Door de bank genomen

CLUB!

We schreven dit artikel voor HLN en uiteraard ook voor de leden van onze spaarvarkensstal. De banken maken winst. Veel winst. Zo kon KBC gisteren resultaten aankondigen die heel wat beter waren dan verwacht. In de eerste drie maanden van het jaar boekte de bank een nettowinst van maar liefst 882 miljoen euro. Analisten hadden ‘slechts’ 743 miljoen euro vooropgesteld. Ook andere banken zien hun winst fors stijgen. Waar komt die winst vandaan en is ze te hoog? We vragen het aan geldexpert Pascal Paepen, die ons advies geeft zodat de bank niet al te veel aan ons verdient.

De sterke winststijging bij KBC is niet uniek. Kijk maar naar ING. Die Nederlandse grootbank kondigde vorige week nog aan in de eerste drie maanden van het jaar netto 1,6 miljard euro te hebben verdiend. Dat is het drievoudige van de winst in het eerste kwartaal van vorig jaar. ING België mag dan al een pak kleiner zijn met een winst van ‘slechts’ 77 miljoen euro, maar ook dat is toch bijna vier keer meer dan in de vergelijkbare periode vorig jaar.

De rentemarge is gestegen

Waar komen die winsten vandaan? Het is eenvoudig. Voor een groot deel komt de winst uit de traditionele kernactiviteit van de bank: de zogenaamde rentemarge. Dat is het verschil tussen wat de bank aanrekent voor krediet en wat ze zelf betaalt aan de spaarder.

Anderhalf jaar geleden waren er nog mensen die een hypotheek op 20 jaar afsloten met een vaste rente van amper 1 procent. De banken zelf betaalden 0 procent op de zichtrekening en 0,11 procent op de spaarrekening. De rentemarge bedroeg toen maximaal 100 basispunten of 1 procent. Tegenwoordig zal je in de praktijk al vaak 4 procent moeten betalen op een hypotheeklening, als het niet meer is. De rente op het spaarboekje is slechts gestegen tot 0,6 procent. De rentemarge voor de bank bedraagt bijgevolg 4 procent – 0,6 procent = 340 basispunten. Dat is ruim het drievoudige! Zo is het niet moeilijk om je winst fors op te krikken.

Is die winst niet ‘te hoog’? Wat de hypotheeklening betreft, zou je inderdaad kunnen stellen dat het risico dat de bank neemt doorgaans niet zo hoog is. In principe hoeft de bank dan ook geen al te grote marge te nemen. Wellicht speelt mee dat de banken de voorbije jaren relatief weinig hebben verdiend aan krediet. Die lagere rentemarges willen ze nu blijkbaar compenseren met een wat ‘normalere’ winst. In euro’s zijn de bedragen weliswaar enorm, maar je mag niet vergeten dat het kredietvolume de afgelopen jaren ook fors is toegenomen. In vergelijking met normale tijden is de winst dan ook al wat minder fenomenaal.

Renterisico?

Er is nog een goed excuus voor de bank om de spaarrente niet al te snel te laten stijgen. De hypotheeklening die je dus anderhalf jaar geleden nog kon hebben aan 1%, heeft een vaste rente. De restlooptijd is nog meer dan 18 jaar. Stel dat de bank de spaarrente zou optrekken tot 1%, dan wordt er aan die hypotheeklening niets verdiend. Stijgt de spaarrente nog meer, dan levert die zelfs verlies op. Alleen als de klant er bij dezelfde bank een schuldsaldo- en brandverzekering heeft bijgenomen brengt die klant toch nog wat op.

Daarnaast houden banken enorme posities aan in staatsleningen. Tot einde 2021 gaven die geen rente of was de rente daarop zelfs negatief. De overheid deed er haar voordeel mee, maar de bank zit nu met een probleem. Alle banken, eigenlijk. De forse stijging van de rente op staatsleningen is trouwens de voornaamste reden waarom zoveel Amerikaanse banken in de problemen komen. Dat zien we hier liefst niet gebeuren. Er is dan ook maar één zaak die erger is dan een bank die winst maakt. Dat is een bank die verlies maakt. Verdwijnt het vertrouwen in een bank, dan komt er een run op die bank. De spaarder haalt zijn geld op en de financiële instelling komt in liquiditeitsnood. Het is dan ‘over & out’.

Nationale Bank

Een bankencrisis is het laatste wat de centrale bank wil. De bank der banken – bij ons is dat de Nationale Bank, die nauw samenwerkt met de Europese Centrale Bank – kijkt dan ook streng toe op de liquiditeit, solvabiliteit en rendabiliteit van de banken. Dat noemt men ‘microprudentieel toezicht’. Een sterke liquiditeitspositie garandeert dat de bank altijd geld kan teruggeven aan de spaarders. Met solvabiliteit controleert men of de bank aan zijn langetermijn(krediet)verplichtingen kan voldoen. De rendabiliteit moet het risico dat de aandeelhouder van de bank loopt vergoeden. Idealiter zijn die voldoende hoog en dat is nu zeker het geval.

Kreeg een bank tot juli vorig jaar nog een negatieve rente van -0,5% op geld dat die bank parkeerde bij de Europese Centrale Bank (ECB), dan is die deposito­ren­te van de ECB nu al gestegen tot 3,25%!

Kan de bank dan toch niet wat meer rente betalen op de spaartegoeden van de klanten? Jawel, zij het met lichte tegenzin. Ieder bedrijf zal liever meer winst maken dan minder. De concurrentie speelt wel. Een bank staat er niet om te springen om de eerste te zijn die de spaarrente verhoogt, maar als er eentje begint, dan volgen andere banken wel relatief snel. Ze willen het geld namelijk liefst ook niet verliezen aan de concurrentie.

Vandaag is het spaargeld van de consument dan ook goud waard. Kreeg een bank tot juli vorig jaar nog een negatieve rente van -0,5 procent op geld dat die bank parkeerde bij de Europese Centrale Bank (ECB), dan is die depositorente van de ECB nu al gestegen tot 3,25 procent! De komende maanden zal die rente wellicht nog wat stijgen. In principe moet de rente op de spaarrekening dan stilaan volgen.

Spaar, maar beleg ook

Rijk zal je echter niet worden als je alleen maar spaart. Zelfs al zou je vandaag 2 procent krijgen op je spaarrekening, dan nog is dat een pak lager dan de inflatie, die nu 5,6 procent bedraagt. Verdien je minder, dan wordt je vermogen in reële termen minder waard. Je kan dan immers minder kopen met je spaarcenten. Een termijnrekening, de e-DEPO of de staatsbon bieden weliswaar iets meer rente, maar netto, na afhouding van de roerende voorheffing van 30 procent, hou je nauwelijks meer over.

Allerlei crowdlendingcampagnes beloven je tegenwoordig bruto 7 of 8 procent of zelfs meer. Maar opgepast! Hier neem je een hoog risico. De kans is groot dat je niet altijd je geld terugkrijgt. Je speelt dan namelijk zelf voor bank, zonder dat je een hypotheek of andere zekerheden krijgt aangeboden. Dat kan nog fout aflopen.

Er is niks mis met een goede, gediversifieerde portefeuille van aandelen, obligaties en wat alternatieve beleggingen (goud en andere grondstoffen). Op korte termijn kunnen die zowel stijgen als dalen, maar op lange termijn geven goede beleggingen je het hoogste rendement. Je moet dan wel tegen een stootje kunnen. Kijk maar naar het aandeel van KBC. Ondanks de forse winststijging daalde dat aandeel gisteren ruim 6 procent. De ene belegger ziet daarin een mooie opportuniteit, een ander houdt het dan toch maar bij de spaarrekening die te weinig opbrengt.

Responses