft in Azië, maar het continent tekent maar voor 40% van het globale bbp. Al decennia is Azië aan een inhaalrace bezig op de rijke industrielanden. China neemt daarin het voortouw. De extreme armoede neemt er af en er groeit een middenklasse die haar materiële welvaart wil opkrikken.

In Azië investeren lijkt dus aantrekkelijk – ook in het licht van risicospreiding – maar het voorbije decennium presteerden de beurzen van de emerging markets zwak. De Amerikaanse beurzen, daarentegen, floreerden dankzij de technologiereuzen en het nulrentebeleid. Amerikaanse en Europese beleggers zagen dan ook geen reden om hun heil elders te zoeken.

Na de zwakke koersprestaties noteren de meeste groeilanden tegen lage waarderingen. De aandelen uit de wereldindex kosten ruim 17 keer de winst van het voorbije boekjaar; bij aandelen uit de groeilanden is dat maar 11,5 keer de winst.

Toch zet de gemiddelde spaarder/belegger weinig in op Azië. Aandelen uit de emerging markets zijn beperkt vertegenwoordigd in de aandelenindices. Zo telt China voor amper 3,2% mee in de MSCI Wereldindex en India voor amper 1,5%, terwijl in die twee landen samen 2,8 miljard mensen wonen. De VS, met ‘amper’ 335 miljoen mensen, tekenen voor liefst 61% in de wereldindex. Dat geeft aan hoe zwaar Wall Street en Amerikaanse bedrijven de beurswereld overheersen. Niettemin heeft MSCI, de grootste indexmaker, het plan opgevat om steeds meer ‘China’ op te nemen in zijn indices. De opgang van het land is snel gegaan en Chinese aandelen en beurzen hebben aanzienlijk aan belang gewonnen.

Van globaal naar regionaal

Als particuliere belegger kun je zelf bepalen welk gewicht je aan verschillende regio’s geeft. Mensen die hun strategie eenvoudig willen houden, beleggen bijvoorbeeld hun hele aandelenpositie in de wereldindex (zie tabel). Maar dan zijn Japanse, Chinese en aandelen uit India samen maar goed voor 10,4% van je portefeuille. Wie een groter deel in groeilanden wil beleggen, kan bijkomend een ETF kopen dat uitsluitend belegt in de emerging markets, met onderliggend 2.489 aandelen (zie tabel). Een stap verder is investeren in ETF’s die de beursindex van een specifiek Aziatisch land volgen. Uiteraard kun je ook beleggen in individuele aandelen uit de diverse Aziatische landen, maar dat is voer voor een ander artikel.

Japan: comeback kid

Japan is geen groeiland, maar ligt als ontwikkelde economie dicht bij de groeilanden uit Azië. Japanse bedrijven maken er dankbaar gebruik van om er de stagnerende thuismarkt mee te compenseren. Bovendien heeft het Japanse bedrijfsleven zich heruitgevonden. Onder impuls van de vorig jaar vermoorde ex-premier Shinzo Abe hebben vele bedrijven hun gesloten en conservatieve manier van zakendoen gemoderniseerd. Kruisparticipaties en niet-renderende liquiditeiten werden afgebouwd en er kwam aandacht voor waarde voor de (minderheids)aandeelhouders. Japanse ondernemingen willen niet alleen meer de beste producten maken, ze willen er ook meer aan verdienen. Daardoor noteert de Nikkei 225-index op het hoogste peil in 18 jaar, wel nog op 20% van de extreme top in 1989. Toen waren Japanse aandelen extreem duur. De correctie die maar liefst twintig jaar duurde, kwam volledig door de voortdurende daling van de waardering. Vandaag zijn Japanse aandelen tegen 14 keer de winst goedkoop, vergeleken met andere ontwikkelde beurzen. Volgens het beurshuis Nomura zullen de Japanse bedrijven verder de winstmarges verhogen. Het land is heel sterk in automatisatie, wat ook een exportproduct is naar de groeilanden.

China: reus gaat elektrisch

De berichtgeving over China in het Westen is vaak negatief, maar na vier decennia van sterke groei is het land een economische reus geworden. Veel inwoners zijn intussen aan de grootste armoede ontsnapt en er is een sterker wordende middenklasse ontstaan. De groei staat wel onder druk, onder meer doordat de overheid de speculatieve vastgoedontwikkeling een halt heeft toegeroepen. Door de handelsoorlog met de VS moet China ook een achterstand op het vlak van computerchips goedmaken. En er wachten het land grote uitdagingen wat de landbouw en de energievoorziening betreft. Het land blijft ambitieus en engageerde zich voor de strijd tegen de klimaatopwarming. China neemt vandaag ook een leidende positie in wat batterijen en elektrisch aangedreven voertuigen betreft.

Tegen 12,3 keer de winst en een dividendrendement zijn de aandelen uit het China-ETF laag gewaardeerd. Een kanttekening is wel dat de Chinese beurzen heel wispelturig kunnen zijn.

India: meer jongeren

India neemt het stokje over van China als sterkste groeier. Beurshuis Nomura rekent dit decennium op een jaarlijkse groei van 6,6%. Dat zal ook nodig zijn als het land enigszins in het spoor wil blijven van China, dat verder opwaarts klimt in de waardeketen en hogere consumptiecijfers laat noteren. De Chinese economie is ondertussen zes keer groter dan die van India, terwijl beide landen elk 1,4 miljard inwoners hebben. Te veel mensen in India zijn nog straatarm. Net als China heeft India iets minder dan 1 miljard mensen op arbeidsleeftijd, maar ze zijn verhoudingsgewijs veel jonger.

India moet rekenen op verdere hervormingen om de economie aan te zwengelen. Die zijn volgens Nomura noodzakelijk als het land maximaal wil profiteren van de verplaatsing van productiecapaciteit en van de distributieketen. Die trekt meer en meer weg van de overconcentratie in China.

Responses