Het grootste risico voor een belegger is die belegger zelf

© Getty Images / Sofie Silbermann

“Het grootste risico voor de belegger is de belegger zelf”: de 10 grootste beleggingsrisico’s en hoe je ze kan vermijden

Beleggen? Oké. Maar speel je dan niet met je spaarcenten? “Je weet dat er risico’s zijn bij het beleggen, maar als je je bewust bent van de gevaren op de financiële markten, kan je er beter mee omgaan en toch een mooi rendement behalen”, zegt geldexpert Pascal Paepen. Hij overloopt de grootste risico’s en vertelt hoe je je ertegen kan beschermen.

Mensen denken vaak dat een termijnrekening of een staatsbon veilige beleggingen zijn, maar ook die zijn risicovol. Zelfs al gaat de bank niet failliet en betaalt de overheid netjes alle intrest, dan nog kan je als belegger geld verliezen. Ook wie zijn centen eeuwig op een spaarrekening laat staan, loopt risico. Door de inflatie wordt cash geld op lange termijn waardeloos. Beleg liever, maar op je eigen ritme en volgens je eigen profiel, met de risico’s die je aankan. En onthoud: alles in het leven is nu eenmaal risico en zonder risico heb je geen rendement.

Risico wordt vaak gezien als de kans dat het misgaat en verlies van geld. Maar wist je dat risico ook een andere betekenis heeft? Voor een belegger is risico een afwijking van het gemiddelde. Dat kan negatief én positief zijn. Als je op de beurs belegt, loop je het risico om op een jaar bijvoorbeeld 15 procent of meer te verliezen, maar je kan zo evengoed ook 20 procent verdienen.

Maar meestal bekijken we risico als negatief, en voor een belegger betekent dat: verlies. Daarom bespreken we hier de negatieve afwijkingen, de grootste brokkenmakers, en hoe je daar als verstandige belegger mee moet omgaan.

1. Een onderneming gaat failliet

Soms koop je een aandeel en zie je de koers eerst dalen. Maar met wat geduld ,stijgt die na verloop van tijd ook weer. Tenzij de koersdaling het gevolg is van een slechte gang van zaken bij het bedrijf waarvan je aandelen hebt. Leidt de situatie tot een faillissement? Dan ben je als aandeelhouder je centen kwijt. Zelfs de schuldeisers zullen wellicht hun centen niet meer terugkrijgen, dus je kan je niet indekken door obligaties te kopen in plaats van aandelen.

Pascal Paepen

Beleggers zeggen wel eens dat je geen vallend mes mag proberen te vangen. Met andere woorden: je koopt best geen aandeel dat nog volop aan het zakken is.

De oplossing? Koop geen aandelen van bedrijven in moeilijkheden. De aandelenkoersen lijken laag, maar wellicht is daar een goede reden voor. Beleggers zeggen wel eens dat je geen vallend mes mag proberen te vangen. Met andere woorden: je koopt best geen aandeel dat nog volop aan het zakken is. Informeer je dus over de bedrijven waarin je wil beleggen, om te weten of ze in de problemen zitten.

Omdat je uiteraard niet elk probleem kan zien aankomen, is het ook best dat je je portefeuille spreidt. Beleg je enkel in een handvol bedrijven, dan ben je aan het gokken. Wie in een fonds belegt of in minstens twintig bedrijven uit diverse sectoren, verlaagt het risico op zijn beleggingsportefeuille aanzienlijk.

2. Marktrisico

Zelfs wie goed spreidt, maakt kans op verlies. De beurzen kunnen immers ook in hun geheel zakken. Denk maar aan de financiële crisis van 2007-2009 of de coronacrash van 2020. Wil je jezelf daartegen indekken, dan kan je de schade beperken door een stop-loss in te bouwen. Je zou ook zelf bij een bepaald verlies van bijvoorbeeld 10 procent je gehele portefeuille kunnen verkopen, of je bank of vermogensbeheerder op voorhand de opdracht geven om dat te doen. Dan koop je wellicht een fonds met bodembescherming.

Zelf ben ik geen voorstander van die strategie. Want wat als je alles verkocht hebt en de beurs weer begint te stijgen? Dan hol je achter de koersen aan en zal je op een veel hoger niveau weer instappen. De coronacrash deed zowat 30 procent van de beurswaardes verdwijnen, maar gaf nadien snel aanleiding tot een onverwacht groot en duurzaam herstel.

Aan wie tijd heeft en niet snel panikeert, raad ik aan om op lange termijn te kijken. Als je een mooie en goed gespreide beleggingsportefeuille hebt, hoef je ook niet te panikeren. Integendeel: koop bij als de markten overdrijven en beleggers panikeren. Het is niet gemakkelijk om tegen de kudde in te gaan, maar doorgaans zal je daar wel goed aan verdienen.

3. Renterisico

Tot vorig jaar kenden maar weinig beleggers het renterisico. Van 1994 tot 2021 is de rente grosso modo altijd maar gedaald. Die rentedaling zorgde voor hogere obligatiekoersen en te lage rentes, waardoor een belegging in aandelen aantrekkelijker werd. Vorig jaar spatte de rentezeepbel uit elkaar. Sindsdien boekten beleggers soms forse verliezen op aandelen en obligaties.

Pascal Paepen

Het grootste risico van allemaal is een systeemri­si­co, waarbij het hele kapitalis­ti­sche systeem wankelt.

Dat verlies kon vermeden worden. Je moest wel gek zijn om je geld te stoppen in obligaties die geen rente opbrachten of zelfs noteerden aan negatieve rente. Wij hebben aangeraden om geen obligaties te kopen of – als je die wel zou willen – enkel obligaties met een korte looptijd te kopen. Het verlies bij een rentestijging is dan veel kleiner.

Door de rentestijging daalde vooral de waarde van technologie-aandelen. Maar wie banken en verzekeraars in portefeuille had, presteerde goed, omdat die sector net kan profiteren van een hogere rente. Ook hier beperk je de risico’s als je je portefeuille spreidt.

4. Systeemrisico

Het grootste risico van allemaal is een systeemrisico. Stel dat er een wereldoorlog uitbreekt, een grote bank failliet gaat, of dat het wantrouwen over de oplopende schuldenberg of de geldpolitiek van de centrale banken zo groot wordt dat het hele kapitalistische systeem wankelt, dan zitten we met een groot probleem.

Kunnen we ons daartegen wapenen als belegger? Sommigen kopen wat bitcoin, anderen houden het bij een belegging in goud. In onzekere tijden heeft goud doorgaans zijn rol als veilige haven goed gespeeld.

Anderzijds heeft speculeren op het einde van de wereld tot nu toe amper wat opgebracht. Onderschat de veerkracht van de wereld, de economie en het systeem niet. In het verleden deden centrale banken, commerciële banken en overheden er alles aan om te verhinderen dat een crisis ontspoorde. Wellicht zullen ze dat bij een grote crisis opnieuw doen om een allesverwoestende systeemcrisis te vermijden.

Pascal Paepen

Wie spaart en belegt in een land dat zijn begroting niet onder controle heeft, loopt het risico dat de overheid een steeds grotere hap zal nemen uit dat vermogen.

5. Politiek risico

Een belegger loopt politiek risico, al wordt dat vaak overschat. Vroeger maakte het inderdaad een verschil wanneer bij ons de socialisten of de liberalen de verkiezingen wonnen, maar vandaag is dat niet meer zo. Alleen in groeilanden is er vaak nog een effect, omdat daar de politieke standpunten soms ver uit elkaar liggen.

Bij ons is de kans groot dat politici de belasting op ons pensioenpotje nog optrekken. Ook dat is een politiek risico. Wie spaart en belegt in een land dat zijn begroting niet onder controle heeft, loopt het risico dat de overheid een steeds grotere hap zal nemen uit dat vermogen.

6. Inflatierisico

Het risico op inflatie of geldontwaarding is groter voor een niet-belegger dan voor een belegger. Toch houdt ook een belegger maar beter rekening met het feit dat een ‘nominaal’ rendement uiteindelijk geen reëel of ‘echt’ rendement is.

Je reële opbrengst bereken je door van je rendement de inflatie af te trekken. Heb je 8 procent verdiend, maar bedraagt de inflatie 10 procent? Dan maak je eigenlijk verlies. Je bent niet rijker geworden, ook al lijkt dat zo.

Het inflatierisico is nauw verbonden met het renterisico. Wanneer de inflatie oploopt, zal een centrale bank namelijk in principe ook de rente optrekken.

7. Liquiditeitsrisico

Je beleggingen zijn best zo liquide mogelijk. Dat wil zeggen dat je de instrumenten die je koopt best altijd ook weer gemakkelijk kunt verkopen. Beleggen doe je in principe voor de lange termijn, maar het kan altijd gebeuren dat je onverwacht cash nodig hebt. Je mag dan al rijk zijn, je moet dan ook nog aan je centen kunnen.

De zicht- en spaarrekening zijn het meest liquide, net als cash geld in je portemonnee. Een aandeel van een relatief grote beursgenoteerde onderneming is doorgaans liquide. Je kan bijvoorbeeld van maandagochtend tot vrijdagavond een aandeel van KBC verkopen en enkele dagen later heb je dat geld al op je rekening.

Een aandeel van een kleine beursgenoteerde onderneming wordt doorgaans minder verhandeld en is dus niet altijd even liquide. Bedrijfsobligaties zijn vaak ook niet zo liquide, vooral niet van ondernemingen met lage kredietwaardigheid. Dat risico is niet te verwaarlozen. Zelfs al is het niet de bedoeling om een belegging weer snel ten gelde te maken, je weet maar nooit.

Pascal Paepen

Een sterke stijging op een buitenland­se beurs kan voor iemand die in euro rekent helemaal teniet worden gedaan door een sterke daling van de lokale munt.

8. Valutarisico

De globalisering heeft ook haar effect gehad op de financiële markten. De meeste beleggers beleggen tot ver buiten België. Dat mag. Maar daarmee lopen ze ook vaak een muntrisico. Wie belegt buiten de eurozone zal per definitie beleggen in andere valuta. Die buitenlandse munten kunnen zowel stijgen als dalen tegenover de euro. En dus kan een sterke stijging op een buitenlandse beurs voor iemand die in euro rekent helemaal teniet worden gedaan door een sterke daling van de lokale munt. En wat ben je met een hogere intrest in Noorse kroon, Australische dollar of Turkse lira, als die munten fors dalen ten opzichte van de euro?

Wie enkel in Belgische bedrijven belegt, loopt ook een muntrisico. Een bedrijf als AB InBev boekt bijvoorbeeld slechts een klein deel van zijn omzet en winst in euro. Een sterke euro haalt dus omzet en winst van ’s werelds grootste brouwer onderuit. Dat risico mag je nooit verwaarlozen.

9. Dividendrisico

Renteniers beschouwen dividendaandelen soms als een veilige belegging. De hoge couponnetjes die sommige beursgenoteerde bedrijven uitkeren aan hun aandeelhouders zijn inderdaad een mooi alternatief voor de relatief lage rente op obligaties. Maar een dividend wordt nooit gegarandeerd.

Er zijn trouwens weinig bedrijven die erin slagen om gedurende vele jaren telkens een hoger dividend uit te keren. Vroeg of laat daalt de winst plots, waardoor het dividend wordt verlaagd of er zelfs helemaal geen dividend wordt uitgekeerd.

De federale overheid roomt het dividend ook af met een roerende voorheffing. Die is al gestegen van 10 procent begin de jaren 90 tot maar liefst 30 procent nu. Ook dat is een risico, waardoor dividendaandelen minder veilig zijn dan ze op het eerste gezicht lijken.

10. Het grootste risico? De belegger zelf

Het zal je wellicht verbazen, maar het grootste risico voor de belegger is de belegger zelf. Ook al kan je een behoorlijk rendement boeken op diverse manieren, zelfs wanneer je zomaar wat doet, toch is het verstandiger om te beleggen volgens een plan.

Met een plan zal je minder snel domme dingen doen en laat je je niet te veel leiden door je emoties. Bedenk een strategie en hou je eraan. Hoe lang kan je je geld missen? Welk risico kan je aan? Met welk doel beleg je? Informeer je, oordeel niet te snel, leer uit je fouten, en sluit je – als het even kan – aan bij een beleggingsclub.

(20/03/2023 Het Laatste Nieuws)

Responses