Bekaert vs. Deceuninck
Bekaert vs. Deceuninck
Deze twee Belgische industriële bedrijven hebben meer gemeen dan u denkt. Ze zijn beide erg ambitieus en worden, ondanks hun vooruitgang, laag gewaardeerd. En ze delen nog veel meer.
Natuurlijk is Bekaert een pak groter dan Deceuninck. Het is een echte wereldspeler, met belangrijke productiecapaciteit in zowel China als India. Maar ook Deceuninck spreekt internationaal een stevig woordje mee, vooral via zijn fabrieken in de VS en Turkije. Ondanks alle rampspoed die we horen over dat laatste land blijft de Turkse divisie ook financieel sterk bijdragen.
De activiteiten van Bekaert zijn technologisch ongetwijfeld breder dan die van Deceuninck, maar in essentie doen ze beide hetzelfde, alleen met andere materialen. Bekaert kan zowat alles met metalen, maar de kern is het uittrekken tot draad, kabels en onzichtbare staalvezels, veel dunner dan een menselijk haar.
Deceuninck extrudeert kunststofmassa tot profielen, waarvan vooral ramen gemaakt worden.
De twee bedrijven publiceerden woensdagmorgen voorbeurs hun resultaten, waarin merkwaardig veel gelijkenissen in het oog springen. Zelfs de koersreactie op de resultaten was die dag hetzelfde: Bekaert won 5,2% en Deceuninck 5,5%. En geloof het of niet, maar de omzet dikte in 2022 aan met 16,8% bij Bekaert en met 16,2% bij Deceuninck.
Die omzetgroei was volledig te danken aan het verhogen van de prijzen, want bij Bekaert zakten de verkochte volumes met 8,8% en bij Deceuninck met 8,2%. Dat heeft te maken met de lagere vraag in een jaar waarin de energieprijzen uit hun dak gingen en de rente fors hoger spurtte.
Maar zowel de staaltrekker als de fabrikant van kunststof profielen kon de verkoopprijzen fors verhogen. Bij Bekaert net niet genoeg om de bedrijfskasstroom op peil te houden (-5%). Bij Deceuninck was het net voldoende om de ebitda met 4,6% te verhogen, tot 102,3 miljoen euro. Het is de eerste keer dat de kaap van 100 miljoen euro werd genomen. Een lichte margedaling kon niet vermeden worden. Bij Deceuninck kwam die uit op 10,5%, bij Bekaert op 11,6%.

De lagere volumes bij Deceuninck hebben te maken met de lagere bouwactiviteit. Beter isolerende ramen plaatsen, levert natuurlijk alleen op langere termijn een besparing op. Ook Bekaert levert aan de bouw, met bijvoorbeeld kabels voor liften en staalvezels om beton te versterken, waardoor er minder cement nodig is. Het staalkoord voor de versterking van rubberbanden is met 39% wel nog de grootste divisie. Daarnaast levert Bekaert speciale producten, zoals titaniumvezel dat gebruikt wordt bij de productie van waterstof en een groot groeipotentieel heeft.
Bekaert gaf bij de resultaten aan dat de activiteiten goed blijven draaien, maar gaf toch geen prognose voor 2023. De marsrichting van de Oostenrijkse ceo Oswald Schmid is evenwel duidelijk: steeds meer speciale producten en minder producten met lage toegevoegde waarde. Bekaert verkocht pas nog staaldraadactiviteiten in Peru en Chili. Daardoor zal de al lage nettoschuld nog verder zakken tot zo’n 350 miljoen euro.
Wegens de hyperinflatie in Turkije moet Deceuninck de resultaten anders verwerken in de boekhouding, maar naar cashopbrengsten blijft Turkije het goed doen. De aardbeving had geen directe gevolgen. Wel zijn er zorgen bij het management over de impact van de nakende verkiezingen.
In Europa wil ceo Bruno Humblet de marges optrekken, dankzij een eengemaakt platform voor de raamprofielen. In de VS verwacht hij verbetering in de tweede jaarhelft.
Deceuninck noteert tegen 11 keer de winst van 2022 en Bekaert tegen 6,3 de winst. Dat is laag. Blijkbaar verwachten de beleggers nog bijzonder slechte economische tijden.
Responses